EU-kandidaat Servië kiest vandaag nieuw parlement en president

Caption: A man sticks election posters of presidential candidate Jadranka Seselj in front of billboard showing her husband, Vojislav Seselj, the leader of the ultra-nationalist SRS-Serbian Radical Party in Belgrade on May 3, 2012. The upcoming general election in Serbia will be held on May 6. AFP PHOTO / DIMITAR DILKOFF Een Serviër plakt verkiezingsposters op in Belgrado van de nationalistische kandidaat Jadranka Seselj, 3 mei 2012. Foto AFP / Dimitar Dilkoff

Meer dan 6.7 miljoen Serviërs mogen vandaag naar de stembus voor de lokale, parlementaire en presidentiële verkiezingen. De strijd zal gaan tussen het kamp van de zittende president Boris Tadic en de populistische nationalist Tomislav Nikolic.

De Servische kiezer bepaalt vandaag wie het land uit de economische problemen moet halen, schrijft persbureau AFP. De stembureau’s gingen vanochtend om 3.00 uur Nederlandse tijd open.

Werkgelegenheid en koopkracht zijn thema, niet nationalisme

De nationalisten houden Tadic verantwoordelijk voor de economische problemen van het land, de stijgende werkloosheid en corruptie. Het pro-westerse beleid van Tadic liep een knauw op toen de provincie Kosovo in 2008 de onafhankelijkheid uitriep. Ultranationalisten beschuldigen Tadic ervan Kosovo te hebben ingeruild voor het onzekere vooruitzicht op een EU-lidmaatschap. In maart wees de EU na lange onderhandelingen Servië aan als kandidaat-lidstaat. Tadic schreef in april vervroegde verkiezingen uit, tien maanden eerder dan gepland.

Volgens onze correspondent Marloes de Koning zijn de belangrijkste thema’s voor de Servische kiezer vandaag het gebrek aan werk en de gedaalde koopkracht, niet nationalisme. Zij schreef donderdag in NRC Handelsblad dat daarom Kosovo nauwelijks een rol speelt bij de verkiezingen. Wat speelt is de corruptie die ervoor heeft gezorgd dat een generatie Serviërs, die dacht dat na het vertrek van Milosevic in 2000 een “nieuwe tijd aanbrak”, gedesillusioneerd zijn geraakt. De Koning:

‘De demonstranten van de jaren negentig, toen kritische studenten met geloof in eigen kracht, zijn nu veelal depressieve dertigers. Teleurgesteld constateren ze dat de beste banen binnen de overheid gaan naar mensen die niet veel vragen stellen. Daarin zijn de pro-westerse partijen niet veel anders dan de nationalisten en oud-communisten [...] Politici uit het oude regime bleven actief, de geheime diensten bleven achter de schermen nog lang besturen en chanteren. En bovenal kreeg de nieuwe economische elite, oorlogsprofiteurs die dankzij hun contacten de krenten uit de pap visten tijdens de privatiseringen, na 2000 ruim baan om hun positie te verstevigen en te legaliseren. Inmiddels zijn deze ‘tycoons’ de rijkste Serviërs, de grootste financiers van politieke partijen en volgens de meeste Serviërs de eigenlijke machthebbers. Politici uit de jaren negentig doen nog volop mee aan het hedendaagse bestuur.’