Wil de echte veteraan nu opstaan?

Morgen is het 5 mei: Bevrijdingsdag. Ook militairen die dienden in de Koude Oorlog mogen nu meelopen in het defilé. De medailles op de borst hebben ze zelf ontworpen.

Kovom noemen ze zichzelf. Een vereniging voor Koude Oorlog-militairen die op zoek zijn naar ‘erkenning en waardering’ voor hun inspanningen tussen 1949 en 1991. De vereniging – opgericht in 2008 – telt zo’n duizend leden. Ze hebben een embleem, een nieuwsbrief en een stropdas. Op de website zijn erespeldjes, badges en medailles te bestellen. En er wordt gewerkt aan een monument.

Maar veteranen zijn ze niet.

De Koude Oorlog was geen oorlog, vindt Defensie. Er is niet gevochten.

Toch zullen veertig Kovom-leden morgen voor het eerst in de geschiedenis deelnemen aan het 5 mei-defilé in Wageningen. Daar wordt de capitulatie van Duitsland en de bevrijding herdacht. Traditioneel alleen door veteranen, maar het Comité 4 en 5 mei heeft nu een uitzondering gemaakt. Woordvoerder Ed Dumrese: „Het is een herdenking, niet de veteranendag. ”

En die vernieuwing valt niet bij alle veteranen even goed, vertelt Charlene Cloo van het Veteraneninstituut. Dat er militairen meelopen die géén veteraan zijn, is niet het punt. Veteranen vrezen voor een gebrek aan onderscheid. Dat de Kovom-leden aanspraak maken op een status die hun niet toekomt.

Want: veel Kovom-leden dragen morgen ook een grijze broek onder een blauwe blazer, volgens Coo de traditionele outfit van een veteraan. En nee, ze dragen geen veteranenspeldje – maar wel medailles. „Decoraties die ze niet hebben gekregen, maar zelf ontworpen en aangeschaft. Dat kan wrevel opwekken.”

Voor Kovom is het een teken van erkenning dat ze morgen mogen meelopen. Klaas Orsel, secretaris van Kovom – en zelf wel veteraan: „De Kovom-leden hebben niet gevochten, maar ze hebben wel een bijdrage geleverd aan de veiligheid van Europa.”

Dat de militairen morgen tijdens het defilé niet van ‘echte’ veteranen te onderscheiden zouden zijn, wijst Orsel van de hand. „Iedereen mag op die dag dragen wat hij wil.” Een colbert vindt de vereniging gepaster dan een spijkerpak – maar in feite is alles toegestaan. „Ook een grijze broek en een blauwe blazer.”

Het verschil is trouwens toch wel zichtbaar, vindt secretaris Klaas Orsel. De Koude Oorlog-militairen krijgen een eigen plek toegewezen in het defilé. Waarom? „Je moet niet vrágen om wrijving.”