Almacht en chaos

Onlangs ontdekten detectives van de Amerikaanse zakenman William Browder dat de 230 miljoen dollar aan belastinggeld, die zijn investeringsbedrijf Hermitage Capital van de Russische staat had moeten terugkrijgen, gestolen was door de FSB-afdeling voor economische spionage. Browder kwam met die onthulling in het kader van zijn pogingen om rechtsherstel te krijgen voor zijn medewerker Sergej Magnitski, de 37-jarige jurist die de diefstal ontdekte. Toen Magnitski aangifte deed, werd hij door de politiemannen, die het geld achterover hadden gedrukt, gearresteerd. Een jaar later overleed hij in de gevangenis aan medische verwaarlozing, na te zijn gemarteld.

Dat de FSB achter de diefstal zit, verklaart waarom de Russische autoriteiten al twee jaar grote moeite doen om de zaak in de doofpot te stoppen en Magnitski postuum alsnog schuldig te verklaren. Want als de ware daders worden aangewezen - de bende van FSB’ers, politieofficieren, belastinginspecteurs, officieren van justitie en rechters die niet alleen Hermitage Capital hebben bestolen, maar vele andere bedrijven in Rusland - dan heb je een schandaal van ongekende omvang, dat de huidige heersers van Rusland in deze instabiele tijden niet kunnen gebruiken.

De FSB is de afgelopen twaalf jaar de machtigste organisatie van Rusland geworden. Veel van haar hoge officieren zijn bovendien de rijkste mensen van het land, met kapitale huizen in binnen- en buitenland. In het centrum van Moskou kun je ze herkennen aan hun dure auto’s met speciale FSB-parkeervergunning.

Die FSB’ers danken hun rijkdom aan het feit dat hun hoogste baas, Vladimir Poetin, in 2000 president van Rusland werd. Dat de veiligheidsdienst toen al met een ‘grandioze terugkeer’ bezig was, bleek een jaar  eerder uit een interview van Poetin met de krant Komsomolskaja Pravda. Toen hem werd gevraagd of hij en zijn vrienden een staatsgreep aan het voorbereiden waren, antwoordde hij: ,,Waarom zouden we dat doen? We zijn nu al aan de macht. Wie zouden we trouwens omver moeten werpen?”

De journalist: ,,De president.”

Ruim een half jaar later was Poetin zelf president. Zijn voorganger Jeltsin had hem als zijn opvolger aangewezen, omdat hij in de voormalige FSB-overste de enige zag die hem en zijn corrupte familieleden juridische immuniteit kon garanderen.

Als een efficiënte manager maakte Poetin in korte tijd een einde aan de bestuurlijke anarchie in zijn land door de centraal geleide staat te herstellen en op gouverneurs- en ministersposten loyale FSB- en KGB-vrienden te benoemen. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was de veiligheidsdienst niet meer zo machtig geweest.

Die machtspositie wordt met de terugkeer van Poetin als president, op 7 mei, herbevestigd. Niet het parlement, maar de FSB is de baas in Rusland. Al moet je daarbij wel onderstrepen dat met die FSB een verzameling lokale en elkaar beconcurrerende FSB-afdelingen wordt bedoeld en geen centraal geleide veiligheidsdienst. Dat is deels een gevolg van de aanstelling van die ‘FSB-gouverneurs’. Net als hun voorgangers onder Jeltsin zijn zij binnen een periode van een paar jaar  in autonome lokale heersers annex zakentycoons veranderd, die hun macht vooral gebruiken om hun concurrenten uit te schakelen.

