De Franse radeloosheid

„Links maakt me ongerust, rechts maakt me bang”, zei oud-premier Dominique de Villepin aan de vooravond van de beslissende ronde van de Franse presidentsverkiezingen. De campagne bestaat uit ‘georganiseerd wederzijds bedrog’. Politici weten dat ze moeten bezuinigingen maar zwijgen erover, burgers weten dat er bezuinigingen komen, maar horen het liever niet.

People watch on TV the televised national debate between the two candidates for the 2012 French presidential election, France's Socialist Party (PS)'s Francois Hollande and France's incumbent president and Union for a Popular Movement (UMP)'s Nicolas Sarkozy between the two rounds of the presidential election on May 2, 2012 at their home in Meyzieu, near Lyon, central eastern France. AFP PHOTO JEFF PACHOUD AFP

Het zou een vraag kunnen zijn in een nieuwsquiz. Wat is het meest gedeprimeerde volk dat zondag in Europa naar de stembus trekt? Het zijn niet de Serviërs, van wie een deel zo naar Europa verlangt. Het zijn ook niet de Duitsers uit Sleeswijk-Holstein, die vinden dat Europa hun soms (te) veel geld kost. Het zijn niet de Italianen en ook niet de Grieken, die zo balen van de door Europa opgelegde bezuinigingen.

Het zijn de Fransen. De inwoners van de vijfde economische macht ter wereld, de tweede in Europa, kiezen zondag met een somber gemoed een president voor de komende vijf jaar. Slechts 35 procent onder hen denkt dat het leven in die komende jaren ietsje beter wordt. Maar liefst 46 procent is pessimistisch over de toekomst, en 19 procent, 1 op de vijf Fransen dus, is ronduit ‘erg pessimistisch’. Zelfs Iran en Afghanistan halen betere cijfers.

De radeloosheid van het Franse volk werd vorige week door oud-premier Dominique de Villepin samengevat als „links maakt me ongerust, rechts maakt me bang”. De aristocratische Villepin leek er voor een keer aardig de geestestoestand van het Franse volk mee samen te vatten.

Bange, ongeruste Fransen zijn overal. In alle lagen van de bevolking, maar vooral onder de lagere inkomens. Arbeiders van staalbedrijf Arcelor Mittal uit Florange in de Elzas hielden de laatste weken een mars op Parijs, ze zijn doodsbenauwd dat ze straks net als honderdduizenden anderen hun baan verliezen. Sinds 1980 zijn in Frankrijk ruim 2 miljoen industriële banen verloren gegaan, waarvan 500.000 tijdens het vijfjarige mandaat van Nicolas Sarkozy, de rechtse president die volgens peilingen zondag de macht moet overdragen aan zijn socialistische uitdager François Hollande.

Elke 50 minuten zelfmoord

De staalarbeiders uit het noordoosten kregen steun en gezelschap van ‘andersmondialisten’ uit het zuiden, die vanuit Avignon hun mars op Parijs inzetten. Onder hen veel landbouwers en kinderen van landbouwers, die het bedrijf van hun ouders niet meer voortzetten omdat er te weinig geld mee valt te verdienen. De verhalen die jonge en minder jonge landbouwers vertellen in L’Amour est dans le pré, de Franse versie van Boer zoekt vrouw, gaan over armoede of nog erger. De begeleidende beelden zijn zelden een aanmoediging om op het platteland te gaan wonen, tenzij je terugverlangt naar de jaren vijftig. In Frankrijk pleegt om de 50 minuten iemand zelfmoord, en veel vaker op het platteland dan in de stad. „Als we alle rekeningen hebben betaald, blijft er voor de rest van de maand gemiddeld nog 300 euro over. We zouden meer verdienen als we werkloos waren”, vertelde een boerenechtpaar uit het Ardeense boerendorpje Brachay.

Arbeiders en landbouwers waren sterk vertegenwoordigd in het electoraat van de rechts-nationalistische Marine Le Pen, die in de eerste ronde op 22 april 6,5 miljoen Fransen (17,9 procent) achter zich wist te scharen met een anti-Europees discours, de beste score ooit voor extreemrechts in Frankrijk. In Brachay kreeg Le Pen 31 van de 45 uitgebrachte stemmen, 72 procent.

