Rechter Bauduin: Volkert van der G. was klassieke ‘overtuigingsdader’

Adjunct-hoofdredacteur Joost Oranje interviewde voor NRC Handelsblad rechter Frans Bauduin over de strafzaak-Volkert van der G. die hij voorzat. Het is voor het eerst dat de rechter zich over de zaak uit. Lees hier het volledige interview terug, dat op zaterdag 28 april in de Pim Fortuyn special van NRC Handelsblad verscheen.

Rechters Thea Gijsberts, Frans Bauduin (voorzitter) en Nol Vermolen in de zaak tegen Volkert van der G. Foto Marco Okhuizen / Hollandse Hoogte

Plaatsvervangend hoofdredacteur Joost Oranje, die destijds veel schreef over de nasleep van de moord op Fortuyn, interviewde onlangs voor NRC Handelsblad rechter Frans Bauduin over de strafzaak-Volkert van der G. die hij voorzat. Het is voor het eerst dat de rechter zich uit over de zaak. Lees hier het volledige interview terug, dat op zaterdag 28 april in de Pim Fortuyn special van NRC Handelsblad verscheen.

Door Joost Oranje

Frans Bauduin, tegenwoordig rechterplaatsvervanger bij de Amsterdamse rechtbank, is lang stil na de vraag. De vraag was: Denkt u nog wel eens aan deze bijzondere verdachte?

De voorzitter van de meervoudige kamer die Volkert van der G. in eerste aanleg berechtte, kijkt peinzend naar buiten: “Eigenlijk niet. Ik ben goed in dingen van me afzetten.” Dan bedenkt hij zich. Vertelt over de Paasdagen, toen hij thuis in The New Yorker een reconstructie las van de dag waarop John F. Kennedy vermoord werd: „Toen moest ik aan Volkert denken want ik realiseerde me wat voor schok dit teweegbracht.”

Vindt u de moord op Kennedy te vergelijken met die op Fortuyn?

“Niet helemaal, natuurlijk. Maar het vermoorden van een politicus is iets traumatisch voor een samenleving. De klap toen Fortuyn werd gedood, komt dichtbij de schok van de Kennedy-moord. Bijna iedereen heeft dat zo gevoeld. Zelfs de verdediging van Volkert, Britta Böhler en Stijn Franken, voor zover ik weet democraten in hart en nieren. Ik denk dat ook zij het, los van de verdediging van hun cliënt, een schokkende gebeurtenis vonden.”

U zelf ook?

“Het was meivakantie en ik was bij één van mijn kinderen die in Italië studeerde. We kregen een telefoontje uit Amsterdam. Nou, we waren allemaal behoorlijk van streek. Dat dít in Nederland kon plaatsvinden.”

Dus toen bleek dat u de rechtbank mocht voorzitten was dat geen routineklus?

“Johan de Witt was de laatste Nederlandse vermoorde politicus, alleen daarom al was het geen routine. Bovendien was er veel maatschappelijke onrust. Maar het was ook weer niet zo dat mijn collega’s en ik in de meervoudige kamer ernaar uitkeken om deze zaak te behandelen. Dit soort zaken kan nu eenmaal op je pad komen.”

Frans Bauduin is een van ’s lands meest ervaren strafrechters. Werkte bij het Joegoslavië-tribunaal en op de Antillen. Was actief in geruchtmakende zaken als Ahold, de Probo Koala en recent de zedenzaak tegen Robert M. En hij was voorzitter van de rechtbank die Volkert van der G. in maart 2003 voor het hekje kreeg. Stoïcijns wordt hij genoemd, iemand die publieke druk kan weerstaan . “Als je een rechter moet boetseren, komt daar Frans Bauduin uit”, schertste een advocaat. Geruit jasje, soms verstrooid, Britse humor. Zijn kamer op de rechtbank ligt vol papieren en ordners, het handboek Insolventierecht naast een bundel verzamelde gedichten van Gerrit Achterberg, Corneille aan de muur, automatenthee uit een plastic bekertje. In de vensterbank liggen drie appels en twee mandarijntjes, waarvan één bruin uitgeslagen.

Hij heeft lang gewikt en gewogen over dit gesprek. Rechters, vindt hij, laten zich primair op zitting horen en een heel enkele keer in het publieke debat. Die enkele keer is nu.


Kijk hierboven een NOS-uitzending over de eerste dag uit de strafzaak-Volkert van der G. terug, uitgezonden op 9 augustus 2002

De zaak Volkert van der G., benadrukt Bauduin, was geen ‘gewone’ strafzaak. Behalve publieke commotie bracht het “een waterscheiding” teweeg in juridisch Nederland. Tel maar op: als gevolg van deze strafzaak belandde de discussie over camera’s in de rechtszaal in een stroomversnelling. De rechters werden bedreigd. Er werd gegraven in hun verleden en er ontstond ophef over de politieke kleur van één van de leden van de strafkamer. Er werd openlijk over strafmaat en vonnis gediscussieerd, tot in de Tweede Kamer en het kabinet. En tijdens Van der G.’s voorarrest werd er een noodwet gemaakt voor permanent cameratoezicht in zijn cel. “Het recht wordt uitgedaagd”, kenschetsten Van der G.’s raadslieden destijds de sfeer rondom de rechtsgang.

Maar de waterscheiding waar Bauduin op doelt gaat nog veel verder: “Deze strafzaak is het begin geweest van een andere manier van denken over maatschappelijke veiligheid, over effectieve sancties, over hogere straffen. Het strafrecht is sindsdien enorm verhard. En de discussie ook.”

Terug naar die vroege lentedag, eind maart 2003, waarop Volkert van der G. terechtstaat in Amsterdam. Maanden van fel publiek debat zijn eraan voorafgegaan, de prelude op een historisch proces. De rechtbank, vertelt Bauduin, had zichzelf enkele belangrijke doelen gesteld:

“We wilden geen vragen laten bestaan, de zaak een beetje op zijn pootjes terugkrijgen. Juridisch was het in de kern vrij simpel: een enkelvoudige moord met een bekennende verdachte. De bewijsmiddelen waren overvloedig en overtuigend. Maar eromheen speelde veel: de persoon van Volkert, de rapportage van het psychologisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC), de verdenking dat hij het niet alleen zou hebben gedaan.”

Wat volgde was een inhoudelijke behandeling die zó gedetailleerd was dat het soms bijna lachwekkend werd. Zelfs de productiedatum van een potje pindakaas uit Van der G.’s schuur bleek nagetrokken: 28 juni 1992. En de verdachte zelf werd op zitting onderworpen aan een urenlang verhoor. Tien jaar na dato glimlacht Bauduin:

“Er waren veel details die irrelevant waren voor de vraag of de verdenking gerechtvaardigd was. Maar we hebben ze toch allemaal behandeld. Iedereen moest kunnen vaststellen: zo zat het.”

Begreep u die discussie in de samenleving?

“Moord is, buiten genocide, het ergste misdrijf dat we kennen, je neemt het hoogste goed af: het leven. Daarbij kwam dat het hier om Fortuyn ging, een populair politicus, middenin een verkiezingscampagne. Plus het ongeloof dat zoiets zomaar kon. Dus dat het emotie opriep, begreep ik. Als ik nu de beelden terugzie, vind ik het ook weer schokkend.”

Hoe keek u als rechter tegen Van der G. aan?

