Wandelgangenakkoord haalt zo de zomer niet

Angst is een slecht raadgever, maar euforie ook. Het bejubelde wandelgangenakkoord om het begrotingstekort te reduceren tot maximaal 3 procent in 2013 kent zoveel vage maatregelen dat de vijf betrokken politieke partijen het niet durven laten door rekenen door het Centraal Planbureau (CPB). Prima, zegt het CPB, we komen straks met nieuwe prognoses, maak het akkoord concreet en dan kunnen we wel aan de slag.

Dat is het nadeel wanneer parlementariërs als politieke leiders mee regeren en een begrotingsakkoord smeden. Wie controleert de macht als de controleurs zelf machthebber willen spelen? Om een Haags credo over de economie te parafraseren: je moet een goed akkoord niet kapot door rekenen.

De hamvraag is niet of Nederland op papier die 3 procent haalt. Na het wandelgangenakkoord stuurde het kabinet vorige week ook zijn verplichte hervormingsprogramma naar de Europese Commissie. Hoe meer authentieke liberale hervormingen daarin staan, hoe groter de kans dat Brussel een bescheiden overschrijding van de 3 procent zal gedogen.

Nu is de essentiële vraag: deugen de veronderstellingen van het wandelgangenakkoord eigenlijk wel. In zijn brief aan de Europese Commissie kopieert minister Jan Kees de Jager (Financiën) de prognoses uit maart van het CPB. Daarin onderscheidt het CPB de bijdrage aan de economische groei tot en met 2015 van de vier aanjagers: particuliere consumptie, investeringen, overheidsbestedingen en de uitvoer. De CPB-prognose is stellig: vergeet de eerste drie maar. Consumptie en overheid, samen goed voor 61 procent van onze nationale productie en diensten leveren in 2013-2015 geen enkele bijdrage aan de reële groei van de economie. De investeringen van het bedrijfsleven geven een bescheiden impuls: een kwart procent. Jammer genoeg zijn investeringen maar 5 procent van de economische koek. Inclusief investeringen in woningen: 9%.

Nederland, dat volgens sommige somberaars een naar binnen gericht land is geworden, moet het bijna helemaal hebben van zijn export. Maar heeft het buitenland voldoende van de groei die wij incalculeren? En hoe beïnvloedt het wandelgangenakkoord de binnenlandse aanjagers van de groei? Voor het antwoord op de tweede vraag biedt de doorrekening van het gesneefde Catshuis-akkoord van de VVD-, CDA- en PVV-onderhandelaars uitkomst. Vooral de particuliere consumptie krijgt een knauw. Niet zo raar na een BTW-verhoging, maar toch. De consumptie gaat een negatieve bijdrage aan de groei geven. Niks aanjagen, maar remmen. Daardoor wordt de export onze reddingsboot. Nog meer dan al in de brief aan Brussel staat.

Onze grootste exportmarkt is Europa. Achter mekaar komen die markten in recessie. Zuid-Europa. Het Verenigd Koninkrijk. Wat zijn de gevolgen voor Nederland? In maart heeft het CPB al wat wat vingeroefening gedaan. Wat gebeurt er als de andere eurolanden doen wat van hen wordt verwacht en hun tekort tot 3 procent of minder terugdringen. De uitkomsten stemmen treurig. Dan wordt in 2013/2014 de relevante wereldhandel gehalveerd. Hoe meer iedereen zich aan de regels houdt, hoe meer last Nederland heeft. De wisselwerking van binnenlandse krimp, buitenlandse malaise en de begrotingstekortdiscipline zal het wandelgangenakkoord uithollen. Het akkoord haalt in deze vorm de zomer niet. Leiden wordt lijden.

Menno Tamminga