Mag dat wel, een imam die homo’s beledigt?

NRC Handelsblad 5 mei 2001, Binnenland pagina 2

Brahim Bourzik (43) is in 2001 GroenLinks-raadslid te Rotterdam en directeur van de migrantenomroep in die stad. Actualiteitenrubriek Nova belt hem met de vraag wat de islam zegt over moslimjongeren die geweld gebruiken tegen homoseksuelen. „Ik dacht: dat is voor ons ook goed om te weten. Ik bel El Moumni.” Met Khalil El Moumni, de imam van de An Nasrmoskee, was en is Bourzik naar eigen zeggen goed bevriend.

Op 3 mei zendt Nova het interview uit. Nederland hoort El Moumni zeggen dat homoseksualiteit een zonde is en een besmettelijke ziekte. ‘Homo-uitspraak wellicht strafbaar’, kopt NRC Handelsblad 5 mei 2001. De toon is gezet, zeker als Het Parool ook nog citeert uit een prekenbundel van El Moumni: „De Europeanen staan lager dan honden of varkens. Homoseksualiteit komt bij die beesten immers niet voor.” Later blijkt Nova nuancerende opmerkingen te hebben weggelaten, zoals dat de islam verbiedt anderen lastig te vallen, en dat moslims iedereen met respect moeten behandelen.

El Moumni’s uitspraken, zullen de rechters oordelen, zijn niet strafbaar. Ze vallen onder de vrijheid van godsdienst. Voor Pim Fortuyn vallen ze onder de vrijheid van meningsuiting, die hij ook gebruikt om terug te slaan. „Het zijn uitingen van een achterlijke woestijncultuur, niet meer en niet minder”, reageert hij in zijn column in het weekblad Elsevier. Na de aanslagen in New York roept hij op tot een koude oorlog tegen de islam. Dat leidt tot een aangifte wegens discriminatie door onder meer de beweging ‘Een ander Marokkaans geluid’ – met Brahim Bourzik. Tot een rechtszaak komt het niet door zijn vroegtijdige dood.

Brahim Bourzik is later met het Nederlands Beraad Marokkanen ook ‘benadeelde partij’ in het Wildersproces. „Wij hebben kinderen en kleinkinderen”, zegt hij over zijn juridisch activisme. „Die willen het gevoel hebben dat ten minste één organisatie zijn mond opendoet voor hen. Marokkaanse jongens die oude vrouwen of homo’s lastigvallen moet je opsluiten, punt. Dat is een zaak voor de politie. Je kunt ons er niet op afrekenen.”

Begin 2004 moet Bourzik na onenigheid de Rotterdamse GroenLinksfractie verlaten en wordt hij als lid geroyeerd omdat hij weigert zijn raadszetel op te geven. El Moumni verlaat Nederland aan het eind van zijn aanstelling in 2006 zonder ooit nog een interview te hebben gegeven. Volgens Bourzik had Nova zijn vertrouwen ernstig beschaamd. Toch is de band met Nederland niet verbroken. „Hij komt nog geregeld lezingen geven.”

Na de rel duurt het nog vier jaar voordat het woord ‘haatimam’ de NRC-kolommen haalt – onder de kop ‘Sommige moslims missen humor’, januari 2005.