Privacyschending als volwaardig betaalmiddel

Auteur: Peter Olsthoorn

Titel: De macht van Facebook – onweerstaanbaar

Uitgeverij: Elikser, 2012 ISBN: 9789089544162, 470 p. 29,90 euro.

Auteur: Dimitri Tokmetzis

Titel: De digitale schaduw

Uitgeverij: Spectrum, 2012 ISBN: 9789000306343, 220 p. 14,99 euro.

Twee ervaren Nederlandse internetjournalisten publiceren allebei een boek over privacy. Peter Olsthoorn, die eerder schreef over de macht van Google, werpt zich nu op sociaal netwerk Facebook: de plek waar 900 miljoen gebruikers vrijwillig hun leven delen met de buitenwereld en adverteerders. Onderzoeksjournalist Dimitri Tokmetzis, die onder meer schrijft voor NRC Handelsblad, legt in De digitale schaduw uit op welke manieren onze persoonlijke gegevens in databases belanden, zonder dat we het weten.

De macht van Facebook verschijnt aan de vooravond van de beursgang van het bedrijf. Het boek is actueel, hoewel de miljardenovername van fotoapplicatie Instagram net buiten de deadline viel. Dat doet echter geen afbreuk aan de gedetailleerde uitleg van het sociale netwerk, vaak met een knipoog en puttend uit eigen ervaringen.

Olsthoorn wil onder meer ontdekken hoe „sluw” Facebook met de privacy van zijn gebruikers omgaat en vuurt in een moordend tempo feiten, cijfers, anekdotes, meningen en achtergrondinformatie op de lezer af. Die moet wel een ervaren Facebook-gebruiker zijn, want er staat geen afbeelding of grafisch overzicht van alle Facebook-onderdelen in het boek.

Van de 25 hoofdstukken zijn er 7 gewijd aan de manier waarop Facebook data verzamelt en exploiteert, al dan niet in strijd met de gebruiksvoorwaarden. Maar Facebook-gebruikers hebben vaak geen notie van hun privacy: ze offeren graag eigen gegevens op om de nieuwsgierigheid te bevredigen naar „vriendjes van vroeger en die flirt van een voorbije juniavond”.

Olsthoorn veroordeelt die glurende, ijdele „homo Facebookius” niet. Ook steekt hij zijn bewondering voor Facebook-oprichter Mark Zuckerberg niet onder stoelen of banken. Maar ‘Suikerberg’ moet zijn gebruikers wel meer controle geven over hun Facebook-profielen.

Persoonsgegevens horen een volwaardig betaalmiddel in de aandachtseconomie te zijn: „Privacy moet concrete en vooral bewuste waarde krijgen in commercieel verkeer. Die waarde kun je overdragen. In zo’n model krijgen bedrijven persoonlijke data of toestemming om die te verzamelen, gelimiteerd voor een periode.”

Terwijl De macht van Facebook soms van de hak op de tak springt door de stijlwisselingen, is De Digitale Schaduw van Dimitri Tokmetzis een strak geregisseerde rondleiding langs allerlei vormen van surveillance in het digitale domein. Het boek begint met Ron Kowsoleea, die gebukt gaat onder een verkeerde registratie in de (politie-)database en zijn leven in een hel zag veranderen.

Verzekeraars, werkgevers en marketeers breiden databases telkens uit om risico’s te vermijden en kosten te besparen. Ook politici hebben er een handje van om databases vol profielen aan te leggen, in de hoop de samenleving te behoeden voor alle denkbare onheil – „extreem preventiedenken”.

Zo groeit onze digitale schaduw, een cocktail van allerlei databanken; van elektronisch kinddossier tot erfelijkheidsonderzoek, van cameratoezicht tot kentekenregistratie. Bedrijven proberen hun klanten continu te classificeren, waarbij je postcode bepaalt of je een interessante consument bent.

Is dit erg? Vaak is er sprake van „uitruil” van persoonlijke gegevens met gratis webdiensten, als Gmail of Dropbox. Maar je gegevens moeten wel verifieerbaar zijn, stelt Tokmetzis. De consument, de burger, de reiziger, de werknemer: ze moeten zelf weer controle krijgen over hun data. Statistische (voor)oordelen zijn te vaak gebaseerd op foutieve informatie. Bovendien, zo concludeert Tokmetzis enigszins opgelucht, is het leven veel te complex om te voorspellen: een mens is meer dan een profiel.