Maar er zijn ook sombere studenten, die vrezen geen baan te vinden na hun afstuderen, net als 22 procent van de afgestudeerde jongeren. Er zijn bange kaderleden en ambtenaren die vrezen hun baan te verliezen, en bange gepensioneerden die vrezen dat hun pensioen niet meer mee zal stijgen met de prijsindex. De gepensioneerden zijn met 12 miljoen in Frankrijk, een niet te verwaarlozen kiezersgroep. Een op de drie Fransen koos in de eerste ronde, rechts of links van het midden, voor een partij die minder Europa wil, minder mondialisering, en meer Frankrijk.

Fransen waren altijd al koele minnaars van de vrije markt, amper 30 procent denkt dat dit het beste systeem is om welvaart te creëren. De liberale partij is verwaarloosbaar klein, en gelinkt aan de middenpartij Mouvement Démocrate, wiens kandidaat François Bayrou 9,16 procent behaalde in de eerste ronde. Er is ook een liberale stroming binnen de rechtse UMP en de Parti Radical de Gauche probeert het sociaal-liberalisme te vertegenwoordigen in de Franse politiek. Maar zeker op links is er nog een klassiek anti-liberaal geluid te horen, dat door de wereldwijde crisis weer in sterkte toeneemt.

Maar ook Marine Le Pen heeft dat geluid goed opgevangen. Haar vader Jean-Marie, tot eind 2010 leider van de partij, voer economisch een neoliberale, door Ronald Reagan en Margaret Thatcher geïnspireerde koers, al was dat meer uit afkeer van de geldverslindende staat dan uit liefde voor de vrije markt. Dochter Le Pen komt op voor de verworvenheden van de sociale welvaartstaat: voor een stijging van de pensioenen, voor hogere ambtenarenlonen, behoud van de 35-urige werkweek, een programma dat door sommigen als ‘etno-socialistisch’ wordt omschreven. In andere Europese landen was dit fenomeen al langer te zien, bij de Ware Finnen, de PVV van Geert Wilders of het Vlaams Belang, maar voor rechts Frankrijk is het een koerswijziging.

Dat heeft ook effect op de klassieke machtspartijen. Nooit waren er meer Franse vlaggen te zien op bijeenkomsten van meerderheidspartij UMP van president Sarkozy, nooit was de roep om ‘intelligent protectionisme’ duidelijker hoorbaar. Een van de opkomende sterren binnen die Socialistische Partij van François Hollande is Arnaud Montebourg, auteur van het boekje Stem voor de demondialisering. Het wereldwijde kapitalisme heeft Frankrijk en de Fransen armer gemaakt, meent Montebourg, en zijn ideeën zijn doorgesijpeld in het programma van Hollande.

De beschermende staat

Sinds 1945 zijn de Fransen, geïnspireerd door de ideeën en de politiek van generaal Charles de Gaulle, groot geworden met het idee van de sterke, beschermende staat. Een idee dat sinds de Vijfde Republiek, met de eerste rechtstreekse verkiezing van de president in 1958, wordt verpersoonlijkt in de sterke leider van het land. Alexis de Tocqueville, de 19de-eeuwse grondlegger van het politiek liberalisme, had het al over „le monstre doux”, over het potentieel despotische karakter van de democratie, op zich een erg Franse gedachte. Het geloof in de sterke natiestaat is in de Franse politieke cultuur sterker aanwezig dan in andere Europese landen. Terwijl andere landen federaliseerden, is Frankrijk alleen maar centralistischer geworden, met een recordaantal overheidsambtenaren (5,3 miljoen) tot gevolg.

Nicolas Sarkozy was in 2007 in stijl en ideeën ook de kandidaat van de mondialisering. Hij beloofde de breuk met het oude Frankrijk, de republiek zou weer smetteloos worden, hij zou het land economisch hervormen, de werkloosheid halveren en zelfs een heel klein beetje de wereld verbeteren, want Frankrijk zou weer aan de kant gaan staan van alle onderdrukte volkeren. Maar behalve wat buitenlandse succesjes, zoals vorig jaar nog in Libië, oordeelt een groot deel van de Fransen negatief over vijf jaar Sarkozy. Die afkeer is deels ingegeven door het gevoel dat de mondialisering heeft gefaald.

