Waarom haten ze ? ons

Het moet maar eens hardop worden gezegd: vrouwen in Arabische landen worden gehaat, schrijft Mona Eltahawy. Ze zijn meer dan een maagdenvlies en een hoofddoek, zoals Arabische mannen lijken te denken. De Arabische Lente heeft de positie van de vrouw niet verbeterd.

In de verhalenbundel In de verte een minaret begint de Egyptische schrijfster Alifa Rifaat (1930-1996) haar verhaal met een vrouw die tijdens de seks onbewogen blijft, terwijl haar man zich uitsluitend richt op zijn eigen genot. Zoals haar man haar een orgasme ontzegt, onderbreekt de oproep tot het gebed het zijne. De man gaat de kamer uit. Na de afwas verliest de vrouw zich in het gebed en kijkt ze van het balkon over de straat uit. Ze onderbreekt haar mijmering om plichtsgetrouw koffie voor haar man te zetten. Als ze naar hun slaapkamer gaat om hem ter plekke in te schenken, zoals hij het graag heeft, ziet ze dat hij dood is. Ze geeft hun zoon de opdracht om de dokter te halen. „Ze ging weer naar de woonkamer en schonk de koffie voor zichzelf in. Ze was verbaasd hoe kalm ze was”, schrijft Rifaat.

In drieënhalve bondige pagina’s schetst Rifaat een drie-eenheid van seks, dood en religie die als een bulldozer dwars doordringt door elke ontkenning en rechtvaardiging van de vrouwenhaat in het Midden-Oosten. We kunnen het niet mooier maken dan het is. Ze haten ons niet om onze vrijheden, zoals het vermoeide Amerikaanse cliché na 9/11 luidt. We hebben geen vrijheden omdát ze ons haten, zoals deze Arabische vrouw zo krachtig verwoordt.

Ja: ze haten ons. Dat moet worden gezegd.

Sommigen vragen zich misschien af waarom ik hier nu over begin, op een moment dat de regio in opstand is gekomen – niet gevoed door de gebruikelijke haat tegen de Verenigde Staten en Israël, maar door een gezamenlijke wens tot vrijheid. Moet iedereen niet eerst grondrechten krijgen voordat vrouwen een bijzondere behandeling eisen? Wat heeft ons geslacht, en trouwens ook seks, te maken met de Arabische Lente?

Ik heb het niet over seks in donkere hoekjes en afgesloten slaapkamers. Samen met de andere, meer in het oog springende tirannieën die deze regio van de toekomst afsnijden, moet een heel politiek-economisch systeem – dat de helft van de mensheid behandelt als dieren – worden vernietigd. Zolang de woede over onderdrukkers in presidentspaleizen niet naar woede over onderdrukkers in onze straten en huizen verschuift, is de revolutie nog niet eens begonnen.

Noem mij een Arabisch land en ik kan een waslijst aan wantoestanden opnoemen – voortgekomen uit een giftig mengsel van cultuur en godsdienst – dat maar weinig mensen kunnen of willen benoemen, uit angst zich te bezondigen aan godslastering of belediging.

Als meer dan 90 procent van de getrouwde vrouwen in Egypte – onder wie mijn moeder en op één na al haar zes zussen – in naam van de zedigheid is besneden, is er alle reden tot laster. Als Egyptische vrouwen, alleen al omdat ze hun mond opendoen, aan vernederende ‘maagdelijkheidstests’ worden onderworpen, kan er niet worden gezwegen. Hou op met die politieke correctheid als een vrouw die door haar man is geslagen „met goede bedoelingen” volgens het Egyptische wetboek geen schadevergoeding kan krijgen.

Wat zijn in vredesnaam „goede bedoelingen”? Wettelijk gezien gelden ze voor elk pak slaag dat niet „ernstig” is, of „op het gezicht gericht”. Dit betekent dat de positie van vrouwen in het Midden-Oosten niet beter is dan we denken, maar nog veel en veel erger. Ook na deze ‘revoluties’ wordt min of meer gevonden dat alles in orde is zolang vrouwen zich bedekken, aan huis zitten gekluisterd, niet de simpele bewegingsvrijheid van een eigen auto hebben, toestemming van mannen moeten krijgen om te reizen en niet kunnen trouwen – of scheiden – zonder de zegen van een mannelijke hoeder.

Geen enkel Arabisch land staat in de tophonderd van het Global Gender Gap Report van het World Economic Forum. Hiermee staat de regio als geheel stijf onderaan in de wereld. Het bruto binnenlands product van de buurlanden Saoedi-Arabië en Jemen mag lichtjaren verschillen, maar in de genderindex schelen deze twee landen maar vier plaatsen, met Saoedi-Arabië op de 131ste en Jemen op de 135ste en laatste plaats. Marokko, vaak geprezen om zijn ‘vooruitstrevende’ familierecht, staat op 129. Volgens het Marokkaanse ministerie van Justitie trouwden er in 2010 41.098 meisjes van onder de achttien.

Het is eenvoudig in te zien waarom de laatste plaats wordt ingenomen door Jemen. Daar is 55 procent van de vrouwen analfabeet, neemt 79 procent niet deel aan het arbeidsproces en telt het parlement maar één vrouw. Gruwelijke berichten over twaalfjarige meisjes die in het kraambed overlijden, doen weinig om het tij van kindhuwelijken te keren, integendeel. Er zijn meer betogingen vóór dan tegen het kindhuwelijk, gevoed door de uitspraken van geestelijken dat de tegenstanders van deze wettelijk toegestane pedofilie afvalligen zijn omdat de profeet Mohammed trouwde met zijn tweede vrouw, Aïsha, toen ze nog een kind was.

