Column

Het nieuwe WTC

Een klein wereldnieuwtje. De wolkenkrabber in aanbouw op de plaats waar tot 11 september 2001 de twee torens van het World Trade Center stonden, is nog niet klaar, maar wel weer het hoogste gebouw van New York. Met zijn 387 meter steekt het een klein beetje boven het Empire State Building uit. Dat werd in de stad gevierd. Ik kan het wel begrijpen, maar ik vind het wat voorbarig. Wacht even tot het hoogste punt is bereikt: 417 meter boven de zeespiegel, precies even hoog als de hoogste van de twee verwoeste torens. En dan nog lijkt me dit diep in mijn hart te laag. Kort na de aanslag, toen het duidelijk was geworden wie die misdaad had verzonnen, vond ik dat de twee torens zo vlug mogelijk herbouwd moesten worden, maar dan op z’n minst tien meter hoger. Ik ben een verklaard tegenstander van de doodstraf, maar dit zou een vorm van wraak zijn: Osama bin Laden zou dan van de bovenste verdieping worden gegooid. Dat hoeft ook niet meer. Precies een jaar geleden is hij door de Special Forces doodgeschoten en daarna is zijn lijk in zee gegooid.

Die twee torens waren me dierbaar. In 1986 ging ik in Manhattan wonen. Ik had een appartementje in de West Village, met uitzicht op de bovenste helft van de Towers. De zon ging onder, daarbinnen ging de verlichting aan. Ik dacht aan een enorme zacht gloeiende kachel. Af en toe ging ik erheen, voor mijn plezier. In de ruimte van het entree was een groot complex van roltrappen die de verbinding met het souterrain vormden. Staand op de roltrap krijgt een mens iets statigs, hij wordt vanzelf opgeheven of neergelaten en begint er even dromerig bij te kijken. Als je ze zo ziet, met tientallen tegelijk, onophoudelijk, wordt het een astraal schouwspel. Maar natuurlijk waren er dan de excessief energieken die het niet konden laten hun benen te gebruiken. Die beschouwde ik als ketters.

En ja, ik ben ook één keer op de bovenste verdieping geweest, niet zozeer voor het uitzicht, als wel om er later over te kunnen vertellen. Je kon er heel New York zien, net als in een vliegtuig. En je kon er zo’n klein metalen modelletje van het WTC kopen. Dat heb ik gedaan, het staat op mijn bureau, ik kijk er nu even naar en voel toch weer een vleugje woede. En bij mooi weer ben ik even naast de hoogste toren op de grond gaan liggen. Zo leek hij nog ongeveer één meter tachtig hoger.

Toen kwam de elfde september. Ik was weer in Amsterdam, werd gebeld door een goede bekende die riep: Kijk naar de televisie, nu! Zo heb ik dat vliegtuig in de tweede toren zien vliegen, en wat daarop volgde. De mensen die opgesloten door het vuur uit de hoogste verdiepingen sprongen. Hoe de gebouwen instortten. Verstard, zonder omschrijfbare gedachten ben ik naar het verloop van deze misdaad blijven kijken. Later is duidelijk geworden hoe lang en zorgvuldig de daders zich hebben voorbereid. Hoe krijgt een mens het in zijn hersens, een dergelijke perfiditeit uit te voeren. Why do they hate us, vroeg de columnist Thomas L.Friedman zich later af. Ja, onder zulke omstandigheden verval je al vlug tot machteloos gestamel.

Een week of vijf later was ik weer in New York, ik ging naar de plaats van de misdaad. Je kon er nog niet dichtbij komen. Van wat verder af zag ik de ruïne. Het leek een reusachtig kromgetrokken hekwerk. En er hing een eigenaardige stank die me op een of andere manier bekend voorkwam. Rottend vlees, verschroeide steen en oude brandlucht. Ik wist het weer: Rotterdam na het bombardement van de veertiende mei 1940. Door zo’n aroma fietste ik in juni van dat jaar van huis naar school, van oost naar west en terug. Een aroma van mijn jeugd.

Natuurlijk, na de verwoesting kwamen al vlug de eerste plannen voor een reconstructie. In dit geval was een galeriehouder, Max Protetch die zich specialiseerde in architectonische ontwerpen, op het idee gekomen, vooraanstaande architecten naar hun denkbeelden te vragen. Het resultaat is een historisch boekje geworden, A New World Trade Center met 54 ontwerpen, verschenen in 2002. Je weet niet wat je ziet. Flesvormige constructies, een verzameling wolkenkrabbers die eruit ziet als een boeket, een conglomeraat van gebouwen als een olieraffinaderij, een systeem van reusachtige aan elkaar gemetselde letters, kromme wolkenkrabbers die naar elkaar toe buigen, een ontzagwekkende diabolo, en nog veel meer. Toen ik dat allemaal voor het eerst zag, vond ik het jammer dat ik niet had meegedaan.

Het gebouw dat nu in zijn stadium van voltooiing is, ziet er betrekkelijk conventioneel uit. Je kunt meteen zien dat we hier met een gewone wolkenkrabber te maken hebben: lekker hoog en met zo min mogelijk flauwekul. Vergeleken met het Empire State Building en het Chrysler Building waren Minoru Yamasaki’s Twin Towers nog soberder. Gewoon, twee reusachtige rechthoekige pilaren. Ter herdenking van de elfde september worden ieder jaar op die datum, op die plaats, twee lichtbundels van gelijk formaat aangestoken. Dat moet zo blijven, vind ik.