“Voordat ik hem in levenden lijve zag, had ik in het dossier al veel over hem gelezen en ook foto’s gezien. Ik weet nog dat ik hem de eerste keer mager en klein van postuur vond. Hij was door alle publiciteit een bijna mythisch figuur geworden waar iedereen een mening over had. Maar de rechtbank heeft hem heel neutraal benaderd en zo moet het ook. We wilden dat hij uitlegde waarom hij deze verschrikkelijke daad had gepleegd. Een daad met zo veel consequenties, voor Fortuyns familie, voor het maatschappelijk klimaat, voor hemzelf en zijn gezin. Waarom was er geen alternatief? Waarom maak je iemand dood met wie je het politiek oneens bent?”

Vond u zijn antwoorden bevredigend?

“Hij heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat hij een klassieke ‘overtuigingsdader’ was. Hij was ervan overtuigd dat dit de enige manier was om een einde te maken aan een voor hem onwenselijke ontwikkeling. Hij zag écht geen andere weg.”

Heeft u ooit medelijden gevoeld?

“Met Volkert? Nee. Wel ongeloof. Ook bij mij speelde steeds die vraag: jongen, waarom?”

Veel mensen waren verbaasd, of zelfs geïrriteerd door zijn houding ter zitting. Op het oog emotieloos, zonnetjes en bosuiltjes tekenend op een geel schrijfblok. Hoe beleefde u dat?

“Hij vertelde zijn verhaal inderdaad met een zekere kilte. Maar je kan niet uitsluiten dat dat samenhing met de stoornis die het PBC heeft vastgesteld (een ‘obsessieve compulsieve (dwangmatige) persoonlijkheidsstoornis’ red.). Je moet zeer voorzichtig zijn om verregaande consequenties te verbinden aan de manier waarop iemand iets zegt. Vast staat dat hij ruimhartig heeft meegewerkt. Maar ik weet dat er nog steeds mensen zijn die denken dat er iets verborgen is gebleven. Wat moet ik daarop zeggen? Deze zaak is aantoonbaar tot op de bodem uitgezocht en beoordeeld.”

En veel mensen vonden de straf van 18 jaar te laag.

“Over die strafmaat was al vóór de zitting door velen vastgesteld dat het levenslang moest worden. Wij hebben heel duidelijk gemotiveerd waarom we tot 18 jaar gekomen zijn. En het hof heeft alle kernoverwegingen in hoger beroep overgenomen en dezelfde straf opgelegd.”

Maar het hof oordeelde óók, met het OM, dat door de moord het democratische proces ‘onherstelbaar’ was beschadigd, terwijl de rechtbank dat te ver vond gaan. Is dat geen wezenlijk punt?

“Niet voor de strafmaat, want het hof kwam ook op 18 jaar uit. Maar u heeft gelijk: op dat punt kwam veel kritiek.”

Vond u dat erg?

“Ik vond het eigenlijk geweldig dat het hof tot een andere afweging kwam. Omdat dat het mooie van ons rechtsysteem aangeeft: dat een hogere instantie iets anders kan waarderen. Wat niet betekent dat onze opvatting van onwaarde is geworden. Maar dat men, nadat er een nieuwe zitting is geweest, de tijd is voortgeschreden en er wellicht andere argumenten op tafel zijn gekomen, op zo’n punt kan zeggen: we kijken er anders tegenaan, dat is toch mooi?”

Heeft u dit hoger beroep intensief gevolgd?

“Om eerlijk te zijn: helemaal niet. Toen wij ons vonnis hadden uitgesproken brak er een vervelende tijd aan. Ik wil er niet te veel over zeggen, maar er kwamen nare bedreigingen en zo.”

Wat deed dat met u?

“Dat heeft me enorm aangegrepen. Ik begréép het niet. Ik dacht: hoezo? Onze taak als rechtbank is toch dat we moeten beslissen? Dat hebben we in dit land toch met elkaar afgesproken? We hebben dat naar eer en geweten gedaan en ik kan me best voorstellen dat je het er niet mee eens bent. Maar die bedreigingen, het fundamenteel aantasten van je veilige gevoel? Misschien was ik op dat punt naïef. In elk geval ging me dat niet in de koude kleren zitten.”

Nam u daarom afstand?

“Vrij letterlijk. Ik had het druk gehad, ook met bestuurlijke activiteiten binnen de rechtbank, en had nog een berg vakantiedagen over. Ik heb ze allemaal opgenomen, een fiets gekocht en ben ik in m’n eentje naar Rome gefietst. Eenmaal terug was de zaak voorbij, heb ik al mijn bestuurlijke taken in de strafsector neergelegd en heb ik mij weer gericht op zittingen en opleidingen. Dat bevalt uitstekend.”

Het proces tegen Volkert van der G., zegt Bauduin, “heeft een enorme impuls gegeven aan de belangstelling voor het recht. Het heeft ook geleid tot nieuwe gedachtevorming over rechtspraak. Over de rol van audiovisuele media in de zittingzaal. Dat wij rechters duidelijker moeten maken hoe we tot een beslissing komen. Maar daartegenover staan ook negatieve effecten.” Hij rommelt in papieren die hij, ter voorbereiding, heeft klaargelegd. Trekt er een Kamerstuk uit, met vragen van de PVV-parlementariërs Van Klaveren en Helder. Over ‘straattuig’, verdacht van mishandeling. Is de minister het ermee eens is dat de verdachte ‘de allerzwaarste straf dient te krijgen die er staat op deze wandaad’? Bauduin heeft de passages met roze gekleurd en er in de kantlijn bij gezet: ‘Niveau!’

“Die zaak is nog in onderzoek en dan weten Kamerleden, van wie er eentje advocaat is, al wat er moet gebeuren. Als je Kamerlid bent, dan heb je toch een buitengewoon verantwoordelijke taak? Dat moet je toch kunnen omgaan met de onschuldpresumptie en nuance?”

Gaat het u alleen om de PVV?

“Nee, zeer zeker niet. Het is veel breder. In een vastgoedfraudezaak riepen Kamerleden dat er veel te laag was geëist. Alsof het OM daarover niet heeft nagedacht. In de Probo Koala-zaak zeiden politici dingen die volstrekt onjuist waren. Nog zoiets: het eigen wetenschappelijk instituut van het ministerie van Justitie bracht een uiterst genuanceerd rapport uit over hoe de burger denkt over straffen. Schrijven de bewindslieden dat dit rapport hun beleid inzake minimumstraffen ondersteunt. Terwijl ík het er niet in gelezen heb. Het is een hele lijst hoor: het gemak waarmee men wil rommelen aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, de hervormingen in de tbs, in het jeugdrecht, in het gevangeniswezen: het lijkt wel of men in Den Haag geen enkele aandacht heeft voor wat er over deze onderwerpen wordt gezegd vanuit de wetenschap of de rechterlijke macht. Kritiek op wetsvoorstellen: het laat ze Siberisch.”

Was het anders geweest, zonder de moord op Fortuyn?

“In heel Europa zie je verharding in het strafrecht, door angst voor dreiging uit terroristische hoek. Maar dat neemt niet weg dat Volkert het begin vormde van opmerkelijke veranderingen . Nederland werd gezien als het Mekka van tolerantie. Nou, dat is wel voorbij, zou ik zeggen.”

Dat klinkt cynisch.

“Ik ben van nature optimistisch. Maar over sommige ontwikkelingen in de rechtspraak en de verhouding tussen met name wetgevende- en rechtsprekende macht niet. De snelheid, de incidentenwetgeving, dat de term ‘mededogen’ bijna een vies woord is geworden. Er is een gebrek om open te staan voor stemmen uit de samenleving die vragen: zullen we er nog eens goed over nadenken? Dat is het ergste van vandaag: dat die vraag vaak gewoon terzijde wordt geschoven.”

Abonnees kunnen de volledige special ‘Pim Fortuyn 10 jaar later’, die op 28 april bij NRC Handelsblad verscheen, teruglezen in de digitale editie.