Een land hoort door de elite bestuurd te worden

Pragmatisch of opportunistisch. „Ja, waar ligt de grens”, vraagt de werkgeversvoorman Bernard Wientjes zich af. Eerst wilde hij dat ‘zijn’ kabinet zou blijven, nu is hij toch blij met verkiezingen. „Maar ik ga geen voorkeur voor een premier uitspreken, dan word ik weer arrogant.”

Politici kunnen snel van standpunt wisselen, maar Bernard Wientjes kan er ook wat van.

Eerst was hij fervent tegenstander van een kabinet met Geert Wilders, maar uiteindelijk was hij voor het kabinet-Rutte.

Daarna was hij fel tegen verkiezingen, nu noemt hij het Kunduz-akkoord een zegen voor het land.

Eerst moest de economie niet worden kapot bezuinigd, toen waren keiharde saneringen noodzakelijk.

Bernard Wientjes – volgens sommigen de meest invloedrijke man van het land, volgens anderen de lobbykoning van Nederland – kijkt vanuit zijn werkkamer boven een Haagse snelweg uit over politiek Den Haag. Dáár ligt het ministerie van Economische Zaken, waar het beleid zoals hij dat bedacht, wordt uitgevoerd. Dáár verderop de Tweede Kamer, waar de parlementariërs zo goed naar hem luisteren. En dáár het Torentje, waar volgens hem de volgende premier van het land, Mark Rutte, werkt en waar hij zo’n makkelijk contact mee heeft.

Het grote verschil tussen de voorman van werkgeversorganisatie VNO-NCW en al die politici? Hij hoeft geen verantwoording af te leggen aan Nederland.

Behalve dan in dit gesprek waarin we hem een hele lijst aan eerdere beweringen, commentaren, wensen en soms zelfs eisen aan politici voorlegden. Soms zijn deze uitlatingen aardig, een enkele keer dwingend maar vooral altijd duidelijk. En heel vaak tegenstrijdig.

Het is voor burgers niet makkelijk te begrijpen waar u staat.

„Onbegrijpelijk. Onbegrijpelijk, ja zeker. Dat is het ook. Het is heel moeilijk te begrijpen dat iemand die pleit voor een sterk midden daarna tóch steun geeft aan de gedoogconstructie – dat is lastig uit te leggen. Maar we zijn een zeer pragmatische club. We zijn altijd pragmatisch.”

U noemt het pragmatisch, je zou ook opportunistisch kunnen zeggen.

„Ja, waar ligt de grens? Leg mij dat maar eens uit.”

Als Wientjes (68) ‘we’ zegt, weet je nooit over wie hij het heeft. We, de ondernemers van dit land, verenigd in VNO-NCW? We, zijn partij de VVD? We, kabinet-Rutte? We, Bernard Wientjes?

De werkgeversvoorman weet hoe hij zijn gesprekspartners op hun gemak moet stellen. Hij eindigt zinnen vaak met „dat weet je wel, hè” en lacht vaak en uitbundig. Behalve als hij over politici begint. Die vindt hij in Nederland maar middelmatig, als hij heel eerlijk is. Het probleem met bijvoorbeeld ministers is dat ze „vaak omgeven worden door vazallen en mensen die maar één doel hebben: de minister gelukkig maken”. Het gevolg? „Zonnekoninggedrag. En narcisme. Als je geen kritische mensen om je heen hebt, krijg je de neiging te geloven dat je écht goed bent.”

Zijn topmannen in het bedrijfsleven dan beter dan politici?

„Ik denk dat er maar heel weinig mensen in het bedrijfsleven het geduld hebben om minister te zijn. Net zoals er heel weinig ministers in staat zijn een bedrijf te leiden.”

U heeft het niet zo op politici?

„Nou lok je me een beetje uit... Ik ben gewend de waarheid te spreken. Eerlijk? Die politici die het meest lijken op ondernemers, hebben mijn hart. Jan Kees de Jager (CDA-minister van Financiën, red.) die komt ook uit het bedrijfsleven, is een voortreffelijk voorbeeld. Een ondernemer is creatief, doelgericht. Is ook bereid om de confrontatie aan te gaan. Een ondernemer is altijd bezig. Aan het vechten, met z’n markt, met z’n omgeving, met z’n concurrentie.”

In 2009 zei u: politici moeten mensen vertrouwen geven en dat doen ze door stabiliteit te bieden. Vijf verkiezingen in tien jaar is geen stabiliteit. Wat is er mis met Nederlandse politici?

„Ik vind dat we weinig toppolitici hebben in Nederland. Een goede politicus hoort mensen mee te sleuren. Hoort een visie te hebben. Mensen bijvoorbeeld vertellen waarom Europa zo belangrijk is. Of waar we heen gaan met dit land, als contrast met de sombere stemming die groeit. We missen daardoor echt economische kansen. En de economie en het landsbelang liggen zo dicht bij elkaar.”

Waarom staan de beste mensen dan niet op?

„Wie wil nog politicus worden in dit land?”

U vindt politici ondermaats?

