Hoe een boerendochter zich de wereld in vocht

Jeanne Beenackers. Foto Familiearchief

Ze werd geboren met kunstzinnige genen, maar kreeg pas op latere leeftijd de kans om haar talent te ontwikkelen. Eenmaal op stoom ontpopte Jeanne Beenackers zich tot een verdienstelijk schilder en beeldhouwer.

Voor een Brabantse boerendochter was studeren in de zestiger jaren geen vanzelfsprekendheid. Dat gold ook voor Jeanne Beenackers (Bavel, 1946). Haar vier broers vlogen uit om te studeren en werden chemisch technoloog, psycholoog of econoom. Jeanne bleef als enige dochter achter op de boerderij in Bavel. Zoals dat hoort, zei men dan.

Ze trouwde en voedde haar dochters Charlotte en Marloes op. „Maar het frustreerde haar dat ze alleen de huishoudschool had mogen doen”, vertelt haar man Ad. Dus besloot ze als dertiger alsnog de stap naar het volwassenenonderwijs te maken.Ze ging naar de avondschool en haalde haar vwo-diploma. En belangrijker: bij de beeldende vakken ontdekte ze een talent voor schilderen. Ze nam privéles en ging ongeremd de maagdelijkheid van het witte doek te lijf.

Trots was ze toen ze als autodidact in 1997 een eigen galerie-atelier betrok in Nieuwkoop. „Nu ben ik écht professioneel kunstenaar”, zei ze. Realistisch, dat wel. „Veel mensen met een huis aan de Nieuwkoopse Plassen hebben werken van de Haagse School aan de muur hangen”, zei ze in de Rijn en Gouwe. „Misschien is mijn werk iets te modern voor dit gebied.”

Zodoende trok Beenackers er veel op uit. Meer dan zestig keer exposeerde ze in binnen- én buitenland. Meermalen exposeerde Lia Hector, een bevriend galeriehoudster uit Middelburg, haar werk. „Ik kan enorm genieten van haar materiewerk met zand en textuur”, vertelt de Zeeuwse. „Juist bij een goede kunstenaar ontstaan beelden vanuit het materiaal, niet vanuit lijnen. Typisch Jeanne was een meerlaags paneel op een sokkel. Geniaal.”

Schoonzus Bernardine Beenackers-Heeren: „Ik denk dat ze zich op de boerderij vaak heeft afgevraagd waarom haar broers alle kansen kregen en zij niet. Op latere leeftijd heeft ze zich teruggevochten op de maatschappelijke ladder. Jeanne was een groot voorbeeld voor leeftijdgenoten die ook een eigen carrière nastreefden.”

Toen Beenackers te horen kreeg dat ze ongeneeslijk ziek was, leek een stamceltransplantatie haar enige kans. Onderzoek wees uit dat haar cellen matchten met die van haar jongste broer John. Maar hij overleed in december onverwacht.

Ook broer Ad werd ziek. „Relativeren konden zij als de besten”, zegt haar echtgenoot. „Ze maakten grappen over wie het eerste heen zou gaan.” Wanneer haar broer eind maart overlijdt, bewijst Beenackers hem – met hulp van de ‘wensambulance’ – de laatste eer. „Ze was een sterke vrouw die erbij moest zijn”, zegt haar schoonzus.

Drie dagen na de begrafenis was ook voor Jeanne Beenackers de strijd gestreden. Ze overleed 9 april op 66-jarige leeftijd.