Den Haag heeft niets te zeggen over plofkip

Den Haag heeft weinig te vertellen over de plofkip, dus moeten bedrijven door Wakker Dier, Greenpeace en het Voedingscentrum worden gedwongen om verantwoord voedsel te verkopen, schrijft Herman Lelieveldt.

Plofkuikens van acht dagen. Ze zitten zes weken in een schuur bij heel geel schemerlicht. Dan zijn ze klaar voor de slacht. Foto Floren van Olden

Duurzaam Nederland beleefde twee weken geleden een mooie zondag toen Unilever aankondigde de plofkip in de ban te doen, onder druk van Wakker Dier. De beslissing van Unilever volgde op eerdere besluiten van supermarkten en voedselfabrikanten om hun producten eerlijker, groener en diervriendelijker te maken. Zo wist Oxfam Novib door het inzetten van de Groene Sint bedrijven als Verkade en de HEMA te bewegen tot de verkoop van eerlijke chocoladeletters. Stukje bij beetje wordt zo iedere reep fair trade. Onder druk van Greenpeace besloten de Nederlandse supermarkten om op termijn alleen nog maar MSC-gecertificeerde vis te verkopen. Eind 2011 zaten ze al op 85 procent – voorwaar geen slechte score.

Voedselbeleid anno 2012 heeft nog maar weinig te stellen met de politiek in Den Haag. Supermarkten en fabrikanten voeren geen Haagse regels meer uit, maar hebben zichzelf getransformeerd tot beleidsmakers. Onder druk van belangengroepen en aangezwengeld door de publieke opinie poetsen zij zo hun maatschappelijk verantwoorde imago op.

Organisaties als Wakker Dier en Milieudefensie hebben inmiddels haarfijn in de gaten dat Den Haag een labyrint is waarin iedere lobbypoging vastloopt op een versplinterd partijlandschap en de gevestigde belangen van de agribusiness. Hiermee vergeleken ziet het landschap van producenten en verkopers er wonderwel eenvoudig uit.

Nederlanders kopen bijna 80 procent van hun voedsel in supermarkten. Niet meer dan vijf concerns beheersen die markt. Via een geraffineerde mix van naming, shaming en praising duwen clubs als Wakker Dier en Milieudefensie dit korte rijtje dominostenen in rap tempo om. Zodra de marktleider om is, volgen de anderen vrijwel vanzelf. Na Unilever hebben ook Olvarit en Struik beloofd om over te stappen op beter kippenvlees. Hiermee zien we een trend die velen tot voor kort niet voor mogelijk hadden gehouden. De race to the bottom, zoals deze zich manifesteerde in de reclame voor kiloknallers, wordt langzaam omgebogen in een race to the top, waarin grootgrutters zich zo groen mogelijk willen voordoen.

Het succes van deze campagnes staat in schril contrast met de waslijst aan pogingen om ons voedsel te vergroenen via de officiële politiek.

Neem het voorbeeld van de plofkip. Op de kop af twee jaar geleden deden honderd hoogleraren, verenigd in het Platform Duurzame Veeteelt, ook al een klemmende oproep om deze in de ban te doen. Men schreef een doortimmerd rapport, verscheen op radio en televisie en kreeg steun van duizenden burgers en honderden organisaties.

Het duurde een jaar voordat de initiatiefnemers überhaupt op de koffie mochten komen bij staatssecretaris Bleker (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, CDA). Het gesprek leverde niets meer op dan de uitnodiging mee te doen aan een gratuite maatschappelijke dialoog over de toekomst van megastallen. In de tussentijd hadden Blekers ambtenaren in een notitie omstandig uiteengezet dat de meeste ideeën weliswaar aardig waren, maar onuitvoerbaar. Niet Den Haag, maar Brussel gaat over het welzijn van de dieren. Elke Nederlandse maatregel zou worden uitgelegd als een belemmering van de interne markt.

Het platform gooide de handdoek in de ring en stelde op de website beteuterd vast dat er niets anders op zat dan te wachten op een nieuwe staatssecretaris van Landbouw, bij voorkeur niet van CDA-huize.

Het verhaal van de plofkip illustreert mooi de verplaatsing van de politiek zoals die al in 1995 werd gesignaleerd door bestuurkundige Mark Bovens: weg uit Den Haag en in de richting van Europa, markt en maatschappelijk middenveld. Deze verplaatsingen zijn sterk met elkaar verbonden. Juist omdat Den Haag er niet meer over gaat, kunnen veranderingen op korte termijn niet anders plaatsvinden dan via de markt en het middenveld. Een wettelijk verbod op de verkoop van de plofkip sneuvelt binnen de kortste keren bij het Europese Hof en anders wel bij de arbitragecommissie van de Wereldhandelsorganisatie, maar als de markt vrijwillig besluit om groener te werken, valt hier verder weinig tegenin te brengen.

Wie deze ontwikkelingen beziet, hoeft zich niet erg druk te maken over de val van het kabinet. Terwijl Nederland een regeringsloos jaar van Tweede Kamerverkiezingen en een kabinetsformatie tegemoet gaat, slingeren Wakker Dier, Greenpeace en het Voedingscentrum de ene na de andere radiospot de ether in. Zo wordt ons voedsel stukje bij beetje eerlijker, diervriendelijker en duurzamer, of er nu een regering zit in Den Haag of niet.

Herman Lelieveldt doceert politicologie aan de University College Roosevelt Academy in Middelburg, een vestiging van de liberal arts en sciences colleges van de Universiteit Utrecht.