Zonder sigaretten gaat Ilham (8) slaan

Voor de internationale tabaksindustrie is Indonesië een goudmijn. Er bestaat geen enkele restrictie voor rokers. Ruim 400.000 kinderen tussen 10 en 14 jaar steken geregeld een sigaret op.

Ilham is onhandelbaar. Als zijn moeder geld in haar hand houdt, schreeuwt en slaat het achtjarige jongetje haar tot hij het briefje heeft bemachtigd. Hij worstelt zijn jongere broertje naar de grond en slaat een kleiner buurtgenootje in het gezicht. Allemaal omdat hij niet meer mag roken.

Ilham begon met roken toen hij vier was, tot voor kort rookte hij twee pakjes zware kretek-sigaretten per dag. Het liefst met zwarte koffie erbij. Het is hem aan te zien. Zijn tanden zijn zwart en half weggerot. Met zijn 18 kilo en 1,14 meter is hij een stuk kleiner dan gezonde leeftijdgenootjes.

Hij wordt een van de voorbeelden in een rechtszaak die de Indonesische kinderbescherming later deze maand aanspant tegen de regering en de tabaksindustrie. Die doen niet genoeg om kinderen van sigaretten af te houden, zegt voorzitter Arist Merdeka Sirait. Geïnspireerd door Amerikaanse zaken van dertig jaar geleden eist hij dat er antirookmaatregelen worden genomen, zoals rookvrije ruimtes en een verbod op reclame en sponsoring.

Want Indonesië telt vele Ilham’s. Eén op de vijftig kinderen tussen 10 en 14 rookt, volgens onderzoek van Universitas Indonesia: ruim 400.000 kinderen. Volgens de kinderbescherming begon bijna 2 procent van de rokers in Jakarta op zijn vierde. De organisatie heeft van twintig kinderrokers gegevens verzameld. De jongste begon met roken toen hij elf maanden oud was. Sirait: „Soms vinden ouders het schattig als hun kind rookt, ze laten hen zelf proberen.”

Ilham leerde roken van zijn opa. Sigaretten van palmbladeren, dat leek onschuldig. Maar al snel vond hij dat niet stoer genoeg, vertelt zijn moeder Nenah in hun kleine huis van bamboe, waaronder de kippen scharrelen. Met zijn zakgeld kocht hij bij de warung zware sigaretten. Toen zijn ouders het ontdekten, was hij al verslaafd.

„Als ik geld heb, geef ik hem wat hij wil”, zegt zijn moeder. „Als ik het niet heb, wordt hij woedend. Hij gooit stenen naar me, schopt me, trekt aan mijn haar.” Slaan, aan de boom vastbinden, onder water houden, de wonderdokter: niets hielp om hem van de sigaretten af te houden, zegt zijn vader Umar.

Kinderrokers komen vaak uit dit soort arme gezinnen met laagopgeleide ouders, zegt Lisda Sundari, die zich bij de kinderbescherming met Ilham bezighield. „Ze vinden het moeilijk er tegenin te gaan als hun kind amok maakt.” Ook de buren van Ilham gaven hem vaak een beetje geld, als hij agressief werd.

Bovendien dacht zijn familie dat Ilham bovennatuurlijke krachten had. Zo had hij bijvoorbeeld geen schrammetje toen hij eens van het dak sprong, fluistert zijn vader. Een typisch geval, zegt Sundari. Veel kinderrokers zouden bovennatuurlijke krachten hebben. Ouders moeten hen geven wat ze willen, anders gebeurt er iets ergs. „Ouders gaan dat geloven om zichzelf te beschermen, zodat anderen niet zeggen dat ze fout zitten.”

Indonesië is een walhalla voor de tabaksindustrie. Er zijn nauwelijks regels tegen roken. Indonesië is het enige grote land dat het verdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik niet heeft ondertekend. Dus organiseren tabaksfabrikanten vrijelijk popconcerten in arme wijken, waar kortgerokte meisjes het nieuwste merk promoten. Ze zenden reclames uit waarin knappe mannen vulkanen beklimmen of dure feestjes bezoeken. In de trein, in restaurants, op kantoor: overal wordt gerookt. De goedkoopste pakjes kosten niet meer dan 45 cent.

De tabaksindustrie krijgt zoveel vrijheid omdat ze een grote werkgever en belastingbetaler is. Accijns op tabak is goed voor ruim 5 procent van de staatsinkomsten, 4,5 miljoen Indonesiërs werken op tabaksboerderijen of in de sigarettenindustrie. Als de regering dreigt met maatregelen, stuurt de industrie duizenden tabaksboeren de straat op. Tabaksfamilies zoals de Hartono’s en Sampoerna’s horen bij de rijkste en machtigste van Indonesië.

Zo blijft Indonesië ook voor internationale tabaksbedrijven een van de laatste groeimarkten. Weliswaar rookt al tweederde van de volwassen mannen, maar onder vrouwen valt nog een wereld te winnen. Het maakte dat Philip Morris in 2005 4,8 miljard dollar neertelde voor Sampoerna, dat 30 procent van de Indonesische markt beheerst.

Maar zeker in een arm land als Indonesië, zijn de gevolgen groot. Jaarlijks sterven minstens 200.000 Indonesiërs aan de gevolgen van roken. En het stort gezinnen in armoede. De armste gezinnen spenderen gemiddeld ruim 10 procent van hun inkomen aan sigaretten; zes keer zoveel als aan onderwijs.

Ilham ontspoorde volledig door zijn verslaving. Na vijf maanden werd hij van school gestuurd. Hij ging alleen om met volwassenen, die hem aan sigaretten konden helpen. Als een junk verkocht hij alles wat hij in huis kon vinden om aan geld te komen: rijst, kippen, bouwmateriaal. Van de 3 euro die zijn vader per dag verdiende, gingen er 2 naar Ilham.

Nadat zijn verhaal verscheen in lokale media, stuurde de kinderbescherming Ilham naar Jakarta om af te kicken. Dankzij de Spirituele Emotionele Vrijheid Techniek die rokers dankzij klopjes op de schedel geneest, kwam hij van het roken af.

Maar voor hoe lang? Sinds hij twee weken geleden thuiskwam, is Ilham al twee keer weggelopen, vertelt zijn vader. Vorige week vrijdag vonden ze hem aan het eind van de dag terug in de dichtstbijzijnde stad. „Wie weet hoeveel sigaretten hij in de tussentijd had gerookt?”

Ilhams moeder kan zijn woedeaanvallen niet meer aan, dus zijn vader gaat al weken niet naar zijn werk. Dit kan zo niet doorgaan. Als het aan zijn moeder ligt, moet iemand anders maar voor Ilham gaan zorgen.