Brieven opinie

Dr. Kloos reageert in Opinie & Debat van 21 april op mijn onderzoek naar de vraag of Willem van Oranje nog heeft gesproken na het schot van Balthasar Gerards. Mijn conclusie was dat er geen dwingende redenen zijn om hieraan te twijfelen. Zekerheid zullen we nooit krijgen.

Kloos wijst op een pamflet in de collectie-Knuttel van de Koninklijke Bibliotheek. In dit Duitstalige vlugschrift wordt ontkend dat Willem nog iets heeft gezegd. Dit zou twijfel moeten zaaien, maar „het collectief der Nederlandse geschiedschrijvers” zou er zijn oog niet op hebben laten vallen.

Ik kan Kloos verzekeren dat weinig leden van dit collectief hun onderzoek naar politieke geschiedenis zullen beginnen zonder Knuttel te raadplegen en de pamfletten te bekijken. Het door haar genoemde pamflet is in 1584 in Keulen verschenen en staat in de, vaak rooms-katholieke, traditie die de laatste woorden ontkent.

Het pamflet spelt de naam van Balthasar Gerards als „Balthasar Serack” en spreekt over vergiftigde kogels – over betrouwbaarheid gesproken. Toch zegt het pamflet uiteindelijk slechts dat de prins niet meer heeft gesproken nadat hij in elkaar was gezakt. De getuigenissen over de woorden gaan over de momenten voordien, toen stalmeester De Malderé de prins nog overeind kon houden, opdat hij niet op de omstanders viel.

Een andere vraag is of je alles wat je tijdens je onderzoek hebt gevonden, ook wilt aanhalen. Dit doe je meestal, tot verdriet van de lezers. Er is ons als Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis alles aan gelegen om niet alleen actueel, maar ook leesbaar te zijn. Alleen dan wordt geleerdheid vruchtbaar.

Dr. Joke Roelevink

Senior onderzoeker op het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (KNAW), Den Haag

Fortuyn vs. De Witt is gewoon rechtse framing

In de NRC Special over Pim Fortuyn (28 april) was het weer zover. De mythe over zijn dood werd weer van stal gehaald – de mythe die hem plaatst in de rij van grote Nederlandse staatslieden. Telkenmale wordt de moord op Fortuyn vergeleken met de moord op Johan de Witt. Ook rechter Bauduin trapt in deze vorm van rechtse framing, door te verklaren dat Johan de Witt de laatste politicus voor Fortuyn was die viel onder moordenaarshand.

Zijn dan al die mensen die om hun overtuiging door de nazi’s zijn vermoord geen politieke slachtoffers? Om er slechts één te noemen: Henk Sneevliet, het linkse Amsterdamse gemeenteraadslid dat in 1942 werd gefusilleerd. Was dat geen politieke moord?

Sjaak van der Velden

Historicus, Rotterdam

Privacyberoving van de lattende AOW’ers

De huishoudtoets in de Bijstandswet wordt door een aantal grote steden niet meer toegepast. De regel blijkt onbillijk, irrationeel en per saldo mogelijk duurder voor de overheid. In het verlengde hiervan kan ook de jacht op AOW’ers met een latrelatie worden gestaakt. AOW’ers die alleen wonen, kunnen hiervoor een zeer valide reden hebben. Als zij evenwel naar het oordeel van de overheid te veel tijd met een geliefde, vriend of vriendin doorbrengen, worden zij honderden euro’s gekort op hun AOW.

Elke wijziging in privéomstandigheden moet worden gemeld. Ambtenaren hebben het recht slaapkamers te betreden om te controleren of een bed door één of twee ouderen is beslapen. Ook kan worden geobserveerd of een oudere met een boodschappentas binnenstapt op een ander dan het eigen adres. Samen een maaltijd gebruiken mag ook niet te vaak gebeuren. Dit alles op straffe van inkomensverlies.

Ook AOW’ers met een latrelatie zijn veertig jaar bezig geweest voor hun AOW. Veel ouderen hebben weinig of geen pensioen. Als de overheid hier nog meer afhaalt, betekent dit dat veel ouderen niet vrij zijn een volwaardige latrelatie te bekostigen. Deze tragiek raakt niet alleen 65+’ers. Veel 65+’ers hebben immers een jongere partner, die ook wordt geraakt door dit onrecht.

De regelgeving rond de AOW betekent een dramatische schending van de privacy en het zelfbeschikkingsrecht. Maatschappelijk speelt het belang dat gelukkige ouderen actiever en gezonder zijn. Dit is een groot goed voor de economie en de beheersing van de kosten van de gezondheidszorg.

Maria Rademaker

Leiden

Verlaag ook de btw op beeldende kunsten weer

De btw gaat omlaag voor de podiumkunsten en niet voor de beeldende kunsten, nadat ze ruim een jaar geleden was verhoogd van 6 naar 19 procent. De btw op beeldende kunsten blijft 19 procent. Voetbalkaartjes en bioscoopkaartjes blijven op 6.

Begrijpt u het nog? Als deze situatie blijft, zal dus in twee jaar tijd de btw voor beeldende kunst zijn verhoogd van 6 naar 21 procent.

De concurrentiepositie met galerieën in het buitenland wordt ondermijnd door de verhoogde btw, doordat de prijzen nog verder moeten worden verhoogd om er als kunstenaar en galeriehouder nog iets aan over te houden. Ook in eigen land wordt kunst minder goed verkoopbaar door de hoge prijzen.

De omzet van de Nederlandse galerieën daalde de afgelopen jaren al met ongeveer 15 procent. Voor eenvijfde van de galerieën kostte de economische recessie vorig jaar zelfs tot 25 procent en meer aan omzet.

Mijn werk, dat van mijn collega’s en van galeriehouders wordt zodoende ondermijnd op een grove en volstrekt onnodige manier.

Het is met name de VVD die tijdens de afgelopen onderhandelingen elke bijstelling van het btw-tarief voor beeldende kunst heeft tegengehouden. Nota bene VVD’er Bart de Liefde heeft erkend dat de btw-verhoging een ongelukkige maatregel is. Bovendien wordt er een uiterst discriminerend en niet uit te leggen onderscheid gemaakt tussen podium- en beeldende kunsten.

Ik kan het daarom helaas niet anders zien dan dat de VVD doelbewust een sector de afgrond in probeert te duwen in tijden van economische tegenspoed.

Rob Voerman

Arnhem