„Dat is erg boud, maar ja, de echte elite zie je niet meer in de top van ons politieke stelsel. Ministers, het kabinet, Eerste Kamer, Tweede Kamer... Dat is uitermate slecht voor het land. Het leiden van een land is ongelooflijk gecompliceerd en daarvoor zijn redelijk zeldzame eigenschappen nodig. Als het beroep dan ook nog zo ongelooflijk onaardig is en schadelijk voor de persoon, bijna een opoffering eist die bovenmenselijk is... Het vervullen van dat vak is vreselijk moeilijk, je wordt besmeurd – maar weinig mensen komen er ongeschonden doorheen. De Kamer zit heel erg op de stoel van de minister. De Kamer heeft niet het doel om kritiek te geven, maar het spel is de minister in de hoek te drijven. Dan zie je bijvoorbeeld Jan Kees de Jager afhaken voor het CDA.

„Een land hoort politiek bestuurd en geleid te worden door de besten. Door de elite, ook al is dat een vreselijk woord en is het een karikatuur geworden in het taalgebruik van populisten. Ik bedoel: topmensen. En daar hebben wij er te weinig van.”

Goede mensen kiezen eerder voor Unilever?

„Ja, of KLM. Of ABN Amro. Of KPMG. Ernst & Young. Kijk. Ik heb altijd respect voor mensen die dan toch dit vak doen. Respect voor het incasseringsvermogen van een aantal politici. Alleen: de medaille heeft twee kanten. Omdat je zwaar moet incasseren moet je wel de moed hebben die aan weinig mensen gegeven is, je leven op te offeren aan het hogere doel.”

U bent al eerder gevraagd voor een ministerspost en u bent die elite. Waarom doet u het dan zelf niet?

„Ik vind dit vak leuk. Ik wil vechten voor ondernemend Nederland. Als het noodzakelijk is, doe ik het. Zo zei ik het ook tegenover meneer Rutte toen hij me vroeg. Maar ik sta niet te popelen.”

Wat u nu doet, is ook makkelijker. U hoeft minder verantwoording af te leggen.

„Maar ik kan wel enorme forse fouten maken.”

Dit bijvoorbeeld? U zei in 2010: de kans dat de PVV gaat meeregeren is uitermate klein. Het zou tot enorme imagoschade leiden. En?

„Neem bijvoorbeeld dat Polenmeldpunt, ja, het imago van het land is zeker niet versterkt door het feit dat Geert Wilders gedoogpartner was. En het repareert zich nu heel snel omdat allerlei maatregelen gecorrigeerd worden.”

Zoals CDA’ers die nog geen twee weken later hun handen van hun eigen beleid aftrekken?

„Het waren stuk voor stuk maatregelen waar we niet achter stonden. Heeft u Liesbeth Spies (demissionair minister Binnenlandse Zaken, red.) gehoord de afgelopen dagen? Dat is natuurlijk dramatisch voor haar. Rationeel kan ik het begrijpen, je bent minister en je tekent voor het regeerakkoord. Dan valt de last van je af en dan ga je zeggen wat je echt vindt. Maar hier is het wel erg opvallend.”

U vindt dit te billijken, nu zeggen ‘eigenlijk ben ik nooit vóór geweest’?

„Nee, billijken, dat niet. Maar nu gebruik maken van de nieuwe politieke realiteit, dat vind ik wel normaal.”

Vóór het kabinet zei u: we zijn toch niet zo gek dat we de PVV laten meeregeren? Toen maakte u een draai en zei u: wij kunnen daar goed mee leven.

„Voor de verkiezingen waren wij ongewoon scherp tegen de PVV. We hebben consequent gezegd: dit is slecht voor Nederland. Toen waren er verkiezingen en volgde er een instabiele uitslag. Er was voor ons maar één mogelijkheid: een breed kabinet van VVD, CDA, PvdA. Dat is niet gelukt. Toen hebben we de Paars Plus-variant gezien, daar hebben wij steun aan gegeven. Ik heb dat tegen Mark Rutte gezegd tijdens een etentje.

„Toen dat óók niet lukte was het: ‘dan moet dat maar’. Dat is de taak van onze club, lobbywerk doen. En dan zoeken we soms de grens op, want in feite hebben wij niks te maken met de samenstelling van het kabinet. We zoeken de grens op in het belang van onze achterban.”

U zei niet alleen ‘dan moet dat maar’, u zei ook ‘we kunnen er goed mee leven’ en ‘het regeerakkoord bevat goede punten’.

„Ja.”

Was het achteraf niet beter geweest als er geen gedoogcoalitie was geweest?

„Daar heeft u wel gelijk in. Maar er was geen alternatief. Er wás geen alternatief.”

U verandert de hele tijd van opvatting.

„Natuurlijk, want wij zijn afhankelijk van wat hiernaast besloten wordt. En op het moment dat er morgen een SP-PVV kabinet is gaan wij wéér ons werk doen.”

Dat maakt uw werk wel eenvoudig. Gewoon meebewegen.

