WO II als cinefiel spel

Inglourious BasterdsVeronica, 22.15 - 01.25 uur

Over de films van Quentin Tarantino kun je uren discussiëren. Is hij een briljant wonderkind die met zijn voorliefde voor obscure genrefilms en leuke verwijzingen naar populaire cultuur een onmiskenbare bijdrage levert aan de filmgeschiedenis? Of is hij juist een plunderaar van die filmhistorie, die schaamteloos scènes bij elkaar jat, ze in de postmoderne blender gooit en het resultaat presenteert als iets nieuws? Bij Inglourious Basterds, zijn ode aan de oorlogsfilm, kwam daar ook nog een morele dimensie bij. Deze krant vroeg zich bij de première in 2009 af: „Kun je een groep joods-Amerikaanse soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog afschilderen als een bende psycho’s die zich van dezelfde bloeddorstige methoden bedienen als de nazi’s?”

Het groepje soldaten, de ‘inglourious basterds’, heeft zich ten doel gesteld zoveel mogelijk nazi’s te vermoorden. Als ze horen dat zowel Hitler als Goebbels en nog wat andere hooggeplaatsten een filmpremière zullen bijwonen in een Parijse bioscoop vatten ze het plan op deze kopstukken te vermoorden. Ondertussen worden ze op de hielen gezeten door een uiterst sluwe SS’er, Hans Landa (doorbraakrol van Christoph Waltz).

Tarantino maakt puzzels van duizend stukjes die niets met de werkelijkheid te maken hebben. Zijn fans ontlenen veel plezier aan de poging te achterhalen waar de puzzelstukjes vandaan komen. Maar je kunt je ook ergeren aan het feit dat voor Tarantino filmgeschiedenis belangrijker is dan geschiedenis: de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog zijn hier een cinefiel spelletje geworden. Afhaken mag, maar pas na de briljante openingssequentie waarin Landa een Franse boer verhoort die onderduikers verbergt. Bloedspannend.

André Waardenburg