Duelleren tussen meesterwerken van de Tretjakovgalerij

Volgende week beginnen de schakers Vishy Anand en Boris Gelfand aan een WK-match in Moskou. Volgens critici geen droompartij. Spelers en sponsor denken daar anders over.

N et als iedere andere krachtmeting ontleent een schaakwedstrijd belang en prestige aan de stad en plaats waar zij gehouden wordt. Euwe en Aljechin speelden in 1935 een reeks partijen van hun WK-match in de Amsterdamse Militiezaal, waar imposante Hollandse Meesters de muren sierden. In de hoogtijdagen van het Sovjetschaak was de fraaie Zuilenzaal in hartje Moskou een geliefde speelzaal en in 1995 betwistten Kasparov en Anand de titel op het Observation Deck van de Twin Towers in New York.

De laatste jaren hadden de beste schakers vaak weinig om over naar huis te schrijven. Zo werd het WK-toernooi in 2004 in een toeristenhotel in Tripoli gehouden en zaten een jaar later acht schakers volstrekt afgezonderd van de buitenwereld in het Argentijnse San Luis om de hoogste titel te spelen. Zo mogelijk nog triester was het decor van de daaropvolgende match tussen Kramnik en Topalov in Elista, een grauwe stad aan de rand van de Kalmukse steppe.

Nadat Vishy Anand en Boris Gelfand een half jaar geleden in Moskou het contract voor de WK-match hadden getekend, werden ze rondgeleid in het gebouw waar ze vanaf komende vrijdag zullen spelen, de Tretjakovgalerij, het mooiste museum van de Russische hoofdstad. Hier hangen de beroemdste werken van Ilja Repin, Vasili Soerikov en andere nationale helden. Anand genoot: „Een uitstekend idee om schaken en kunst te combineren. Ook omdat het een verband legt met de artistieke waarde die inherent is aan schaken. Het is een spectaculair museum, dat veel gewicht zal toevoegen aan de match. Tegenwoordig ligt er veel nadruk op de rol van de computer. Dan is het goed om ook aandacht aan dit aspect te besteden, het tijdloze van schaken.”

Uitdager Gelfand werd nog nadrukkelijker geraakt door de rondleiding: „Ik groeide op in de Sovjet -Unie, in het Wit-Russische Minsk. Bij ons thuis geloofden we dat als je de kans had om toegang te krijgen tot cultuur, je die kans moest grijpen. Als je naar Moskou ging was een bezoek aan het Poesjkinmuseum en de Tretjakovgalerij verplicht. Anders had de reis geen zin. Dit is iets waarvan we jarenlang alleen maar konden dromen, een unieke kans om het schaken terug te brengen in de sfeer waar het thuishoort, in de buurt van kunst. We zijn vergeten dat schaken niet alleen een spel is, maar ook een deel is van de wereldcultuur.”

De prestigieuze locatie lijkt een meesterzet van de sponsor, de Russische miljardair Andrej Filatov. Hij wil dat de match het schaakevenement van het jaar wordt en doet er alles aan om dit doel te bereiken. Met een prijzengeld van bijna twee miljoen euro, een gastenlijst vol prominente artiesten en kunstenaars, en de uitstraling van de Tretjakovgalerij, hoopt hij ongetwijfeld ook de twijfelaars te overtuigen die een treffen tussen Anand en Gelfand niet als een droommatch zien. Het hardste oordeel werd geveld door Garry Kasparov, die onomwonden stelde dat voor het eerst in de geschiedenis er een match plaatsvindt tussen de rechtmatige kampioen en de rechtmatige uitdager die niet gaat over het antwoord op de vraag wie de nummer één van de wereld is.

De feiten lijken Kasparov gelijk te geven. Nadat hij zijn wereldtitel in 2010 tegen Topalov met succes verdedigde, heeft Anand in de grote toernooien weinig laten zien. Langzaam is hij weggegleden naar de vierde plaats op de wereldranglijst, ruim achter de beste toernooispeler van de laatste jaren: Magnus Carlsen. Gelfand deed de afgelopen paar jaar precies wat hij moest doen om uitdager van Anand te worden, maar meer ook niet. In de laatste maand van 2009 zorgde de Israëliër voor een sensatie door als oudste deelnemer, 41 op dat moment, aan het langste eind te trekken in de World Cup in Siberië, een knock-out loterij met 128 spelers. Daarmee kwalificeerde hij zich voor de kandidatenmatches vorig jaar in het Russische Kazan, waar hij opnieuw spotte met alle voorspellingen. Terwijl uitgesproken favorieten als Aronian en Kramnik struikelden (en Carlsen niet meedeed), haalde Gelfand de hoofdprijs binnen. Bij die twee successen bleef het en vergeefs zoekend naar zijn vorm in de andere toernooien zakte hij op de wereldranglijst naar de twintigste plaats.

