Jenever

Ivo Weyel adviseert: vier Koninginnedag voortaan in den vreemde.

Vorige week vierde ik Koninginnedag in een buitenlandse ambassade. Zoals gewoonlijk. Want met Koninginnedag kun je het beste weg zijn. Tenminste, als je – zoals ik – in de Amsterdamse binnenstad woont waar de hoempapa chaos niet te overzien is. Een kwestie van wegwezen naar welk buitenland dan ook, als er maar een Nederlandse ambassade of een consulaat is. Daar worden namelijk altijd Koninginnedagrecepties gehouden waar elke Nederlandse staatsburger welkom is op vertoon van zijn of haar paspoort. Een invitatie is niet nodig, gewoon met je paspoort aan de poort rammelen. En boy!, hebben die ambassades en residenties mooie poorten!

Eenmaal binnen word je steevast tegemoet getreden door dienbladen vol oranjebitter, blokjes kaas, leverworst en maatjesharing waarin Nederlandse vlaggetjes zijn gestoken. Bier, jenever, wijn en een sapje zijn immer de vloeibare geneugten die worden aangeboden en als je met een beetje gulle landsvertegenwoordiger te maken hebt, staat er ergens in de tuin een ijskraam voor de kinderen.

Toeristen zijn er nauwelijks – weinigen weten van deze traditie – dus zijn het de expats die elkaar daar treffen. Man en vrouw gehuld in oranje T-shirts. Sommigen tooien zich met een schuimrubberen kroon of Hup Holland Hup-pet en de grootste durfallen hebben de klompen van stal gehaald. In de schitterende Hongkongse residentie stond zelfs eens een goede doelentent opgesteld van Stichting Klomp (echt waar) waar je door artistieke lieden beschilderde klompen kon kopen ten faveure van de strijd tegen armoede.

Doorgaans wordt men lekker aangeschoten op zo’n borrel. Eerst de speech van de ambassadeur, gevolgd door drie keer ‘leve de koningin’ en dan gaat men los.

In Hongkong was het bankwezen oververtegenwoordigd. In het meer dan imposante stadspaleis van de consul generaal in Istanbul, waren er opvallend veel vaderlandse musici aanwezig die impromptu de cello en de harp ter hand namen. Het ging er een stuk voornamer aan toe dan in Hongkong. Geen klompen, weinig oranje en opvallend veel ridderordes in knoopsgaten.

In Stockholm ging het bijna mis. Ik stond met vrienden voor de poort, een man deed een luik open, bekeek ons en schudde van nee. We mochten er niet in, want te nonchalant gekleed (toch droegen we geen korte broek). Hebben we in het hotel maar iets nets aangetrokken en zijn teruggegaan. Nog nooit zoveel dronken mensen gezien. Drank is duur in Zweden, vertelde de ambassadeur, dus tankt men zich hier vol. In net pak, dat dan weer wel.