Tafelgenoten,

Een toost op de vrijheid. Nooit gedacht dat het zo moeilijk zou zijn. Veel liever dan op dat vage begrip had ik vandaag een toost uitgebracht op de vriendschap, op een vijand, op een appel of een spijker.

Misschien klinkt dat raar of zelfs ondankbaar van iemand die opgroeide in het meest vrije land ter wereld, maar dat is het hem nu juist: bij ons is dat aangeboren. Vrijheid is er gewoon, zoals een been opwipt wanneer je ertegen tikt. Het moet hier ergens zitten – maar waar…?

Nou, proost dan maar, vrijheid.

Als u nu denkt dat ik de feestvreugde kom bederven: wees gerust. Ik ben enorm vrolijk vandaag. Er is drank, eten, er zijn vrienden en ik vertrek vannacht waarschijnlijk als laatste. Hoezee!

Maar het punt is dat ik mijn vrijheid elke dag al vier. Ik merk weinig verschil, word er soms zelfs een beetje moe van: ik zeg voortdurend wat ik denk, vervolgens doe ik wat ik zeg, dan twitter ik weer wat ik doe, en ik doe sowieso altijd alles wat ik wil. Als ik zin heb, trek ik nu, hier ter plekke, mijn broek uit. Gewoon, omdat ik het waard ben.

Ieder zijn vrijheid. De ene brult op 4 mei de boel bij elkaar, de ander hangt live op tv een strijkijzer aan zijn piemel, en een derde opent een meldpunt. Wie houdt me tegen.

En natuurlijk lees ik bij het eten ontzet alle krantenartikelen over Syrië, Soedan, China, Oekraïne, Birma. Daarna gooi ik een dvd’tje erin. Het is mijn vrije avond.

Soms word ik bang van mijn vrijheid. Ze is zo alomtegenwoordig aanwezig dat ik haar niet meer voel. Licht als ether is ze geworden.

Kent u dat stofje? Ether? Vroeger, voor de uitvinding van de radio, was ether overal. Iedereen kende het, het moest een soort chemische substantie zijn. En het rare aan ether was: niemand wist hoe het eruit zag of wat het precies inhield. Maar het wás iets, dat wisten de wetenschappers zeker, wat zich overal om ons heen zou bevinden, zelfs in de ruimte tussen onze atomen. Ether drong tot alles door, zei men: ze was gewichtloos, geurloos, smaakloos, kleurloos. En daarom helaas ook onvindbaar.

Het duurde tot het begin van de 20e eeuw voor wetenschappers beteuterd vaststelden dat er een betere reden was voor haar onvindbaarheid: het spul bestond gewoon helemaal niet. Wat zij aldoor voor ether hadden aangezien was niets anders dan het vacuüm. Leegte.

Ik heb dat altijd een grappig verhaal gevonden. Maar vandaag besef ik: misschien lijkt onze vrijheid wel op ether. Als élk shockerend gedrag, iedere provocatie in Nederland als een gezonde uiting van democratie wordt opgevat, als alle grenzen – tussen privé en openbaar, tussen de straat en de Tweede Kamer, tussen lulkoek en noodzaak – worden afgebroken, ja als onze vrijheid altijd overal doordringt – waar is zij dan nog?

Vacuüm. Leegte.

Ik voel het niet.

Toch was nog maar kort geleden vrijheid in Nederland zo tastbaar als een brood, een spijker, een appel. Een homo. Zigeuner. Jood.

Je kon toen de vrijheid oppakken, als een zware koffer met loden letters, om in het geheim het woord ‘vrijheid’ af te drukken. De prijs voor dat woordje was een kogel.

En in Syrië, Soedan, China, Oekraïne en Birma is die vrijheid ook vandaag nog pijnlijk concreet, juist door haar afwezigheid. Vorig jaar ontmoette ik in Rangoon de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi, die na 21 jaar van haar huisarrest was ontheven. Ik legde haar voor met welk gemak ik in Nederland met mijn vrijheid omging, hoe vanzelfsprekend het was, als ademhalen. „Totdat je stikt”, glimlachte ze. „Dan ervaar je al snel de waarde van adem.”

Niet alleen Aung San Suu Kyi, alle Birmezen die ik sprak tijdens die reis hadden een helder idee van vrijheid in hun hoofd.

Ik wil dat ook.

Ik wil niet dat mijn vrijheid licht wordt als ether. Ik wil dat ze bestaat.

Ik wil haar voelen.

Beste tafelgenoten, ik zou willen proosten, niet op de verworvenheden van onze vrijheid (want die zijn gratis). Laat ons proosten op haar waarde, haar last en haar gewicht.

tafelgenoten

Al wie dit hoort: schrikt niet.Peinst niet dat ik echt in ’t radiomachienof in uw woonst verborgen zit – hier klinktuw eigen onbekende stem van ether.Modern-kekke mens, komt toch aan tafellaat ons een kleine geschiedenis eten.

Hangt eerst uw beleefdheden in de gang.Legt goede smaak op de bestemde plank.Veegt voeten, handen, eigenschappen.Trekt uw beroep uit. Laat u zich gaan.Staat u mij toe de laatste dromenen vaste lastjes van u af te slaan.

Ik moet u, als in vroeger dagen vragen het ras voorzichtig los te pellen.Afkomst verwijderen, kleur ontkennen.Wandelt nu rond, geheel doorschijnenddoor alle lege kamers van het lijf.Doden gelijk. En o ja: zeg jij tegen mij.

We zijn nu bijna zonder opsmuk. Ontkleed je. Ga nu door tot op de huid.Kijken we samen naar je buik, je rugtien vingers, één navel, het vet in je zijalle botten, wervels en kiezen verzameldalle trilharen aan tafel. Dat ben jij.

En in deze schaamte zijn wij vrij.Ik proost vandaag op onze naaktheidin de hoop dat niemand ooithet werelddeel in je ontdektje longen bezet, opvult met hongeren zijn geloof in je plant als een schoffel.

Zet je schrap tegen mij. Alleen hierin weerloosheid zijn we vrij.