De kunst van het draaien vergt fijn moreel kompas

Laten we naar de toekomst kijken, bezwoer minister Spies, terwijl het drijfzand van de gedoogcoalitie haar in het recente verleden zoog. Mariëlle Tweebeeke, de eminente ondervraagster van Nieuwsuur, hoefde zich niet eens druk te maken om de voosheid van de vlucht naar voren van de kandidaat-lijsttrekker van het CDA zichtbaar te maken.

Politiek als vak is soms onsmakelijk. Politiek als roeping is nobeler en eenvoudiger, maar komt soms onhandig uit in de Nederlandse realiteit – vooral als er van coalitie gewisseld moet worden. Als partij met centrumambities heeft speciaal het CDA daar periodiek last van. Daarom wisselde de machtige KVP in zulke gevallen vrij emotieloos van kopman. Het vertrek van Maxime Verhagen past in die schonestartpraktijk van vroeger.

De onordelijke haast waarmee diverse andere CDA-bewindslieden dezer dagen hun afkeer van de PVV en de anti-immigratieagenda van de gedoogcoalitie uiten, heeft de charme van de bevrijdende oprechtheid. En het nadeel van de al te zichtbare souplesse in de ruggegraat. Wat liet Jack de Vries zijn lijsttrekker Verhagen ook al weer tegen Wouter Bos zeggen in de campagne 2006? U draait en u bent niet eerlijk.

De uitspraken van Spies deze week trokken de aandacht omdat zij onder beide categorieën leken te vallen. Ook CDA-kiezers waren er volgens een actuele peiling van Maurice de Hond niet blij mee. De eind vorig jaar pas aangetreden minister van Binnenlandse Zaken heeft het verbod op „het dragen van gezichtsbedekkende kleding” (boerkaverbod) en de noodzaak van uitbanning van de dubbele nationaliteit nog met verve verdedigd.

Nu zegt zij dat die maatregelen voor haar niet meer hoeven, het waren voor het CDA inleverpunten geweest om met de VVD en de PVV een (gedoog-)coalitie te kunnen sluiten. In de formatiezomer van 2010 was er geen alternatief geweest. In oktober 2010 wilde tweederde van het CDA die constructie. Dus hebben we er het beste van trachten te maken. Zei Liesbeth Spies – als waarnemend partijvoorzitter en gedeputeerde van Zuid-Holland.

Vrijwel alles aan de redeneertrant van Spies deugt niet. VVD wilde niet verder praten met de Paars Plus-partners; VVD en CDA zagen meer heil in samenwerking met de PVV. Nu doet zij alsof die tweederde van het CDA haar en andere bestuurders min of meer dwong tot het experiment met de PVV. Zo was het natuurlijk niet. Verhagen en zijn jubelcherubijn Eurlings bezwoeren het roemruchte congres van Arnhem om deze stap te zetten.

De verantwoordelijke bewindsvrouw zou „geen traan laten” als de Kamer het boerkawetsontwerp een zachte dood liet sterven. Waarom trekt zij het ontwerp niet zelf in – zij gaat er toch over? Omdat de VVD’ers van het demissionaire kabinet er nog steeds voor zijn? Omdat een deel van het CDA ook niet houdt van boerka’s en bivakmutsen? „Vertrouwen” klinkt uit de mond van Spies als een boemerang.

Met haar procedurele verwijzingen stapt Spies achteloos over het belangrijkste probleem met haar draai heen: het bestaan van morele grenzen. Natuurlijk moet er in dit land met veel meningen en relatief kleine partijen voortdurend worden gezocht naar compromissen. Maar iedere partij – en zeker een partij die zich laat voorstaan op normen en waarden – heeft de eigen morele grenzen in het oog te houden.

Spies noemt het gedoogavontuur „een experiment dat niet voor herhaling vatbaar” is. Maar zij kan het niet over haar lippen krijgen om te zeggen dat het fout was, dat de norm „gij zult niet discrimineren” voortdurend is overschreden, dat de Boerkawet daar een voorbeeld van was, dat al het ijveren van minister Leers in de buitendienst van Geert Wilders daarop was gebaseerd.

De VVD heeft zich op rechts genesteld en vertoont amper discussie over de vraag of er misschien ook liberale grenzen zijn overschreden. Een logische reactie op dat electoraal-tactische reflectieverbod is de uitspraak van GroenLinks-leider Jolande Sap. Logisch dat ze liever met de PvdA verder wil. De cijfers en de compromisbereidheid van deze en gene zullen uitwijzen of dat ervan komt. De VVD is over het algemeen beter in politiek als vak.

De open discussie en de lijsttrekkersverkiezingen binnen het CDA zijn tekenen van dooi en voorjaar. Het zichtbaar worden van decennialang in beslotenheid uitgevoerde draaibewegingen kan een teken van volwassenwording zijn. Dat gaat soms van au. Boeiend is daarbij dat de bestuurlijk ervaren outsider Marcel Wintels (de ‘redder’ van scholenmonster Amarantis) zich opwerpt als de schone kandidaat zonder PVV-sporen aan zijn handen. Maar op het Arnhemse congres stemde hij niet tegen de gedoogcoalitie.

De kunst van het draaien, in zeiltermen ‘door de wind gaan’, vereist een fijn moreel kompas op het kruispunt van roepingen. Als 4 en 5 mei nog ergens over gaan, dan ook dat er morele grenzen zijn die iedere roeping horen te domineren.

Marc Chavannes

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl