Herders en andere helden

Toef Jaeger neemt de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met deze week boeken over (tijdloze) heroïek in kunst, politiek en Texel.

Een week van helden en heroïek deze week, te beginnen met Jezus. Hij staat centraal in Martien E. Brinkmans studie Jezus incognito. De verborgen Christus in de westerse kunst vanaf 1960 (Meinema, €29,90). Brinkman schreef eerder een boek over ‘de niet-Westerse Jezus’ dus hij heeft ervaring met het zien van Christelijke portretten op plekken waar dat niet voor de hand ligt. In dit boek in films van Kieslowski (al is het niet zo heel verrassend om Christelijke symboliek aan te treffen in eenreeks films gebaseerd op de tien geboden). Het zijn brave, liefdevolle interpretaties van kunstwerken waarbij Jezus lang niet altijd verborgen is – maar er worden leuke parallellen getrokken.

Jan Wolkers komt in dit boek niet voor – waarschijnlijk zijn de Jezusverschijningen in zijn boeken niet indirect genoeg. Maar met de titel De Tarzan van de schapen zet biograaf Onno Blom zijn protagonist toch duidelijk neer als herder. En als er nu één beroep is waarmee Jezus is verbonden, is het wel dat van herder. Dit boekje draait vooral om Texel, het paradijs, wat Wolkers betreft. Dat de tweede foto in dit boek er een van Rottumerplaat is, detoneert een beetje. Het mag de pret niet drukken in deze kruising tussen een VVV-folder en een verzameling foto’s en tekeningen, waartussen Onno Blom onverstoorbaar een aanzet voor zijn biografie presenteert. Ja, het is een fijn eiland, dat valt niet te ontkennen – en dat Wolkers na zijn verhuizing naar Texel steeds minder ging schrijven, heeft niet alleen met de prachtige omgeving te maken.

Een totaal ander soort held is Angela Merkel, wier opkomst door Margriet Brandsma Het mirakel Merkel wordt genoemd (Conserve, € 19,90). „De machtigste vrouw ter wereld” is ze volgens de voormalige correspondente van het NOS-journaal. Merkel, geboren in Hamburg, groeide op in Oost-Duitsland en was daar niet ongelukkig, zoals je zou kunnen verwachten van iemand met zo’n sterk politiek bewustzijn. Maar met haar diplomatieke gaven slaagde Merkel er uiterst behendig in om zich in het communistische Oost-Duitsland onafhankelijk te ontwikkelen. Wat volgt is een heldenverhaal dat Brandsma weet te vertellen met humor („Een huid zo dik als de buik van Kohl”, heet een van de hoofdstukken) en érg veel bewondering.

Een andere kenner van Oost-Europa is Jelle Brandt Corstius, die nog wat oostelijker actief was als correspondent. Hij presenteert zich graag als antiheld, bijvoorbeeld toen hij het VPRO-programma Zomergasten presenteerde, blijmoedig toegevend dingen niet te weten, niet gezien of niet gelezen te hebben. Deze onverschrokken naïeve houding komt hem goed van pas wanneer hij op pad gaat in ‘moeilijke landen’. Hij schreef er een Universele Reisgids (Prometheus, € 15,–) voor. De tips zijn van zeer uiteenlopende aard. Zo raadt hij aan om bij strenge kou altijd een muts op te zetten. Dat je laptops met sterke batterij en courante laders moet kiezen, is een tip die ook een vakantie in minder lastige landen kan veraangenamen. Maar instructies voor het omkopen van autoriteiten of een gebruiksaanwijzing voor politieagenten en andere bureaucraten zijn al wat minder algemeen. Hoewel de tip „Zet nooit een handtekeningen onder een document in een taal die je niet begrijpt” natuurlijk overal handig is. En juist moeilijke landen hebben vaak wilde honden. Sterker, zelfs hoe je de melancholie onder controle krijgt wanneer je weer op Schiphol bent, is een punt van aandacht.

Zo ver als Brandt Corstius gaan de reizen niet in Henry Havards Pittoreske reis langs de dode steden van de Zuiderzee (Mastix Press, € 17,50). ‘Dode stad’ is een ruim begrip want zo slecht zijn Leeuwarden, Amersfoort, Kampen en Urk er niet aan toe, om maar enkele van de pleisterplaatsen te noemen die in dit boek worden behandeld. Maar de tijden zijn nogal veranderd sinds Havard, de Franse cultuurhistoricus, in 1873 zijn reis door Nederland maakte. Het is amusant om te lezen over een periode waarin Nederland een moeilijk land was, in elk geval voor een Franse antropoloog. En het kan nooit kwaad om herinnerd te worden aan het feit dat in Nederland „talent, wetenschap en genialiteit” bestaan – zolang we ons niet vastklampen aan de vergane grandeur van de 17e eeuw. Nederland is „buiten de grenzen absoluut onbekend”, maar ja, hoe kan dat dan ook „als men niets voor zijn letterkundigen doet?” Geen wonder dat het 140 jaar duurde voordat dit boek werd vertaald.