Column

De wietpas helpt toch een beetje

Het is het einde van een tijdperk. Ooit kon je je buitenlandse vrienden trots meevoeren langs de Amsterdamse straatjes met van die karakteristieke Saban B.-meisjes achter de ramen en op elke straathoek zo’n gemoedelijk cannabislokaal met Jamaicaanse vlaggetjes en hangerige toeristen. Straks is dit allemaal verleden tijd. De Amsterdamse PvdA-leider Lodewijk Asscher bond de strijd aan met de ramen. Nu moet de wietpas de cannabishandel aan banden leggen. Het laatste stukje wetgeving van het kabinet-Rutte I stelt dat een coffeeshop alleen mag bestaan als besloten club, met in Nederland geboren leden. Aangezien de clientèle van de gemiddelde coffeeshop grotendeels uit toeristen bestaat, kun je stellen dat die wietpas de doodsteek is voor het fenomeen.

Op minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en burgemeester Hoes (Maastricht, VVD) na lijkt iedereen alleen maar kritiek te hebben op het nieuwe cannabisbeleid. De Marokkaan die buiten een getroffen Maastrichtse coffeeshop een NOS-microfoon onder zijn neus kreeg, verwoordde precies wat heel Nederland lijkt te denken: als de toeristen niet binnen hun joint kunnen kopen, verkoopt hij deze wel buiten aan hen – met alle overlast van dien.

Wat was er mis met het bestaande gedoogbeleid? Het werkt inderdaad best aardig. Het onderscheid tussen soft- en harddrugs leidt ertoe dat niet iedere onschuldige hippie eindigt met een strafblad. Verder heeft het beleid geen excessief drugsgebruik veroorzaakt. De gemiddelde Nederlander blowt nauwelijks. Roken en drinken zijn nog steeds veruit de grootste bedreiging voor de volksgezondheid.

Toch houdt hennepteelt een groot deel van de Nederlandse politiemacht dagelijks bezig en niet omdat het op zichzelf zo’n verwerpelijke of maatschappelijk ontwrichtende drug is. Welnee, als cannabis door gezellige biologische keuterboertjes zou worden gekweekt, zou geen korps zich ermee bezighouden, maar op de een of andere wonderlijke wijze verzandt elke legalisatie of gedoogpoging in een klaterende overwinning van de onderwereld. Hennepteelt is volledig in handen van georganiseerde criminelen. Een beetje handige vrouwenhandelaar, wapenhandelaar, heler of witwasser houdt zich ook bezig met hennep. Het is bijzonder gemakkelijke en lucratieve business, met een doodeenvoudig productieproces, lage investeringskosten, een lage pakkans, gigantische winstmarges en een door het gedoogbeleid gegarandeerde toevoer van drugs gebruikende klanten uit de wijde omgeving.

Het gevolg hiervan is enorme maatschappelijke schade. Honderden drugsrunners storten zich op de busladingen met Frans tuig die per se hun jointje moeten scoren in Maastricht. Drugstoeristen worden klemgereden op de A2 door de runners en vervolgens met harde hand gedwongen in de richting van een drugspand. Daar floreert de zwarte markt, ondanks het gedoogbeleid. Één zo’n drugspand kan een straat of buurt ruïneren, maar dit is niet het enige. Schadelijker zijn de schietpartijen op klaarlichte dag, de afpersingen, de liquidaties en de burgemeesters die met hun familie moeten onderduiken, omdat ze worden bedreigd. In Noord-Brabant spraken ze op een bepaald moment van een heuse drugsoorlog. Sommigen hoopten hardop dat de marechaussee zou komen assisteren.

Echt, zo’n jointje is het probleem niet. Legalisering zou zelfs een goed idee zijn, maar alleen in een parallel universum waar Nederland een geïsoleerd eiland was in een weidse oceaan, zonder landingsbaan. In de echt wereld is Nederland omringd door naar drugs hunkerende landen met een strengere wetgeving. Het gedoogbeleid heeft voornamelijk ertoe geleid dat Nederland de drugsdealer van Europa is geworden en daarmee een waar paradijs voor internationale bendes.

Natuurlijk lost de wietpas dit probleem niet meteen op – iedere toerist die bij een coffeeshop wordt teleurgesteld, kan terecht op de hoek van de straat – maar het zou ook zomaar kunnen dat een deel van de toeristenstroom toch opdroogt. Dat er voor zo’n drugstoerist op den duur ook niet zo veel verschil meer is tussen een illegaal jointje uit een buitenwijk van Terneuzen of eentje van de dealer thuis, in Lille of Luik. Terneuzen zonder coffeeshop is dan ineens een bijzonder waardeloze vakantiebestemming.