De betrokkenen hebben zelf weinig boodschap aan de kanttekening van Kasparov. Zij zijn al maanden volop in training en hebben maar een doel voor ogen. Anand trok zich met zijn team terug in de buurt van Frankfurt, waar hij een huis heeft. Gelfand sloeg zijn kamp in de bergen van Oostenrijk op. Contact met de buitenwereld meden ze nadrukkelijk, maar voor een kort gesprek via Skype wilden ze wel een uitzondering maken.

Ondanks die bereidwilligheid is Anand niet erg happig om stil te staan bij de slechte periode die hij achter de rug heeft. „Het heeft nu geen zin na te denken over andere toernooien die je gespeeld hebt. Wanneer je om het wereldkampioenschap speelt, reageert je hele lichaam daarop en is er een volkomen begrip van het belang van wat je aan het doen bent.”

Evenmin wil hij veel waarde hechten aan de positieve score die hij tegen Gelfand heeft. Hij zit niet te wachten op de opmerking dat de laatste keer dat Gelfand hem in een klassieke partij versloeg in 1993 was: „Die statistieken zijn allemaal leuk en aardig. Het is leuk om daarover te kletsen als je zelf geen match hoeft te spelen. Boris is een belachelijk sterke speler, dus hem onderschatten is nooit een goed idee.”

Van de andere kant gelooft Gelfand niet dat de rol van underdog hem psychologisch bevoordeelt. „Ik verwacht er geen voordeel van, want ik denk dat Vishy deze match heel serieus neemt. Wel denk ik dat er nu meer mensen zijn die geloven in mijn overwinning dan vóór de kandidatenmatches. Maar ook dat maakt niet zoveel uit. Wat telt is wat je doet.”

Of er veel schaakkenners zijn die oprecht geloven in zijn kansen, valt te betwijfelen. Wel is het zeker zo dat Gelfand op veel sympathie van zijn collega’s kan rekenen. Hij is de ideale profspeler, die altijd voor het schaken heeft geleefd. Die zijn eigen principes ontwikkelde, zich aan zijn regels hield en nooit meer schaak speelde dan hij verstandig achtte. „Mijn vader leerde me dat je bepaalde waarden moet hebben en dat je daar trouw aan moet blijven. Ook als de hele wereld een andere mening heeft.”

Toen er in de jaren negentig korte tijd twee rivaliserende cycli om het wereldkampioenschap schaak waren, zwichtten veel spelers voor de verleiding en wedden op twee paarden. Zo niet Gelfand, die zich tot één cyclus beperkte. Een van zijn slachtoffers was zijn vriend Kramnik, die prompt in beide cycli werd uitgeschakeld. En zijn ongelijk toegaf door een uitspraak van Seneca aan te halen die Gelfand hem eerder had voorgehouden: wie overal is, is nergens.

Van die totale toewijding is Anand zich terdege bewust. Hij weet dat dit een kans is waarop Gelfand gehoopt heeft vanaf zijn eerste schaaklessen als jonge pionier in Minsk: „Ik kan me gemakkelijk voorstellen hoeveel werk hij hierin gestopt heeft, en daarom zal hij enorm gevaarlijk zijn. Boris heeft een fenomenaal begrip van schaken, daar kun je nooit luchthartig over doen.”

Boris Gelfand zelf heeft ook geen twijfels over zijn motivatie. „Voor mij is het echt een droom. Telkens wanneer ik een groot toernooi speel voel ik me bevoorrecht. Als ik uitgenodigd wordt voor Wijk aan Zee of het Tal Memorial, bedenk ik wat voor een geluksvogel ik ben dat ik tegen de sterkste spelers van de wereld mag spelen en dat daar ook nog mensen naar komen kijken. Nu is het zelfs nog beter. Een WK-match mogen spelen voelt voor mij als een triple A-voorrecht.”