Het leven na een financiële homerun

Jan Bennink (55) is sinds een jaar topman bij Sara Lee. Hij splitste het bedrijf en brengt Douwe Egberts binnenkort naar de beurs. Profiel van de oud-topman van Numico die jaren zoekende was. „Niet naar een job, maar naar zichzelf.”

Sara Lee topman Jan Bennink. „Jan neemt zichzelf niet te serieus. Dat moet ook als je zo hard werkt.” Foto Hollandse Hoogte

Wie een gat in zijn cv heeft van een paar jaar, is zijn nieuwe werkgever wel wat uitleg verschuldigd. Zou je zeggen. Maar dat geldt niet voor Jan Bennink, die in 2007 vertrok bij babyvoedingfabrikant Numico en een paar jaar de wereld rondreisde voor hij vorig jaar bij Sara Lee aan de slag ging. Hij leidde de splitsing van het Amerikaanse voedingsmiddelenconcern in een koffie- en een vleestak en werd uiteindelijk zelf chairman van D.E. Master Blenders 1753, dat naar verwachting volgende maand in Amsterdam naar de beurs gaat. Zo keert behalve het oer-Hollandse koffiebedrijf ook Bennink (55) – gedeeltelijk – terug naar zijn vaderland.

Bennink, afkomstig uit Groningen, was als topman van Numico volgens sommige oud-collega’s een strateeg die keihard werkte. Zijn tegenstanders, onder wie zijn voorganger, beschreven hem destijds echter als een arrogante betweter die rücksichtslos door het bedrijf raasde om er zelf beter van te worden.

In Nederland werd Bennink verguisd vanwege de bonus die hij bij Numico opstreek. Het aandelenpakket dat hij bij zijn aantreden kreeg – toen het bedrijf vrijwel bankroet was – was bij zijn vertrek bijna 87 miljoen euro waard. De toenmalige minister van Financiën, PvdA’er Wouter Bos, belde Rob Zwartendijk, de voorzitter van de raad van commissarissen, hoogstpersoonlijk om te vragen hoe dat in hemelsnaam mogelijk was. Enerzijds deed de ophef – Bennink kreeg de bijnaam ‘de man van 80 miljoen’ – hem verdriet, zeggen mensen in zijn omgeving. „Hij houdt van fortuin, maar Jan is géén graaier”, zegt Steven Schuit, die als advocaat bij Allen & Overy adviezen gaf aan Numico en er later commissaris werd. „Hij heeft zich die ophef erg aangetrokken.”

Anderzijds stelde het geld („a hell of a lot of money”, zegt Flemming Morgan, een Britse oud-collega) Bennink in staat van het leven te genieten. „Hij maakte een financiële homerun”, zegt Dirk Vandeput, een collega uit zijn Danone-tijd. „Hij kon het zich veroorloven om te denken: wat wil ik met mijn leven?” Na jaren als een bezetene te hebben gewerkt – Bennink, het type dat ’s ochtends als eerste op kantoor zit en ’s avonds als laatste weer vertrekt, ging hij reizen. Hij bracht tijd door met zijn dochter en zijn twee puberzoons. En hij stortte zich op liefdadigheid. Hij richtte de Stichting Bennink Foundation op. Fondsenwerving is niet nodig; Bennink is de enige donateur.

Gerrit Keyaerts, die jarenlang met hem samenwerkte, onder andere bij het Amerikaanse schoonmaakmiddelenbedrijf Benckiser, Danone en Numico, zit in het bestuur van de stichting. Deze helpt gehandicapte weeskinderen in het Indonesische Yogyakarta en geeft geld aan de bescherming van tijgers, gorilla’s en olifanten en aan onderzoek voor medicijnen tegen kanker. Hoeveel Bennink in zijn stichting steekt, weigert Keyaerts te vertellen. „Dat vinden wij niet relevant”, zegt hij gedecideerd.

Bennink werd op 19 september 1956 geboren als zoon van een kleine kruidenier. In een interview in deze krant in 2004, zei hij dat hij van zijn vader „een bepaalde ethiek” heeft meegekregen. „Hij werkte zes dagen in de week van ’s morgens 6 tot ’s avonds 9, en op zondag deed hij de administratie. Vakantie was voor mij: zes weken naar de fabriek. Het heeft me gebracht waar ik nu ben.”

Na de middelbare school volgde Bennink de lerarenopleiding Engels en aardrijkskunde en een studie sociale geografie. Zijn eerste baan was bij Procter & Gamble, waar hij verantwoordelijk was voor de verkoop van luiers en wasmiddelen. In 1989 vertrok hij naar Italië voor Benckiser, waar hij in 1993 toetrad tot de raad van bestuur. Ook bij Danone, waar hij twee jaar later naar toe ging, werd hij bestuurslid. Maar hij zou nooit bestuursvoorzitter kunnen worden van het Franse zuivelbedrijf. „Hij had simpelweg het verkeerde paspoort, en dat wist hij”, zegt Zwartendijk. De baas, dat kon alleen maar een Fransman zijn. Volgens Vandeput liet Bennink daarom zijn oog vallen op de positie van chief operating officer. „Maar daar zat Jacques Vincent, een vertrouweling van topman Riboud. Jan voelde dat Riboud hem nooit van die plek zou afhalen. Uit frustratie is hij toen vertrokken.”

