Stokstaartje wordt langzaam slim

Wie niet sterk is, moet slim zijn. Bij stokstaartjes is dat net zo als bij mensen. Er zijn bazen die het eten van anderen afpakken als het zo uitkomt. En er zijn ondergeschikten die hun kostje slim bij elkaar moeten scharrelen.

Dat zagen biologen die in Zuid-Afrika groepen wilde stokstaartjes bestudeerden. In elk van die groepen zaten pups (jonger dan drie maanden), jonkies (drie tot zes maanden), jongvolwassenen (zes tot twaalf maanden) en volwassenen (ouder dan een jaar). En elke groep had een baas en een bazin.

Eerder hadden de biologen al gezien dat die groepen zo hun eigen gewoontes hadden. De ene groep stond vroeg op om insecten te vangen en verse schorpioenen. De andere groep sliep liever uit.

Dit keer deden de biologen nog iets extra’s. ’s Morgens in alle vroegte zetten ze doorzichtige bakjes voor de holen van de stokstaartjes. Met zo’n lekkere schorpioen erin.

De bakjes hadden verschillende vormen, maar één ding was steeds hetzelfde: het deksel was gekleurd. Soms moesten stokstaartjes dat gekleurde deksel ronddraaien of wegschuiven om de schorpioen te pakken te krijgen. En soms was het van zilverfolie dat ze – als ze slim waren! – konden openscheuren.

Deden ze dat ook?

Nou, de bazen waren liever lui. En jonge stokstaartjes probeerden de schorpioen wel te pakken, maar kwamen er niet achter hoe dat moest. Alleen volwassen, ondergeschikte stokstaartjes visten na veel gepruts de schorpioen op – yes!

Toch waren deze stokstaartjes niet per se superslim. Ze hadden bijvoorbeeld niet door dat de opening altijd achter het gekleurde deksel zat. Stond er een ander soort bakje, dan begonnen ze gewoon weer aan de doorzichtige wanden te krabben.

Het verschil zat hem in: geduld. Ze gaven niet op. Dat maakte ze uiteindelijk slimmer dan de rest.

De biologen hadden vooraf wel de giftige angel van de schorpioen weggehaald. Gelukkig maar. Stel je voor dat het geduldige gepruts beloond was met een dodelijke prik: dat zou te zielig zijn geweest.

Margriet van der Heijden