Aanhangers Ahmadinejad krijgen afstraffing bij verkiezingen in Iran

Iraanse kiezers gisteren bij de stembus. Foto AP / Vahid Salemi

Bij de Iraanse parlementsverkiezingen heeft president Mahmoud Ahmadinejad een flinke afstraffing gekregen. Uit de voorlopige uitslagen is gebleken dat de aanhangers van de president zware verliezen hebben geleden. Dat meldt persbureau AP.

De conservatieven, die Ahmadinejad ooit steunden, maar hem de rug hebben toegekeerd, profiteren en zouden een grote meerderheid van de kiezers achter zich weten te krijgen. Omdat hervormers weinig inspraak hebben in Iran en de oppositieleiders onder huisarrest staan, waren de verkiezingen vooral een strijd tussen de conservatieven van geestelijk leider ayatollah Ali Khamenei en aanhangers van president Ahmadinejad.

Conservatieven behaalden begin mei al meerderheid in parlement

Er waren gisteren 65 zetels te vergeven. In totaal heeft het Iraanse parlement 290 zetels. Tegenstanders van Ahmadinejad krijgen minstens twintig zetels. Aanhangers van Ahmadinejad hebben acht zetels weten te bemachtigen. Elf zetels gingen naar onafhankelijke parlementariërs. Van de resterende 26 zetels gaat vermoedelijk een meerderheid naar opponenten van Ahmadinejad.

De conservatieve kandidaten wisten bij de eerste ronde van de parlementsverkiezingen in maart al een meerderheid in het parlement te behalen. NRC-correspondent Thomas Erdbrink schreef toen:

Hoewel de strijd gaat tussen conservatief en extreem conservatief, staat er meer op het spel. Het broze machtsevenwicht in de islamitische republiek is al sinds de opstand van 2009 verstoord; niet-gekozen geestelijken winnen invloed.

Uitslag is steunbetuiging aan geestelijk leiders

De voorlopige uitslag wordt door de Iraanse bevolking gezien als een steunbetuiging aan de geestelijke leiders van het land. Ahmadinejad heeft zich enige tijd terug namelijk gekeerd tegen de geestelijkheid. Hij zou hebben geprobeerd de presidentiële bevoegdheden uit te breiden. Dat was tegen het zere been van de hoogste geestelijke leider Khamenei, die het laatste woord heeft over alle staatszaken.

Het nieuwe parlement komt eind mei voor het eerst bijeen. Het heeft weinig zeggenschap over belangrijke politieke kwesties, zoals het Iraanse atoomprogramma, maar het kan wel invloed uitoefenen op de keuze voor een nieuwe president. De presidentsverkiezingen vinden in 2013 plaats.

Iran officieel geen theocratie

De groeiende macht van de geestelijkheid in Iran is opvallend, omdat het land juist nadrukkelijk geen theocratie zegt te zijn. Correspondent Erdbrink legde eerder in NRC Handelsblad uit:

Volgens de grondwet van 1979 is de islamitische republiek helemaal geen theocratie. De eerste artikelen zeggen dat het politieke systeem moet worden “ondersteund door het volk.” Er moet worden geregeerd “op basis van de publieke opinie, zoals gemeten in verkiezingen.”

Decennialang was Iran zodoende een van de meer democratische landen in een regio, die tot de Arabische opstanden van 2011 werd gedomineerd door autoritaire leiders en koningen.

Twee verkiezingen resulteerden in monsterzeges voor de hervormer Mohammad Khatami, die tegen de wil van conservatieve geestelijken hervormingen probeerde door te voeren tijdens zijn tumultueuze ambtperiode van 1997 tot 2005. Die tijd lijkt nu echter achter ons te liggen, schreef Erdbrink begin maart:

De verkiezingen van vandaag illustreren de diepe ideologische veranderingen sinds die periode. Politici die voor meer vrijheden pleitten en destijds miljoenen stemmen kregen, zijn gemarginaliseerd. Daarentegen krijgt een nieuwe generatie van radicale geestelijken en commandanten van de revolutionaire garde – die geloven in een door God aangesteld leiderschap – meer invloed.