Hoe de FSB verworden is tot een combinatie van een veiligheidsdienst en een landelijke maffiaorganisatie, beschrijven Andrej Soldatov en Irina Bogoran, twee Russische experts op het gebied van de veiligheidsdiensten in Rusland, in hun fascinerende boek ‘The new nobility. The restoration of Russia’s security state and the enduring legacy of the KGB’. Op grond van uitvoerig onderzoek schetsen ze hoe Poetin sinds 2000 probeert de in 1992 uiteengevallen dienst haar oude gezicht en status terug te bezorgen. Volgens de auteurs is die poging mislukt en is de FSB ontaard in een chaotisch geleide organisatie, die zich in geen enkel opzicht aan de wet houdt en waarvan de leiders uiterst corrupt zijn, tot grote ergernis van het jongere kader dat zijn werk wel goed probeert te doen.

Het enige wat nog van de vroegere KGB rest, is de door de haar ex-directeur en Sovjet-leider Joeri Andropov geformuleerde ideologie: Rusland moet een soort China zijn, een combinatie van een dictatuur en een moderne, kapitalistische economie. Dat Andropov door Poetin en zijn conservatieve vrienden op een voetstuk is gehesen en als de grote modernisator wordt gepropageerd, is dan ook niet zo vreemd.

De anarchie binnen de dienst begon volgens Soldatov en Bogoran toen de FSB-leiding zich na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie het onroerend goed van de dienst toeëigende. Grote stukken land en huizen in sjieke buitenwijken van Moskou kwamen in handen van FSB-generaals, die hun nieuwe bezit vaak met enorme winsten verkochten en al gauw zelf oligarchen werden. Hun zoons, vaak ook opgeleid op de FSB-academie, werden dankzij de bemoeienis van hun vaders als twintigers op hoge bestuursfuncties in het bedrijfsleven geparachuteerd om zich net als hun vaders eveneens op een eenvoudige manier te verrijken.

De FSB-afdelingen die zich met binnenlandse politieke tegenstanders van het regime bezighouden krijgen speciale aandacht van Soldatov en Bogoran. Bloggers die gehacked worden, het infiltreren van oppositiepartijen, het zonder vorm van proces executeren en ontvoeren van Tsjetsjeense rebellen - het is door de wet verboden, maar het gebeurt. De bejaarde mensenrechtenactiviste Ljoedmila Aleksejeva vergelijkt de huidige situatie dan ook terecht met de strijd tegen de dissidentenbeweging in de Sovjet-Unie. ,,Die praktijk is niet alleen teruggekeerd, maar ook verrijkt met nieuwe middelen om druk uit te oefenen op de bevolking”, zegt ze in het boek.

Vermakelijk is de beschrijving door Soldatov en Bogoran van de persdienst, die de FSB heeft opgericht en die vooral bedoeld lijkt om nieuwsgierige journalisten op een dwaalspoor te brengen. Zo wordt over de ontknoping van de gijzelingsdrama’s in het Moskouse Doebrovkatheater tijdens de musical Nord-Ost en in de school in Beslan tot op de dag van vandaag essentiële informatie niet vrijgegeven.

Dat zoiets contraproductief kan uitpakken, bleek al tijdens de nasleep van het opblazen in 1999 van enkele flatgebouwen in verschillende Russische steden. Toen een aanslag in de stad Rjazan op het nippertje door oplettende burgers werd voorkomen, kregen journalisten van de FSB alleen te horen dat het om een oefening ging. De informatie die naar buiten werd gebracht was echter zo vaag en tegenstrijdig, dat iedereen het tegendeel vermoedde. Interessant is dat beide auteurs er als enigen van overtuigd zijn dat het hier echt om een oefening ging. Dertien jaar na dato is de FSB er nog altijd niet in geslaagd om dat zelf duidelijk te maken. Alleen daarmee al tonen Soldatov en Bogoran aan dat van het vileine, geoliede onderdrukkingsapparaat uit de Sovjet-Unie slechts een amateuristische, almachtige en daardoor levensgevaarlijke bende over is, die voor van alles kan worden ingezet, ook als daarmee de uiteindelijke belangen van Rusland niet worden gediend.

* Andrei Soldatov en Irina Bogoran, The new nobility. The restoration of Russia’s security state and the enduring legacy of the KGB, uitg. Public Affairs New York, 301 blz., 28,95 euro (geb.)