Netwerken zonder vlotte babbel

Netwerken is dé manier om een nieuwe baan te vinden. Maar hoe doe je dat? Het is meer dan borrels aflopen en visitekaartjes uitdelen. „Laat mogelijke werkgevers zien wie je bent en wat je kunt. Zie het als een flirt.”

Het zal je maar gebeuren: je wordt ontslagen en je hebt geen vlotte babbel en geen cv waar alle deuren automatisch van opengaan. Het overkomt velen in deze economische crisis. Ze hebben vaak jaren in hetzelfde bedrijf gewerkt en zijn meestal niet zo bedreven meer in solliciteren. Dan kun je wel steeds schriftelijk blijven solliciteren, tientallen tot honderden keren, maar dat werkt niet. Je kunt veel beter het heft in eigen hand nemen. Hup, netwerken!

En daar doemt voor veel mensen een nieuw probleem op: ze vinden netwerken eng, vinden zichzelf opdringerig en hébben helemaal geen netwerk, denken ze.

„Netwerken roept bij veel mensen angst op”, zegt Rob van Eeden, loopbaanbegeleider en auteur van diverse boeken over netwerken. „Ze zijn bang om over te komen als een bedelaar als ze de hulp van anderen inschakelen bij het zoeken naar werk. Bovendien zitten ze nog in de rouw over het verlies van hun baan.”

Toch is netwerken ontzettend belangrijk bij het vinden van werk. Volgens een heel grove schatting van Van Eeden staat ruim de helft van de vacatures niet in de krant. En van die andere helft is circa 50 procent al intern vergeven.

„Als je mensen in paniek gaat vragen om werk, dan is dat geen netwerken, maar bedelen”, vindt Richard Engelfriet, coach, columnist, dagvoorzitter en nog veel meer. Het tijdschrift Intermediair omschreef hem enkele jaren geleden als ‘Nederlands meest ultieme netwerker’. „Je moet eerst ‘flirten’: laten zien wie je bent en wat je kunt. Ik adviseer mensen vaak om een klus te doen en het resultaat aan anderen te laten zien. Laat anderen ervaren wie je bent. Het is net als bij een huwelijk, je vraagt iemand vijf minuten na de kennismaking ook niet of hij of zij met je wil trouwen.”

Een ander misverstand rond netwerken is, volgens Engelfriet, dat netwerken neerkomt op borrels aflopen en opscheppen over jezelf. „Ik omschrijf netwerken als: een actieve en respectvolle manier van omgaan met relaties.” Van Eeden: „Luisteren en vertellen en dat op een aardige manier, meer is het niet.”

En dat kan iedereen op zijn eigen manier doen: lid worden van de Rotary, veel twitteren, vrijwilligerswerk doen, blogs schrijven, koffie drinken met relaties. Netwerken is altijd wederkerig, zegt Engelfriet: „Wat kun jij voor mij doen en wat kan ik voor jou doen? Je hebt er geen specifieke eigenschappen voor nodig, alleen de bereidheid om anderen te helpen en het geduld om een netwerk op te bouwen en erin te investeren.”

Van Eeden hanteert als loopbaanbegeleider een strak schema voor mensen die nieuw werk moeten zoeken. Eerst moeten ze de tijd nemen om uit te huilen. „Je baan verliezen is heel, heel erg. Ook als je een zak geld meekrijgt. Je kunt er letterlijk ziek van worden.” Intussen kun je gaan bedenken wat je wilt: je talenten beschrijven, de dingen waar je van geniet, wat je per se niet wilt, etcetera. „In één of twee maanden kun je zo een helder beeld krijgen van wat je wilt en waar je goed in bent.”

Vervolgens moet je je netwerk in kaart brengen en een top tien opstellen van mensen met wie je het eerst gaat praten. „Niet mensen die wellicht een baan voor je hebben, maar mensen met netwerken en ideeën. Al pratend met dat soort mensen ontwikkel je nieuwe denkbeelden.”

Hij noemt het voorbeeld van de keukenverkoper die het helemaal gehad had met zijn baan en ander werk zocht. Hij wilde iets met natuur en milieu, maar had geen enkele opleiding in die richting. Al pratend met allerlei mensen kreeg hij het advies om bij de politie te gaan, omdat je daar ook veel te maken krijgt met milieukwesties. „Dat advies heeft hij opgevolgd. Als agent ontdekte hij dat hij het leuk vond om met jongeren om te gaan en dat is nu zijn specialiteit.”

Klinkt redelijk simpel. Maar kun je léren netwerken, als je geen stralende lach hebt en niet altijd haantje de voorste bent? Zeker, zegt Van Eeden. „Tien procent van de mensen is een geboren netwerker en tien procent kan het echt niet. Dat zijn nerds die de hele dag met hun neus bovenop een computer zitten of alleen maar met gereedschap in de weer zijn. De overige 80 procent kan het leren of verbeteren.” Een enkele keer heeft hij als loopbaanbegeleider de rol van bemiddelaar op zich genomen en zelf een werkgever gebeld: ‘Ik heb hier een heel goede kracht, maar over zijn kwaliteiten praten lukt ’m niet.’ „Meestal hielp dat.”

Een van de extreemste gevallen die Van Eeden in zijn loopbaanpraktijk meemaakte, was een afgestudeerd econoom die nog thuis woonde. Hij had nooit een passende baan gevonden en was in een bouwmarkt gaan werken. Hij had nauwelijks een netwerk. Hij kende alleen zijn ouders, zijn zus en zijn opa. „Hij kreeg van mij de opdracht om het netwerken te oefenen met zijn zus en zijn opa. Beiden bleken tot zijn stomme verbazing veel nuttige mensen te kennen. Via contacten bij het bedrijf waar zijn reeds lang gepensioneerde opa ooit had gewerkt, vond hij passend werk.”

Een andere mogelijkheid om heel introverte mensen toch op weg te helpen richting nieuw werk, is ze bij elkaar zetten, zegt Engelfriet. Hij noemt het voorbeeld van een experiment bij een voormalig Arbeidsbureau: een aantal timide 55-plussers moest verscheidene malen koffie drinken met elkaar. Gaandeweg durfden ze hun verhaal te doen en gingen ze meedenken met elkaar. „Het percentage mensen dat op die manier uiteindelijk weer werk vond, was heel groot.”

Als je netwerken eng vindt, zijn kleine stapjes belangrijk, aldus Engelfriet. „Begin met eenvoudige gesprekken, met bijvoorbeeld een oud-collega, een oud-docent of je zwager, mensen die je goed kennen en bij wie je je op je gemak voelt. Vertel wat je wilt en vraag om een reactie. Vind je zelfs dat te griezelig, dan kun je je verhaal ook op papier zetten en laten lezen aan vertrouwelingen. Die zullen dan zeker met je gaan meedenken. De tweede stap is die mensen vragen of ze mensen kennen die interessant voor jou zouden kunnen zijn. Het kan niet anders of al netwerkend kom je uiteindelijk uit bij iemand die je aan werk kan helpen”, aldus Engelfriet. „Vergeet niet dat het ook voor een werkgever fijn is om iemand aan te nemen die hij via-via kent in plaats van uit tweehonderd sollicitatiebrieven een volslagen onbekende te moeten kiezen.”