Want de Fransen kregen tijdens Sarkozy’s mandaat steeds meer het gevoel dat de markt regeert, en de beschermende staat aan invloed verliest. Het begon met de crisis rond Amerikaanse rommelkredieten in 2008 en resulteerde in een onnavolgbare reeks van Europese toppen om de euro te redden. En ondertussen vinden de Fransen dat hun leven daardoor niet beter, maar juist slechter is geworden. Terwijl Fransen het gevoel hebben mee op te draaien voor Griekse en andere Zuid-Europese schulden, is in eigen land de werkloosheid niet gehalveerd maar juist verdubbeld tot bijna 10 procent, de koopkracht is de afgelopen vijf jaar op zijn best gelijk gebleven. En de staatsschuld is opgelopen tot 1.700 miljard euro, terwijl de staatsuitgaven zijn opgelopen tot een Europees record: 56 procent van het bruto binnenlands product.

De Fransen staan bekend als spaarders, het idee dat de overheid op de pof leeft zorgt voor een gezamenlijke onrust. In 2013 moet Frankrijk voor 300 miljard euro aan nieuwe leningen afsluiten. En wat als dat, door het verlies van kredietwaardigheid, moet gebeuren aan hogere tarieven dan de bestaande?

Wederzijds bedrog

Ondertussen krijgen de Fransen steeds te horen dat het in Duitsland zo veel beter gaat. De Duitse economie, de Duitse sociale hervormingen, de Duitse werkgelegenheidspolitiek, het functioneert allemaal zo veel beter dan in eigen land. De Franse keuze om groei te stimuleren via consumptie faalde in vergelijking met de Duitse keuze voor productie. Maar voorlopig zoeken de meeste Fransen, en hun politici, de redenen voor het falen nog liever buitenshuis.

Het is ook daarom dat Hollande aandringt op een aanpassing van het Europese fiscaal akkoord, dat hij bij de Duitse bondskanselier Angela Merkel aandringt op maatregelen om ook de groei te stimuleren. Hollande mag zijn Franse kiezers vooral niet de indruk geven dat hij veel gaat besparen, ook al weet het overgrote deel van de Fransen dat de komende jaren in het teken staan van bezuinigingen. Hollande beloofde ‘fiscale eerlijkheid’, maar ook 20 miljard aan nieuwe uitgaven, onder andere voor het scheppen van 60.000 nieuwe banen in het onderwijs.

Politicologen en economen namen tijdens de campagne meer dan eens de term ‘georganiseerd wederzijds bedrog’ in de mond. Politici weten dat ze dringend moeten bezuinigingen maar mogen het niet zeggen, burgers weten dat de bezuinigingen eraan komen, maar horen het liever niet. En wat ze wel horen, kan hen zelden bekoren. De belangrijkste reden om voor Hollande te stemmen, is de afkeer van Sarkozy, zoals donderdagavond nog werd geïllustreerd door middenkandidaat François Bayrou. De man die een catastrofe voorspelt als Hollande zijn economische plannen uitvoert, kiest uit afkeer voor Sarkozy toch maar voor de socialist. Ook Marine Le Pen hoopt stiekem op een overwinning van Hollande, maar om heel andere redenen: als het linkse bewind faalt en de rechtse oppositie verdeeld raakt, speelt dat twee keer in haar voordeel.

Het sombere Frankrijk is zoekende, zoekend naar een plan dat het niet echt vindt bij een van de overgebleven kandidaten. Dat zorgt voor onzekerheid en onrust. Maar ook dat is op zich niets nieuws. Edgar Fauré (1908-1988), na de Tweede Wereldoorlog twee keer premier tijdens de tumultueuze jaren van de Vierde Republiek, vatte het Franse politieke klimaat ooit zo samen: „Frankrijk is altijd één stap verwijderd van de volgende revolutie, omdat het altijd één stap te laat is met broodnodige hervormingen.”