Populistische zigzag van de grote partijen

De restrictieve immigratietaal van de middenpartijen werd vorige week na maanden met de PVV in de ban gedaan. Nu de PVV zich richt op Europa, staan ze voor een nieuw probleem, stelt Amber Davis.

Nederland nam twee weken geleden afscheid van de PVV als gedoogpartner van de regering. De Kunduzcoalitie maakte korte metten met de beleidsvoorstellen van PVV-leider Geert Wilders. Zonder blikken of blozen ontpopte premier Rutte zich tot een progressief politicus.

Dubbele nationaliteit? Blijft. Het boerkaverbod? Ach. Wilders bleef mokkend achter in de oppositiebankjes. Anderhalf jaar gedogen werd in anderhalve dag teruggedraaid.

In mijn onlangs uit gekomen proefschrift voorspel ik deze zigzagdynamiek waarin Nederland uniek is. Als het maar even kan, trekken de middenpartijen hun handen af van het immigratiedebat. Alleen ‘als het moet’, omdat een anti-immigratiepartij een bedreiging vormt voor de gevestigde partijen, komen ze voor de dag met restrictieve immigratietaal.

Dit gebeurde in 2002 met Pim Fortuyn en in 2010 met de opkomst van Wilders. In de tussenliggende verkiezing van 2006, waarin Wilders niet werd gezien als een bedreiging, schoven partijen en bloc terug naar meer progressieve posities, vergelijkbaar met die van voor 2002 – alsof er in de tussentijd niets is gebeurd.

Partijen hebben twee redenen om dit te doen.

Ten eerste hebben politieke elites vaak progressievere voorkeuren dan de gemiddelde kiezer. Zonder dreiging van een anti-immigratiepartij kunnen ze deze voorkeuren collectief opleggen aan de kiezer.

Ten tweede – wellicht nog belangrijker – verdeelt het immigratiedossier de achterban van de middenpartijen PvdA, CDA en VVD. Mijn analyses tonen dat deze middenpartijen de grote verliezers dreigen te worden van verdeeldheid als immigratie een belangrijk verkiezingsonderwerp is. Dit hebben ze liever niet. Voor GroenLinks, SP en D66 ligt het anders. Hun achterban heeft een veel eenduidiger voorkeur op het immigratiedossier.

Tot vreugde en opluchting van het politieke midden mag het immigratiedossier dus weer in de koelkast. Wilders kan worden genegeerd. Hij is voorlopig niet relevant – noch als partner, noch als opponent.

Toch is de race is nog niet gelopen. Wilders lijkt de andere partijen opnieuw een stap voor. Immigratie? Dat is zó 2010. Het is nu tijd voor een debat over Europa. Nadat het Catshuisakkoord klapte, kondigde Wilders direct Europa aan als belangrijkste thema. Vanuit New York liet hij deze week weten dat Nederland maar beter uit de Europese Unie kan stappen. Er is geen betere plek om dit standpunt te verwoorden dan vanuit de oppositie.

Europa is precies zo’n zelfde thema als immigratie. Politieke elites hebben progressievere voorkeuren dan kiezers. Bovendien verdeelt Europa de middenpartijen, waar ze de partijen op de flanken versterkt. Als zo’n thema belangrijk wordt, dreigen middenpartijen kiezers te verliezen aan beide kanten van het politieke spectrum. Zie bijvoorbeeld de politieke flater van voorzitter Diederik Samsom van de PvdA-fractie. Met zijn streven naar naar een begrotingstekort van 3,6 procent en een poging tot nuance verloor hij niet alleen invloed, maar ook kiezers.

Zo’n issue is een opsteker voor zowel het contrakamp van de PVV en de SP als voor het prokamp van GroenLinks en D66. De middenpartijen zitten vast aan Brussel en kunnen, door hun verdeelde achterban, alleen maar verliezen. De VVD heeft het voordeel dat de bezuinigingsretoriek van Brussel hand in hand gaat met haar eigen nadruk op het ‘op orde brengen van het huishoudboekje’. De PvdA en het CDA worden weer in een politieke spagaat gedwongen – eentje waarbij Wilders zijn vingers aflikt.

Dr. Amber Davis is politicoloog aan het European University Institute in Florence. Ze schreef het proefschrift The Impact of Anti-Immigration Parties on Mainstream Parties.