Vorden buigt het hoofd voor Adolf en Gottlieb

Op de begraafplaats in Vorden stonden beveiligers achter bomen en de burgemeester mocht niet lopen waar hij wilde. Duitsers herdenken op 4 mei blijft omstreden.

Enzo van Steenbergen

In stilte lopen honderden mensen langs een grafmonument voor Duitse soldaten op de begraafplaats in Vorden. Ze staan even stil en buigen hun hoofd. Voor Adolf Hild, voor Gottlieb Ritter, Hugo Fritz en zeven andere Duitse militairen die de Tweede Wereldoorlog niet overleefden. Verscholen tussen de bomen kijken beveiligers toe. Burgemeester Henk Aalderink loopt niet mee langs de Duitse graven. Hij is met een beteuterd gezicht achtergebleven bij de Nederlandse vlag, op 25 meter afstand.

De dodenherdenking vrijdagavond in Vorden was omstreden. Het lokale 4 mei comité had besloten voor het eerst ook de tien Duitse gesneuvelde militairen die op de begraafplaats liggen officieel te gedenken. Een woedend Federatief Joods Nederland (FJN) begon een rechtszaak over deze „smakeloze onrechtmatige daad tegenover de slachtoffers”.

Enkele uren voordat de herdenking zou plaatsvinden, bepaalde de rechtbank in Zutphen dat deze door mocht gaan, maar dat burgemeester Aalderink niet langs de Duitse graven mocht lopen. „Herdenken van Duitse soldaten kan passend zijn, maar niet op 4 mei en niet in één adem met de herdenking van slachtoffers van het nazi-bewind”, aldus de rechtbank. Een teleurstelling voor het comité, dat het „67 jaar na dato” tijd vond voor verbroedering en verzoening. Ook omdat veel Duitse militairen gedwongen waren om in dienst te gaan.

Herman Loonstein, de advocaat van Federatief Joods Nederland, werd na afloop van de zaak direct gebeld door oud-verzetsstrijders uit het hele land, die hem gelukwensten. Loonstein: „Dit is baanbrekend. Een vernietigend oordeel voor de burgemeester en een teken voor alle 4 mei comités, ook voor volgende jaren.” Loonstein vindt het jammer dat hij „pas vanmorgen” hoorde dat op Schiermonnikoog jaarlijks tijdens Dodenherdenking het Duitse volkslied wordt gespeeld. „Want met deze uitspraak in de hand hadden we dat kunnen voorkomen.”

De herdenking in Vorden verliep rustig. Geruchten dat neonazi’s de bijeenkomst wilden verstoren bleken onzin. Wel liet de Joodse belangengroep Tradition is our future (TOF) rond vijf uur een protestvliegtuig over het dorpje met 5.000 inwoners vliegen met een spandoek: „Vorden is fout.”

Terwijl de ongeveer vierhonderd aanwezigen op de begraafplaats bijna allemaal hun eer betuigden aan de gevallen Duitsers, liep één een man in zijn eentje naar de graven van de geallieerden. Liefdevol strijkt Frits Gies (82) er met een vlag over het marmer. Hij is teleurgesteld in de andere mensen op de begraafplaats. „In de oorlog hebben we ook gezien dat Nederlanders niet altijd de rug recht houden. Dat zie je nu ook. Niemand zegt ‘nee’. Dat doet pijn. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het ook belangrijk om de Duitse gevallenen te herdenken, maar niet op 4 mei. Dat zou zo’n burgemeester toch moeten kunnen begrijpen.”

Gies was tijdens de oorlog zelf ondergedoken. Begin mei is voor hem nog elk jaar bijzonder: „Ik slaap niet goed, veel emotie komt terug. De mensen die nu herdacht worden waren niet per se slecht, maar ze vertegenwoordigen een verkeerd systeem. Een systeem dat ik niet lust.”