Column

Mededeling aan de lezer: maak die mededeling helder en consequent

Elke week spreek ik wel een lezer die zegt „al vele jaren lid te zijn van uw krant” – waarna hij of zij losbarst in een tirade, lofzang of (meestal) iets ertussenin.

Dat taalgebruik, alsof de krant een vereniging is waar je lid van kunt worden, geeft aan dat de band tussen lezer en krant meer is dan die tussen een producent en een klant: wij maken iets, u koopt het – of niet. Lezers beschouwen de krant als een geestverwant, een huisvriend die elke dag over de vloer komt met nieuws en verhalen.

Daarom is het ook belangrijk hoe redactie, hoofdredactie en uitgever de lezer informeren over plannen, stunts of voorvallen met de krant.

De fraaie ‘getekende’ krant van afgelopen woensdag werd dan ook uitvoerig aangekondigd, en toegelicht in berichten aan de lezer.

Maar de korte mededeling dat er op Koninginnedag helemaal geen krant zou verschijnen, afgelopen zaterdag, viel bij sommige lezers verkeerd. De krant, stond er, zou niet uitkomen, want „door de verschillende festiviteiten in steden en dorpen is het ’s middags lastig de krant bezorgd te krijgen”.

Helemaal waar, maar voor deze lezers te summier toegelicht. Het was de eerste keer dat de krant op Koninginnedag niet zou uitkomen (behoudens keren dat die feestdag op zondag viel), dus hoe zat het met die logistieke problemen? Bittere grappen over uitslapende bezorgers waren niet van de lucht.

De ervaring leert al jaren dat het bezorgen van de krant die dag een gok is. De krant wordt na het ‘zakken’ van de pagina’s, om 13.30 uur, gedrukt tussen 14.10 en 15.00 uur op vier plaatsen in het land (Amsterdam, Rotterdam, Best en Apeldoorn). Vanaf 14.30 uur worden de kranten uitgereden naar honderden distributiepunten, vaak in het centrum van steden.

Maar op Koninginnedag zijn die steden zo volgepakt met feestvierders dat er geen doorkomen aan is. Bovendien, iedereen is tot laat in de avond Oranje, en tijd om de krant te lezen, als hij al komt, is schaars.

Elk jaar is het daarom een vraag: wel of niet een krant maken op Koninginnedag? Je moet dan wel hopen dat er niets groots gebeurt. Want al werd de krant niet overal bezorgd, goddank was de redactie aan het werk op Koninginnedag 2009, toen Karst T. het gaspedaal van zijn zwarte Suzuki indrukte.

Dit jaar werd er uiteindelijk voor gekozen geen krant te maken. Dat scheelt ook een som geld, voor een krant die waarschijnlijk veel lezers niet eens zal bereiken.

Maar de krant deed helaas ook niks anders en daar zijn betalende abonnees gevoelig voor. Je kunt bijvoorbeeld een digitale editie maken (de krant heeft nu ongeveer 17.000 digitale abonnees) en die onder alle abonnees verspreiden. Dat wordt nu dan ook overwogen voor eerstvolgende keren, mocht het weer zover komen, zegt de hoofdredacteur.

Behalve ruimhartig moeten mededelingen over de krant als het even kan ook consequent zijn, ook als het gaat om pijnlijke.

In de rubriek ‘Correcties en aanvullingen’ meldde de krant op 18 april dat uitspraken van een directeur van het Russische concern Lukoil in de krant (in het bericht Russisch concern Lukoil koopt tankstations, 13 april), „niet zijn gedaan tegenover de redacteur van NRC Handelsblad”, maar letterlijk waren ontleend aan berichten in de Volkskrant en Het Financieele Dagblad. „Deze twee bronnen hadden moeten worden vermeld in het bericht”, aldus de tekst van de correctie. „De hoofdredactie betreurt de ongeoorloofde werkwijze en onderzoekt de gang van zaken.”

Terecht. Maar wat kwam er dan uit dat onderzoek?

Andere media, zoals de Volkskrant, meldden die uitkomst wel, maar de eigen krant niet, en dat is vreemd. Wie een onderzoek aankondigt, moet natuurlijk ook laten weten hoe dat is afgelopen.

Dus wat gebeurde er?

De betrokken redacteur is grondig ondervraagd en inmiddels (tijdelijk) overgeplaatst naar een niet-schrijvende functie. Een forse, maar reële sanctie, lijkt mij, al vond een enkele buitenstaander hem nog mild. Je kan zoiets in elk geval niet door de vingers zien: de reputatie van de krant vereist dat exclusieve citaten die aan een ander medium worden ontleend, ook aan dat medium worden toegeschreven.

Maar een straffere of permanente maatregel zou hier niet passend zijn geweest, vind ik: het betrof een misstap van een redacteur met een respectabele staat van dienst – zijn eerdere werk werd in het onderzoek betrokken, en daarin werd niets dubieus aangetroffen.

Zo’n beroepsfout in een niet ondertekend nieuwsbericht, gemaakt onder (al dan niet zelfgemaakte) werkdruk voor de deadline, is toch nog altijd iets anders dan flagrant plagiaat (moedwillig pronken met andermans veren onder eigen naam) of langdurig bedrog.

Overigens zegt de redacteur dat hij voor de deadline nog wel bij Lukoil had gecheckt of de citaten die hij in het bericht had gebruikt, klopten. Maar goed, dan nog zijn het niet jouw citaten.

De redactie werd op 20 april per e-mail ingelicht, maar een vervolg op die ‘Correcties en aanvullingen’ schoot erbij in. Nu moet de krant ook zeker niet voortdurend over zichzelf beginnen, maar dit had wel moeten worden verteld.

Lezers hebben er best begrip voor dat een huisvriend soms iets moet uitleggen – of opbiechten.