Misselijk van hapklare brokken wetenschap

Je reinste wetenschap. Over gezondheid, veiligheid en andere onzin. Hans van Maanen, Uitgeverij Contact, Amsterdam, 215 blz., € 16,95

Meer dan ooit moeten wetenschapsjournalisten zich kritisch opstellen tegenover het almaar groeiende nieuwsaanbod. Aansprekende resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden tegenwoordig in persberichten door de afdeling Voorlichting in hapklare brokken en voorzien van illustraties en citaten opgediend.

Het kan allemaal zo de krant in. Maar dan liggen fouten op de loer: conclusies van een wetenschappelijke studie zijn maar al te vaak opgeklopt, de gebruikte methode rammelt aan alle kanten of wetenschappers hebben andere belangen. Veel haalt de krant dan ook niet, maar datgene wat wél wordt gepubliceerd biedt wetenschapsjournalist Hans van Maanen al sinds 2003 voldoende stof voor zijn rubriek ‘Twijfel’ in de wetenschapsbijlage van de Volkskrant.

Zijn columns verschenen al in verscheidene bundels. Van Maanens nieuwste heeft de mooie titel Je reinste wetenschap. In korte, soms bijzonder geestige stukjes ontmantelt Van Maanen de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek, veelal over gezondheid, ‘…omdat daarover onevenredig veel onzin wordt bericht’: dus nee, tandenpoetsen helpt niet tegen hart- en vaatziekten, de verhouding tussen de lengte van de wijs- en middelvinger zegt niets over academische prestaties, en diëten helpt niet om het geslacht van een kind te bepalen.

Soms wordt het hem wel erg makkelijk gemaakt een wetenschappelijk artikel onderuit te halen. Zeker als het in een weinig baanbrekend tijdschrift als het Journal of Disability and Human Development is verschenen. Zo toont Van Maanen aan hoe rampzalig slecht de statistische analyse is in een artikel over vrijetijdsbesteding van ouderen. De verantwoordelijke onderzoekster is haar positie niet waard, sterker nog, haar conclusies zijn volgens hem zelfs ‘perfide onzin’. Toch wijdde de Universiteit van Tilburg een persbericht aan de studie, dat zonder enige kritische analyse door het ANP en tal van kranten werd overgenomen. Ook de wetenschapsredacties van deze krant en Van Maanen’s eigen Volkskrant worden in dit opzicht niet gespaard, zij het aan de hand van minder foute voorbeelden.

Hij heeft er plezier in om werkelijk overal iets achter te zoeken. In veel statistische leerboeken wordt het verschil tussen een statistisch verband en een oorzakelijk verband geïllustreerd met het tegelijkertijd toenemen van het aantal geboorten in het Duitse stadje Oldenburg en de toename in dezelfde periode van de populatie ooievaars in de buurt. Velen kennen het voorbeeld en nemen het voor waar aan, of geven het door, maar niet Van Maanen. Hij achterhaalt wanneer dit mooie voorbeeld voor het eerst in de literatuur verscheen, en neemt vervolgens de auteurs de maat door in het bevolkingsregister van Oldenburg en de archieven van de Ornithologische Monatsberichte van 1936 te duiken. Dan blijkt dat de data helemaal niet zo duidelijk waren en dat zelfs in dit geval de waarheid geweld is aangedaan.

Het is niet verwonderlijk dat Je reinste wetenschap besluit met een roep om meer kritische wetenschapsjournalistiek. Van Maanen pleit hartstochtelijk voor een terugkeer naar de verslaggeverij, naar het handwerk van de journalist: niet alleen de conclusies weergeven, maar vertellen over de toedracht, over hoe iets zover heeft kunnen komen. De lezer dient geïnformeerd te worden ‘…over voors en tegens, over context en belangen, over geschiedenis en achtergronden.’