De vertwijfelde toerist

Paul Rosenmöller en de Arabische revolutieNed. 2, 20.30 - 21.25 uur

„Vroeger zat ik in het Syrische leger. Ik stond dicht bij Bashar al-Assad. Wij haatten hem in het begin niet, we vonden hem een goed mens. Tot de Syrische revolutie.” Nu is Alaa Ali gevlucht naar Wadi Khaled, net over de grens met Syrië, in Libanon. Hij is niet de enige.

Paul Rosenmöller reist in een nieuwe Paul Rosenmöller en… af naar de Arabische wereld, om een voorlopige balans op te maken na de revoluties. In deze eerste aflevering praat hij met Alaa Ali, die niet herkenbaar in beeld durft te komen.

Tanks bewaken de grens, Syrische sluipschutters schieten soms Libanese burgers neer, en verderop in Tripoli worden Syrische gewonden verzorgd die hun eigen ziekenhuizen niet durfden te betreden uit angst voor het leger dat daar huishoudt. Rosenmöller spreekt strijders van het Vrijheidsleger, gewonde burgers en Libanezen die de kant van de revolutie kiezen.

Veel kritischer is hij wanneer hij spreekt met voorstanders van het regime. Nog naïef wil hij geloven in een goed einde van de revoluties, met een zegevierende vrijheid, een goede en slechte kant. Dat blijkt ook als hij vrijheidsstrijders vraagt of ze wel eens met hun geweer hebben geschoten, of ze zelfs wel eens mensen hebben doodgeschoten.

Maar mooi is de vertwijfeling die, al dan niet bewust, ook bij Rosenmöller lijkt te ontstaan. Als een ware toerist loopt hij even later in de aflevering rond in Redeyef, Tunesië, om te kijken hoe het anderhalf jaar na de val van Ben Ali is veranderd . Optimistisch vraagt hij een familie hoeveel er sindsdien is veranderd. Niets, is hun antwoord.

Anouk van Kampen