Toen Bennink in 2002 bij Numico aantrad als bestuursvoorzitter stond het bedrijf er dramatisch voor. Hij was benaderd door een headhunter nadat zijn voorganger Hans van der Wielen, die met pensioen zou gaan, zijn naam had genoemd. Bennink ging rigoureus te werk: hij verving driekwart van de managers en deed de Amerikaanse vitaminebedrijven die Van der Wielen in 1999 en 2000 voor 4,95 miljard dollar had gekocht, voor 1 miljard dollar van de hand. Technisch was Numico failliet. De aandelenkoers stortte in. Het kwam hem op forse kritiek te staan. Maar vanaf 2003 ging het beter. Uiteindelijk werd Numico in 2007 voor 12,3 miljard euro verkocht aan Danone – een verdubbeling van de waarde.

Als baas is Bennink veeleisend. Zelf werkt hij standaard twaalf uur per dag en verwachtte dat ook van anderen. Hij heeft een hekel aan de zesjesmentaliteit, is een veelgehoorde opmerking. Maar hij is geen bullebak, zegt Keyaerts. „Ondanks dat hij veel werkte en weinig sliep, was hij altijd goed geluimd. Hij wekt vertrouwen, is charmant.” Hij is autoritair, zegt Schuit. „Het moet op zijn manier. Hij is een controlfreak.”

Bennink staat ook bekend om zijn feestjes. Eens per jaar nodigde hij alle Numico-managers uit op een „mooie plek in de wereld”, zegt Zwartendijk, waar behalve hard gewerkt, ook hard gefeest werd. Bennink hield van verkleedpartijen; hij en Jean-Marc Huët – destijds financieel directeur – arriveerden bijvoorbeeld als bedoeïen op een kameel. Zwartendijk: „Het klinkt een beetje banaal, maar het zorgde voor een magische sfeer. Als de baas een faraopak draagt, luister je toch beter dan als hij in z’n colbert staat te presenteren.” Huët: „Jan neemt zichzelf niet te serieus. Dat moet ook als je zo hard werkt. Lachen helpt om met de vaak hoge druk om te gaan.”

Vandeput denkt met veel plezier terug aan die feestjes. „In Florida zouden we ’s middags een potentiële nieuwe salesmanager ontvangen. De man was vertraagd. Toen hij eindelijk arriveerde hadden Jan en ik ons al omgekleed, dus we deden dat sollicitatiegesprek in ons piratenpak.”

Maar voor Bennink was het plezier slechts een bijzaak, zegt Keyaerts. Hij wilde binding creëren, zijn boodschap overbrengen. „De oude garde, veelal 55-plussers, kon zijn aanpak niet begrijpen”, vervolgt Keyaerts. „Maar het is helemaal Jan. Met alleen het rondsturen van een document met je visie red je het niet, zei hij.”

Na zijn vertrek in 2007 nam Bennink een sabbatical. „Op maandagochtend bedacht ik waar ik heen wilde. Dan stapte ik de volgende dag het vliegtuig in en ging ik er drie, vier weken naartoe. Zulke vrijheid is heerlijk”, zei hij in december in een van zijn schaarse interviews, in Elsevier. Hij reisde met een rugzak door Australië en Azië, ontmoette mensen „die geen idee hebben wie ik ben”.

Jan was zoekende, zegt Keyaerts. „Niet naar een job, maar naar zichzelf.” Ondertussen kreeg hij genoeg aanbiedingen, zei Bennink: „Alle topfuncties die de afgelopen twee, drie jaar vacant waren, zijn langsgekomen, ook die bij Unilever, ja. Natuurlijk.” Maar hij wilde niet naar Unilever om „later te kunnen zeggen dat je de baas van Unilever bent geweest”. En, voegt Zwartendijk daaraan toe, „voor het geld hoefde hij het natuurlijk ook niet te doen”.

Waarom hij voor Sara Lee koos? In zekere zin lijkt het bedrijf op Numico, vertelde Bennink in maart bij een analistenpresentatie in Amsterdam: het zijn allebei decentraal gestuurde bedrijven die ondanks veel potentieel onderpresteren. Ze hebben hun merken niet goed onderhouden, niets aan innovatie gedaan. Kortom, hij ziet er een uitdaging in.

Of Bennink zich kan schikken naar zijn nieuwe rol als president-commissaris in plaats van bestuursvoorzitter? „Hij zal afstand moeten nemen”, zegt Zwartendijk. „Jan is niet iemand die eens in de twee weken langskomt”, zegt Schuit. „Ik verwacht dat hij de ceo, Michiel Herkemij, ’s nachts belt: ‘Heb je daaraan gedacht?’ Hij is te betrokken om zich afzijdig te houden.”

Hoewel D.E. naar Nederland komt, zal Bennink niet vaak op het kantoor in Utrecht te vinden zijn. Na de zomer gaat hij met zijn derde vrouw in Londen wonen, maar hij wil ook veel tijd doorbrengen in zijn appartementen in New York en Parijs, waar zijn zoons bij hun moeder wonen. Vlak voor zijn vertrek bij Numico zei Bennink tegen Ben van Doesburgh, met wie hij bij Procter & Gamble samenwerkte: „Ik heb in mijn carrière maar één fout gemaakt. Dat is dat ik m’n kinderen veel te weinig zag.” Het was dezelfde collega tegen wie Bennink destijds openlijk toegaf dat voor hem zijn werk belangrijker was dan zijn gezin. Het lijkt er nu op dat Bennink voor het eerst in zijn carrière naar een manier zoekt om werk en privéleven te combineren.

Vanwege restricties vanuit Amerika, waar Sara Lee beursgenoteerd is, kon Bennink zelf niet meewerken aan dit profiel.