„Nee, lastig juist. Ik moet dat telkens uitleggen aan mijn leden.”

In december zei u nog: ‘ik wil dat dit kabinet blijft’. In maart was het: ‘verkiezingen zouden erg slecht zijn voor het land’.

„Nou ja, niemand had op het wonder van Kunduz gerekend. Ik ook niet. Onze lijn was: de maatregelen in het regeerakkoord waren onvoldoende, maar waren voor ondernemers toch wel positief. We hadden wel het topsectorenbeleid, het nieuwe industriebeleid van Nederland, binnengehaald. En we kregen daarnaast een sterk ministerie van Economische Zaken, onder een sterke minister – ondanks het feit dat hij niet uit het bedrijfsleven kwam. Dat moest weer ons ministerie worden en dat was gelukt. Onze grote winst.”

U heeft een eigen ministerie gekregen, zei u. Vindt u dat normaal?

„Ja, de vakbonden hebben het ministerie van Sociale Zaken zeggen wij altijd. Wij dan het ministerie van EZ.”

Wat zou ervan vinden als vakbondsvrouw Agnes Jongerius bij een volgend kabinet haar eigen ministerie krijgt?

„Ik zou dat begrijpen, maar ik zou er alles aan doen dat onze stem bij dat ministerie gehoord wordt. Als ik vakbond zou zijn – ondenkbaar – zou ik er alles aan doen om bij EZ voet tussen de deur te houden. Ook in dit scenario blijft EZ bestaan.”

Nee, daar zet het linkse kabinet twee SP’ers neer. Dat is de wereld waarin de vakbond nu leeft. Er zitten nu twee VVD’ers op Sociale Zaken en u heeft uw eigen ministerie. Hoe zou u zich dan voelen?

„Dan ga ik niet weglopen. Misschien wordt het dan wel leuker dan ooit.”

Zou u uw zegen geven aan zo’n kabinet?

„Dat is niet aan ons. Dat klinkt te arrogant.”

Maar u bent toch ook een beetje arrogant. Dat is toch niet erg.

„Nee, zeker niet. Persoonlijk ben ik niet arrogant. We zullen elk kabinet beoordelen op wat ze doen. Wanneer het ondernemers goed gaat, gaat het met het land goed.”

Kunt u zich voorstellen dat er een links kabinet met de SP komt?

„Kan ik me niet voorstellen. Het is ondenkbaar. Of de SP moet het programma enorm wijzigen.”

De PVV aan de macht achtte u ook ondenkbaar.

„Ik zeg hetzelfde: we zijn een nuchter land. Je weet het nooit maar ik acht de kans heel klein. In Nederland heb je bijna nooit een linkse meerderheid.”

Wie moet de nieuwe premier worden?

„Ik heb geen enkel bezwaar tegen Rutte-II. Maar ik ga geen voorkeur uitspreken, dan word ik weer arrogant. Die vijf partijen die elkaar nu gevonden hebben in het Wandelgangenakkoord... ik zou er geen bezwaar tegen hebben als het akkoord van nu een nieuwe basis vormt.”

Had u liever uw kabinet met Wilders en de daarbij horende imagoschade of de verkiezingen met de instabiliteit van nu?

„Ik vind wat er nu gekomen is een stuk beter. Ik vind het Wandelgangenakkoord veel beter dan het Catshuisakkoord en daarmee geef ik antwoord.”

Ook al is de houdbaarheid van die afspraken totaal onduidelijk.

„Ja dat is de grote vraag. Wij hadden vrede met het Catshuisakkoord. We hadden de tekst al klaar liggen, dat we er tevreden mee waren.”

U had de tekst al klaarliggen?

„Ja, ’tuurlijk.”

U weet alles al voordat de burgers van Nederlanders het weten?

„Ja, wij horen wel eens wat. Natuurlijk is het zo dat wij in alle stadia, ook bij het regeerakkoord, proberen informatie te krijgen. En natuurlijk is het belangrijk voor het kabinet om steun te krijgen bij zowel werkgevers als werknemers.”

U juicht het akkoord nu toe: zij verlagen het tekort met 12 miljard euro. In november zei u nog: Als er 5 miljard bezuinigd wordt, bezuinig je de economie kapot.

„Ik heb toen gezegd: je moet wel bezuinigen, maar niet kapot bezuinigen.” Hij legt uit dat Nederland daarna zijn triple-A status dreigde te verliezen en dat voor VNO-NCW toen de prioriteit veranderde. Dan toch maar fors bezuinigen.

Zonder Wilders dan dus. Spreekt u hem ook regelmatig?

„Wilders weigert met mij te praten. Ik heb hem voor het laatst in 2008 gesproken, midden in de Lehman-crisis.”

U heeft hem zó geholpen door de gedoogconstructie te steunen maar hij wil u nooit spreken.

„Ik heb hem nooit geholpen en hij ziet mij niet staan. Hij twitterde: ‘ik krijg al buikpijn als ik naar Wientjes kijk, laat staan luister’. Tja, zo praat hij hè. Maar dat weet je wel.”