Met de rug naar Europa

Het zou overdreven zijn, om niet te zeggen overspannen, om te beweren dat het lot van Europa komende week wordt bepaald. Maar het is niet te veel gezegd dat er komende acht dagen veel op het spel staat. Er staan deze en volgende week zondag maar liefst vijf nationale of regionale verkiezingen op de rol.

In Frankrijk vindt morgen de tweede ronde voor de presidentsverkiezingen plaats. In Griekenland, Servië en Sleeswijk-Holstein zijn er verkiezingen voor respectievelijk president, parlement en landdag. En over een week volgen ook vervroegde verkiezingen in Noordrijn-Westfalen, de Duitse deelstaat die qua economisch en demografisch potentieel net zo belangrijk is als heel Nederland.

De internationaal minst invloedrijke nationale verkiezingen lijken zich af te spelen in Servië, een land dat nog niet verder is gekomen dan de vestibule van de Europese Unie. Maar toch reiken de verkiezingen er verder dan alleen Belgrado. Gemangeld door de crisis lijkt president Tadic lijkt af te steven op een nederlaag. Dat zou een slag zijn voor het appèl van Europa op de Balkan.

In Griekenland staat Europa zelf onder druk. Het politieke landschap is er versplinterd. Van de 32 partijen rekenen er 9 op zetels in het parlement, waarvan er 4 op de uiterste linker- en rechterflank opereren en geen Europese koers varen. Een grote coalitie van de aartsrivalen Nea Dimokratia en Pasok is de enige optie, maar zelfs deze twee partijen halen mogelijk geen meerderheid van stemmen, maar alleen een meerderheid in zetels.

Bij de landdagverkiezingen in Noordrijn-Westfalen staat over een week de positie van de FDP op het spel en daarmee, indirect, de christelijk-liberale regeringscoalitie van kanselier Merkel. Als de FDP in Düsseldorf de kiesdrempel niet haalt, is het einde van geel/zwart in Berlijn in zicht.

Maar ook als de FDP daar en in Sleeswijk-Holstein niet marginaliseert, kan Merkel niet gerust zijn. Want wint de socialist François Hollande morgen de Franse presidentsverkiezingen, dan zou het Europese speelveld weleens drastisch kunnen worden omgeploegd. Een overwinning van Hollande is hoe dan ook een nederlaag voor Merkel die, in haar streven het europact tussen Berlijn en Parijs ongeschonden overeind te houden, zelfs campagne wilde voeren voor Nicolas Sarkozy.

Ook de rest van Europa, Nederland incluis, zal worden geraakt als Hollandes debatretorica „ik, president der republiek” werkelijkheid wordt. Zijn verkiezingsprogramma staat haaks op het europact dat bijna alle EU-lidstaten dit jaar hebben onderschreven, maar nog niet geratificeerd. Het politieke alternatief van Hollande is een dubbele provocatie: hij wil de economie niet kapot bezuinigen en hij gaat ingrijpende hervormingen uit de weg.

Ongetwijfeld zal ook Hollande zich snel moeten aanpassen aan de realiteit, zeker als de financiële markten maandag op hol slaan na een nederlaag van Sarkozy. Maar intussen kan er veel schade zijn aangericht. Want waarom zouden de andere EU-landen het europact straks ratificeren als Frankrijk de regels naar eigen goeddunken gaat oprekken? En welke machtspositie heeft Merkel als haar partner FDP over een week op haar rug ligt?

Een kettingreactie ligt op de loer. Het primaire probleem is niet zozeer dat het stringente bezuinigingsbeleid wordt afgezwakt of uitgesteld tot na 2013. Het belangrijkste gevaar is dat de Europese eenheid verder wordt uitgehold. Want als er één grootste gemene deler is in de campagnes voor de verkiezingen van komende acht dagen, dan is het wel dat ze zo onthutsend on-Europees waren.

Electoraal strategisch is die slapheid verklaarbaar. Een Europees programma trekt slechts een minderheid van de kiezers. Maar het lijkt er ook op dat de moed ontbreekt om anti-Europese partijen te bestrijden. Ook in Nederland kan dat gaan gebeuren. Het omgekeerde zou juist gepast zijn. Anders dan tot nu toe is gebeurd in Frankrijk, Griekenland en Duitsland, moet pro-Europa nu eens echt worden ingezet bij verkiezingen.