Ik blijf niet in mijn ziekte hangen

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Mijn instelling is: het leven is een feestje. Met mijn ziekte ben ik in m’n hoofd helemaal niet zo bezig. Niet dat ik ervoor wegloop, zeker niet. Met familie, vrienden, collega’s en zelfs wel met leerlingen praat ik er makkelijk over. Maar niet de hele tijd. O nee zeg! Wat heb ik eraan om in die ziekte te blijven hangen?

„Ondanks de chemokuren heb ik de afgelopen maanden zo gewoon mogelijk doorgewerkt. Met regelmatig één dag ziekteverzuim, op de dag van de kuur, heb ik ’t gered. Mijn werk en m’n auto zijn heel belangrijk voor mij. Werken geeft me energie, autorijden geeft me vrijheid. Soms zeggen mensen: ‘Dat jij nog steeds werkt, hoe hou je het vol?!’ Dan zeg ik: ‘Ik zou ’t niet anders willen. Wat is het alternatief? De hele dag achter de geraniums gaan zitten? Ik héb niet eens geraniums!’

„Ik leef niet met beperkingen, ik geniet van de dingen die ik wél kan. Al vrij snel na de behandelingen in 2004 zijn we met mijn schoonfamilie op reis geweest naar de VS. Ik weet nog hoe geweldig ik me voelde toen ik had gefietst over de Golden Gate Bridge: dat lukte me weer, heerlijk! Vier jaar geleden stelde mijn schoonfamilie voor met z’n allen naar China te gaan. Ik zei: laat je door mij niet afremmen, maar ik ga liever naar Sicilië. Hele discussies in het gezin, maar uiteindelijk mocht ik gaan, samen met een dochter en een vriendje. Ook dat voelde zó goed: zelf autorijden in bergachtig landschap, een hele fijne vakantie was dat.

„Ik heb achttien jaar voor de KLM gewerkt, als stewardess en aan de grond. Het is een schitterende tijd geweest: ik heb de wereld gezien. Het was een leven van avontuur en vrijheid dat helemaal bij mij paste.

„Uit die tijd heb ik fijne vriendinnen en vrienden overgehouden. Twee jaar geleden hadden we een reünie. Een vriend die nu in Israël werkt, mailde: ‘Helaas kan ik er niet bij zijn, maar je bent van harte welkom bij mij.’ Ik ben naar hem toegevlogen, hij heeft me heel Israël laten zien. We hebben prachtige gesprekken gevoerd. En wat ik zó ontzettend lief vond: hij had geregeld dat ik in de cockpit mocht terugvliegen, wat sinds ‘9/11’ eigenlijk niet meer mag. Dat ontroert me, zoiets raakt me diep; om m’n ziekte heb ik nog zelden een traan gelaten.

„Half juni ga ik met een vriendin weer naar het ‘Indian Summer Festival’ in Broek op Langedijk. Ik hou van evenementen als ‘Vrienden van de Amstel Live’. Heerlijk swingen, ook al is het slecht voor m’n rug. Eind deze maand ga ik weer door de scan. Op de uitslag ben ik niet echt gerust. Met name onderin m’n rug voel ik de pijn. Maar ik laat me zo min mogelijk erdoor afremmen.

„Bezig blijven – dat is mijn manier van leven met kanker. Tegelijk zeg ik: ziek zijn maakt ook eenzaam. Mijn man is geweldig zorgzaam voor me, maar hij heeft niet het karakter om makkelijk over mijn ziekte te praten. Vriendinnen, hoe lief ze ook zijn – en ze zijn echt heel lief! – pikken niet al m’n signalen even makkelijk op. Een vriendin riep een keer: ‘Komt goed!’, toen ik iets moeilijks aansneed. Op zo’n moment val ik even stil. Komt goed? Eén ding weet ik zeker: het komt helemaal niet goed…

„Er zijn dingen die ik zo graag gedaan of geregeld zou willen hebben. Met een vriendin zou ik m’n foto’s uit de KLM-tijd willen uitzoeken en deels weggooien, om m’n dochters later niet met allerlei rommel op te zadelen. Ik zou m’n man willen inwijden in onze administratie, want die doe ik nu helemaal. Ik zou een gesprek willen hebben met een uitvaartleidster die heel bijzonder schijnt te zijn en prachtige uitvaarten organiseert.

„Het zijn dingen waaraan ik alleen niet toekom en waarbij ik hulp zou willen hebben. Op de een of andere manier lukt het me niet dat gedaan te krijgen. Ik heb het gevoel dat mijn omgeving er een beetje voor wegloopt, zo van: ach, zo ver is het toch nog niet!? Maar ik wil dit niet omdat ik denk dat ik snel doodga. Ik wil ’t gedààn hebben om rust te houden in m’n leven.

„Tegelijk, moet ik toegeven, mis ik zelf ook wel eens een signaal. Laatst kreeg ik een sms van m’n dochter: ‘Zullen we samen lunchen op mijn verjaardag?’ M’n eerste gedachte was: dat kan niet, dan moet ik werken. Gelukkig realiseerde ik me vrij snel daarna: ik móet tijd voor haar vrijmaken, want zoveel verjaardagen zullen wij samen niet meer meemaken.

„Nog steeds denk ik nooit: het zou wel eens de laatste keer kunnen zijn. Wel denk ik: ik wil dat nú doen, want ik weet niet wanneer ik dit nogmaals kan meemaken.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord