Wens om af te rekenen met politici drijft de Grieken

Griekenland houdt zondag verkiezingen nieuwe stijl. Politici hebben geen geld en gunsten meer te verdelen, ze moeten met goed beleid komen. Kiezers zijn boos.

Athene. - Grieken beginnen gesprekken deze weken vaak met een verzuchting over de verwarrende politieke discussie van de vorige avond. Die voltrekt zich in de meeste Griekse huiskamers volgens een vast patroon. Ongeveer de helft van de mensen – meestal vooral de iets ouderen – voelt zich tandenknarsend gedwongen op een van de twee grote partijen te stemmen, de socialisten van Pasok of de conservatieven van Nieuwe Democratie. Uit vrees voor chaos, instabiliteit en bevriezing van de internationale geldstroom die nu nog maakt dat Griekenland door blijft draaien.

Als de avond vordert worden zij voor rotte vis uitgemaakt door degenen die vinden dat dit het moment is voor een radicale breuk met het verleden. Voor een nieuw tijdperk. En voor een afstraffing van de politieke generatie die Griekenland tot over de rand van de afgrond heeft gebracht.

Giorgos Stefanopoulos (38) heeft net zo’n avond achter de rug, vertelt hij op een terras in Athene. De twee traditionele regeringspartijen, Nieuwe Democratie en Pasok, hebben voor de importeur van medische apparatuur afgedaan. Maar wat dan? Er doen 39 partijen mee aan de strijd, een groot deel daarvan piepjong. Hij heeft de Piratenpartij gewogen, maar te licht bevonden. „Dit is Duitsland niet, waar ze op het moment geen problemen hebben.”

Mogelijk gaat zijn stem naar ‘Herschep Griekenland’, een initiatief van jonge zakenmensen zoals hij, die claimen dat de enige weg vooruit bestaat uit het afdanken van het beleid van corruptie en geïnstitutionaliseerde wetteloosheid. Om het te vervangen door een „productieve, beschaafde, respectabele Europese staat”. De symbolen in hun folder zijn een prullenbak waar een oude conservatief en een communistje met een rode koltrui en megafoon uitsteken, en een oranje bezem.

De transitie die zich in Griekenland voltrekt, gaat verder dan het einde van de twee grote partijen. Nu de loyaliteit aan de grote politieke families kapot is en er geen geld en banen meer zijn om uit te delen, worden Grieken gedwongen een nieuwe, rationelere, afweging te maken. De eigenlijke vraag die voorligt is: doe je mee met West-Europa, of blijf je steken in wat eens was?

Daarbij helpen de politieke partijen hun kiezers niet echt. De kandidaten spreken nog het liefst over ‘het volk’, niet over burgers met rechten en plichten. Ze gebruiken woorden als ‘strijd’, ‘tirannen’, ‘revolte’ en grijpen voortdurend terug op het verleden. De laatste grote verkiezingsbijeenkomst van de linkse partij Syriza gisteravond, werd bijvoorbeeld ingeleid door Manolis Glezos, een verzetstrijder uit de Tweede Wereldoorlog. De „tirannen” van de trojka „vragen om onze soevereiniteit”, oreerde hij. „Die geven we niet!”

De beloften zijn in veel gevallen vaag. De argumentatie dreigend en emotioneel. Stem op ons, of de neonazi’s zullen straks door het parlement marcheren. Stem op ons, of de geldstroom stopt. Stem op ons, omdat je boos bent op de rest.

Grieken wegen informatie anders dan in Noord Europa, zegt socioloog Dimitri Sotiropoulos van de universiteit van Athene. Minder afstandelijk. „Een bewezen wetenschappelijk feit heeft voor veel mensen hier hetzelfde gewicht als een normatieve spirituele uitspraak.”

Hoewel Grieken qua inkomen duidelijk bij de rijke landen horen, heeft de Griekse samenleving nog veel restanten van een pre-moderne samenleving. De ontwikkeling is snel gegaan, een of twee generaties geleden was een groot deel van de bevolking nog boer. Er is een slecht ontwikkeld maatschappelijk middenveld, legt Sotiropoulos uit. Waardoor er tal van behartigers zijn van individuele belangen, maar haast niemand staat voor het algemeen belang.

Dat is te zien in de relatie tot partijen. Aanhanger zijn van een bepaalde politieke partij is vaak terug te voeren op een persoonlijke belang en onderlinge loyaliteit en afhankelijkheid, niet op een oordeel over de prestaties. „Wat wij een rationele, Westerse manier van denken noemen kennen we hier wel, maar het wordt gemengd met vooroordelen en stereotypen.”

Dat biedt buitenkansjes voor politici. Er is veel ruimte voor beloften, voor ideologie. Voor uitspraken die bij nadere beschouwing geen stand houden, maar wel heel mooi klinken. Het geeft het politiek discours in Griekenland iets vrijblijvends. Alle smaken zijn aanwezig, van stalinisten tot neoliberalen. En iedereen kan beweren wat hij wil. Hier geen CPB dat doorrekent of wat politici beweren realistisch is. Daar is het grote boze IMF voor.

Vassilis Korkidis, voorzitter van de bond voor midden- en kleinbedrijf ESEE, ergert zich dood aan de inconsequente manier waarop blijkens peilingen zeventig procent van zijn landgenoten met hun keuze worstelen.

Hij probeert hen in een boze rondstuurmail met een aantal van die contradicties te confronteren: ‘Ja voor de euro, nee tegen de partijen die de euro steunen. Ja voor de lening, nee tegen de daaraan verbonden voorwaarden. Ja voor proteststemmen, nee tegen anarchie. Ja voor extreme partijen, nee tegen waar ze voor staan.’

Het verschil met bijvoorbeeld een verkiezingscampagne in Nederland wordt nog vergroot doordat er ondanks alle heftige discussies en grote meningsverschillen, tegelijk zaken zijn die voor vrijwel alle Grieken rotsvast staan. Nationale thema’s, zoals de relatie tot Turkije, de kwestie-Cyprus of de ruzie over het gebruik van de naam Macedonië met de ex-Joegoslavische noorderbuur, overstijgen de partijpolitiek.

Grieken zijn opgevoed in een nationalistische traditie. Vrijwel alle mannen zijn in dienst geweest. Schoolklassen doen mee aan parades. Kinderen in uniform lopen dan in formatie langs podia met gezagsdragers. En Grieken geloven. In meer of mindere mate gaat iedereen naar de Grieks orthodoxe kerk en bidt.

Dat leidt ertoe dat vrijwel iedere Griek zal zeggen dat hij wil dat minder wordt uitgegeven aan defensie. Maar daar direct aan toevoegt dat dit helaas onmogelijk is, want Turkije is een, op z’n vriendelijkst gezegd, onberekenbare buurman. Grieken durven er bij dat soort voor hen cruciale zaken niet op te vertrouwen dat ze de EU aan hun zijde vinden. „Het is de mentaliteit van een belegerde”, omschrijft socioloog Sotiropoulos.

Nu strijden de nationalistische opvoeding en politieke traditie met een pragmatische rationele opvatting van politiek. Het leidt tot schizofrene situaties.

Dat is te zien tijdens demonstraties, die steevast plaatsvinden op het plein van de Grondwet (Syntagma) voor het parlement, dat huist in het vroegere Koninklijke paleis. Op diezelfde plek wordt bij het Graf van de onbekende soldaat wacht gehouden door leden van de presidentiële Garde. Goedgebouwde militairen in negentiende eeuwse uniformen met geplooide rokken, kwastjes in hun knieholten en een pompons op hun schoenen. De wisseling van de wacht oogt als een dans, waarbij ze hun benen gestrekt naar voren steken. Als robots.

Ook als de protesten escaleren blijven ze op hun post. Vlak voor hun neus leveren politie en ME veldslagen met in zwart geklede relschoppers onder de demonstranten. Er wordt zo veel traangas ingezet dat het dagen later nog in de straten van de binnenstad te ruiken is.

Maar de wachters van de Garde, het ultieme symbool van macht en traditie, blijven onaangeraakt.

En in de dagen na de grootste botsingen circuleren e-mails met close-up foto’s van de Garde. Mooie jongens, met bloeddoorlopen ogen, die ondanks alles op hun plek blijven staan. Zelfs anarchisten hebben er respect voor. Politici zijn tuig, maar de natie is heilig. Over sommige zaken zijn nog steeds alle Grieken het eens.