Dick van Geet, een zelfdenker

D ick van Geet, die afgelopen zondag op tachtigjarige leeftijd overleed, schaakte tot voor kort nog enthousiast voor zijn club Doorn-Driebergen en in correspondentietoernooien en internationale seniorenwedstrijden, en al begon hij zijn partijen al tientallen jaren zelden of nooit meer met de zet 1. Pc3, toch zal hij in de schaakwereld vooral bekend blijven als de man van de Van Geet-opening: 1. Pc3.

Er zijn niet veel Nederlanders naar wie een opening genoemd is. We hebben het Van Duijn-gambiet en de Van Geet-opening, maar Euwe, Timman en Sosonko zijn niet met een naamgeving beloond voor hun grote bijdragen aan de openingstheorie.

Van Geets opening is overigens in de literatuur ook naar andere schakers genoemd, zelfs naar Napoleon. In 2003 verscheen een Duits boek van Harald Keilhack, Der Linksspringer 1. Sc3, van 400 bladzijden. Als Van Geet zijn opening toen al niet had opgegeven, was dit het juiste moment geweest. Hij wilde zijn tegenstanders altijd op onbekend terrein lokken, en als er een boek van vierhonderd pagina’s bestaat over je eigen ‘onbekende’ opening, dan moet je daar wegwezen.

Soms ging hij te ver met zijn hang naar het ongebruikelijke. In 1964 speelde hij in het IBM-toernooi in Amsterdam met zwart tegen de Hongaarse grootmeester Gedeon Barcza een partij die begon met 1. c4 g5. Barcza won in twintig zetten en vroeg na afloop waarom Van Geet die vreemde eerste zet had gespeeld. Van Geet gaf het curieuze antwoord: „Omdat ik wist dat u erg goed in het eindspel bent.”

Hij had vreemde trekjes. Omstreeks diezelfde tijd speelde ik tegen hem in de voorronde van een snelschaaktoernooi met hoge prijzen. Er kwam na een tijdje een morsdode stelling op het bord en ik bood remise aan. Van Geet weigerde. Ik keek verbaasd, en toen deed hij iets dat me nog meer verbaasde, hij zei: ik geef op.

Vervolgens legde hij uit dat hij na een remise in de A-groep van het toernooi zou komen en na een nederlaag in de B-groep, waar hij een betere kans had om een prijs te winnen. Als solide kostwinner, die altijd de zegeningen van een vaste baan prees, was hij blijkbaar om financiële redenen gedwongen om van me te verliezen.

Zijn grootste succes haalde hij in het Hoogoventoernooi van 1967, waar hij vaak in flamboyante stijl won van grootheden als Kavalek, Ciric, Donner en Pomar en van iets mindere grootheden als Robatsch en ik. In de pers schreef men over ‘de Tijger’. Dat succes heeft hij nooit herhaald, maar hij bleef een man van het soort dat het schaken levend houdt, iemand die nooit op de wijsheden van anderen afging, maar altijd bleef denken met het eigen hoofd.

Arturo Pomar-Dick van Geet, Hoogovens Beverwijk 1967

1. d4 Pf6 2. c4 Pc6 Ook tegenwoordig is zwarts laatste zet niet erg gebruikelijk, maar er wordt in ieder geval niet vreemd meer naar gekeken. 3. d5 Wit doet een weerleggingspoging. De vervelendste zet voor zwart is 3. Pf3. 3...Pe5 4. e4 e6 5. f4 Weer een ambitieuze, maar in feite verzwakkende zet. 5...Pg6 6. Ld3 exd5 7. cxd5 Wit heeft veel hooi op de vork genomen en daarmee zwart makkelijk spel gegeven. 7...Lb4+ 8. Pc3 0-0 9. Pge2 Beter lijkt me 9. Pf3, waarna Van Geet vast niet was ingegaan op de dubieuze pionwinst 9...Te8 10. 0-0 Lxc3 11. bxc3 Pxe4. 9...d6 10. f5 Pe5 11. Lg5 c6 12. a3 Lxc3+ 13. Pxc3 Db6 14. Le2 Te8 15. Lxf6 gxf6 16. Dd2 Het lijkt of wit zich geconsolideerd heeft, maar Van Geet verscherpt de strijd nu met een kansrijk stukoffer. 16...Lxf5 17. exf5 Pc4 18. Dd3 Pxb2 19. Dg3+ Kh8 20. Tb1 Te5

Wit kan zich nog verdedigen, maar makkelijk is het niet. Waarschijnlijk zou 21. Pa4 na 21...Txe2+ 22. Kxe2 Te8+ 23. Kf1 Da6+ 24. Kg1 Pxa4 25. Dxd6 tot remise door eeuwig schaak leiden. Een andere mogelijkheid was 21. Pd1 Txe2+ 22. Kxe2 Db5+ 23. Kd2 Dxd5+ 24. Kc1 Tg8 met een onduidelijke stelling. 21. Tf1 Tae8 22. Tf3 Dg1+ 23. Tf1 Dd4 24. Tf3 Te3 Zwart wint het stuk terug en houdt sterke aanval. 25. Txe3 Txe3 26. Dxd6 Wit dreigt mat, maar zwart komt eerst. 26...Pd3+ 27. Kd2 Of 27. Kf1 Tf3+ en wit gaat mat. 27...Pc5+ 28. Ke1 Dxc3+ 29. Kf1 Kg7 30. dxc6 Pe4 31. cxb7 Pxd6 32. b8D Wit heeft nog even het materiële evenwicht kunnen handhaven, maar zwarts stukken werken moordend. 32...Pe4 33. Td1 Dc2 34. Db5 Pc3 35. Dc4 Dxe2+ Met 35...Dxf5+ had hij de partij sneller beslist. 36. Dxe2 Txe2 Maar ook hier had wit het met een stuk minder eigenlijk op moeten geven. Doordat Van Geet geen enkele haast heeft, duurt het nog onverwacht lang. 37. Td7 Ta2 38. Txa7 Pb5 39. Ta5 Pxa3 40. h3 Ta1+ 41. Kf2 Pc2 42. Tc5 Ta2 43. g4 Pb4+ 44. Kg3 Tc2 45. Tb5 Pc6 46. Tb3 Pd4 47. Tb7 Tc3+ 48. Kh4 h6 49. Tb1 Tf3 50. Th1 Pe2 51. Th2 Pf4 52. Th1 Kf8 53. Th2 Ke7 54. Th1 Kd6 55. Td1+ Ke5 56. Te1+ Kd4 57. g5 Pg2+ Wit gaf het eindelijk op.