Op vreemde hoogte

De tweede generatie Mercedes-Benz B-klasse is geen stationcar en geen midi-MPV. Maar wat is het dan wel?

De Mercedes Benz B-klasse en verkoopadviseur personenwagens Jaap Kea, gefotografeerd bij Stern Auto B.V. in Amstelveen. Lars van den Brink

Het spreekwoord wil dat wie A zegt, ook B moet zeggen. Zo is het bij de Mercedes-Benz B-klasse in elk geval letterlijk gegaan. Het verhaal achter de Mercedes-Benz B-klasse begint immers bij de A-klasse. Met de ‘A’ probeerde Mercedes eind vorige eeuw te penetreren in de – door de Volkswagen Golf gedomineerde – compacte middenklasse. Belangrijkste wapens voor die Baby-Benz waren voorwielaandrijving (een doorbraak voor Mercedes) en een dubbele bodem, die bedoeld was om in de toekomst accupakketten of zelfs waterstoftanks te verbergen. Bovendien kon, bij een frontale aanrijding, de motor ónder die bodem schuiven en dat was wel zo veilig.

De A-klasse werd geen daverende verkooptopper. De in 2004 gelanceerde B-klasse , was wel een succes, er zijn zelfs perioden geweest waarin de B-klasse het best verkochte Mercedes-model was.

Maar de laatste jaren ging het minder crescendo met de B-klasse en dan kun je als fabrikant twee dingen doen. Je neemt je verlies en richt je op je andere modellen óf je waagt een nieuwe poging met een geheel nieuwe versie. Mercedes koos voor het laatste en bracht een compleet herziene B-klasse uit. Met een nieuwe bodemplaat, een nieuw veiligheidsconcept, nieuw ontwikkelde motoren en daarbij passende nieuwe versnellingsbakken. In marketingtaal heette het dat Mercedes nog nooit een bestaand model zó intensief had aangepakt en hoewel ik wantrouwig word van dat soort teksten, denk ik dat er in het geval van de B-klasse een kern van waarheid in zit.

Eén van de minpunten van de vorige B-klasse was dat er een overwegend ouder publiek in rondreed. Terwijl Mercedes nou juist zo graag jonge gezinnen tot zijn cliëntèle wil rekenen. Daarom is het interieur behoorlijk opgepimpt, met ventilatieroosters die je eerder in een vliegtuig zou verwachten, een mooi vormgegeven dashboard en een heel aangenaam in de hand liggend, driespaaks stuurwiel. Verder is er gebruik gemaakt van hoogwaardige materialen, zitten de stoelen voortreffelijk en met die driepuntige ster in de naaf van het stuurwiel zou elke B-bestuurder het Mercedesgevoel moeten krijgen.

Hoge zit

Toch gebeurde dat bij mij niet en het duurde vrij lang voordat ik erachter kwam waardoor dat veroorzaakt werd. Ik heb inmiddels in heel wat Mercedessen gereden maar de B-klasse voelt toch anders. Dat komt door de zitpositie. Die is – ondanks het feit dat de stoelen ten opzichte van het vorige model acht centimeter verlaagd zijn – vreemd hoog en daardoor zit je in de B anders ten opzichte van het stuur dan in andere Benzen. Een woordvoerder van de importeur zei me dat die hoge zit natuurlijk te maken heeft met het MPV-concept van de B-klasse, maar als ruimteauto komt de auto óók weer niet uit de verf. Daarvoor is zitpositie nu net weer te laag en bovendien heeft de Mercedes – in tegenstelling tot concurrenten als de Renault Scénic, de Ford C-MAX en (vooral) de Opel Zafira – een weinig flexibel interieur. Geen uitneembare of verschuifbare stoelen en evenmin de mogelijkheid van een derde zitrij. De enige functionaliteit die het interieur biedt, is het neerklappen van de achterbank. Maar ja, dat had de Renault 16 van 1964 ook al.

Wat resteert is een goed rijdende, stoer en breed ogende vijfpersoons auto, met een spannend lijnenspel in de carrosserie en met een motor die – dankzij een opvallend hoog koppel bij lage toerentallen – soepel voor de dag komt zonder echt sportief te worden. De bediening roept geen vragen op, het is voor nieuwkomers alleen even wennen aan het feit dat – typisch Mercedes – de ruitenwissers bediend worden via de linker stuurstengel. Een eco-stand, stop/start systeem en schakelindicatoren helpen om het verbruik omlaag te krijgen naar een aanvaardbaar gemiddelde van ruim één op veertien. Maar het sterkste punt van de B-klasse is misschien wel zijn prijs. Kijk maar eens in de kolom hiernaast: voor hetzelfde geld als voor een Ford, Renault of Opel kun je nu Mercedes rijden. Dat zijn realistische sterallures.