Maar de Jemenitische vrouwen mogen tenminste autorijden. Hiermee is zeker geen eind gekomen aan hun waslijst van problemen, maar het staat wel symbool voor hun vrijheid.

Nergens tref je zulke symboliek meer aan dan in Saoedi-Arabië. Op de campussen van de universiteiten zijn de Saoedische vrouwen veel talrijker dan hun mannelijke collega’s, maar noodgedwongen moeten ze toezien dat veel minder gekwalificeerde mannen elk aspect beheersen van hun leven.

Ja, Saoedi-Arabië, het land waar een slachtoffer van een groepsverkrachting tot gevangenisstraf werd veroordeeld – en gratie van de koning moest krijgen – omdat ze in de auto was gestapt bij een man die geen familie was; Saoedi-Arabië, waar een vrouw die het rijverbod overtrad tot tien zweepslagen werd veroordeeld en ook weer gratie moest krijgen van de koning; Saoedi-Arabië, waar vrouwen nog altijd niet kunnen stemmen of kunnen worden verkozen, maar waar het als ‘vooruitgang’ wordt beschouwd dat een koninklijk besluit hun stemrecht heeft beloofd bij de vrijwel volledig symbolische lokale verkiezingen in – let wel – 2015.

Het is in Saoedi-Arabië voor vrouwen zo slecht dat deze paternalistische aaitjes over hun bol opgetogen worden begroet en dat de vorst die erachter zit, koning Abdullah, wordt geprezen als ‘hervormer’ – zelfs door hen die beter zouden moeten weten, zoals tijdschrift Newsweek, dat de koning in 2010 uitriep tot een van de elf meest gerespecteerde wereldleiders.

Wilt u weten hoe slecht het is? De ‘hervormer’ reageerde op de revoluties door zijn volk te verdoven met nog meer cadeautjes – vooral aan salafistische fanatici die de Saoedische koninklijke familie haar legitimiteit verlenen. Koning Abdullah is 87. Wacht maar eens tot je de troonopvolger ziet, prins Nayef, een man recht uit de Middeleeuwen. Bij diens vrouwenhaat en fanatisme is koning Abdullah een feminist.

Dus, waarom haten ze ons? Veel wordt verklaard door seks, of beter gezegd door het maagdenvlies. De pogingen om vrouwen te overheersen, komen vaak voort uit de verdenking dat een vrouw zonder deze controle slechts enkele stappen is verwijderd van seksuele onverzadigbaarheid.

Neem Yusuf al-Qaradawi, de geliefde geestelijke en sinds jaar en dag conservatief tv-presentator op tv-zender Al Jazeera. Hij ontwikkelde een verbluffende voorliefde voor de revoluties van de Arabische Lente toen ze eenmaal aan de gang waren, tenminste en ongetwijfeld in het besef dat ze de tirannen zouden verdrijven, de tirannen die hem en de Moslimbroederschap – waaruit hij voortkomt – zo lang kwelden en onderdrukten. Ik zou een leger malloten voor u kunnen vinden dat tekeergaat over de vrouw als onverzadigbare verleidster, maar ik beperk me tot Qaradawi. Via satellietzenders en andere kanalen bereikt hij een enorm publiek.

Qaradawi zegt weliswaar dat genitale verminking van vrouwen (door hem ‘besnijdenis’ genoemd – een gebruikelijk eufemisme waarmee de praktijk ten onrechte op één lijn wordt gesteld met de mannelijke circumcisie) niet ‘verplicht’ is, maar in een van zijn boeken staat ook deze onbetaalbare opmerking: „In de huidige omstandigheden in de hedendaagse wereld sta ik er persoonlijk achter. Wie besnijdenis de beste manier vindt om zijn dochters te beschermen, moet dat doen”. Hieraan voegde hij toe: „De gematigde opvatting is dat besnijdenis de voorkeur verdient om de verleiding te verminderen.”

Het zijn daarentegen de mannen die zichzelf niet kunnen beheersen op straat. Van Marokko tot Jemen is seksuele intimidatie aan de orde van de dag. Het komt door mannen dat zo veel vrouwen worden aangemoedigd hun lichaam te verbergen. In de metro van Kairo is een speciale wagon voor vrouwen, tegen tastende handen of erger. Talloze winkelcentra in Saoedi-Arabië zijn alleen toegankelijk voor gezinnen. Alleenstaande mannen mogen er niet komen, tenzij ze een vrouw meenemen om hen te begeleiden.

We horen vaak hoe falende economieën in het Midden-Oosten als gevolg hebben gehad dat veel mannen niet hebben kunnen trouwen. Sommigen gebruiken dit argument zelfs om de toenemende seksuele intimidatie op straat te verklaren. Bij een in 2008 door het Egyptische Centrum voor Vrouwenrechten gehouden enquête onder Egyptische vrouwen antwoordde ruim 80 procent van de ondervraagden slachtoffer te zijn geweest van seksuele intimidatie. Ruim 60 procent van de mannen gaf toe vrouwen te hebben lastiggevallen.

We horen daarentegen nooit welke uitwerking een latere huwelijksleeftijd heeft op vrouwen. Kennen vrouwen misschien ook seksuele prikkels, of toch niet? Blijkbaar heeft de Arabische ‘jury’ nog geen oordeel kunnen vellen over fundamentele aspecten van de menselijke biologie.

Hier komt de religie om de hoek kijken, die Rifaat zo briljant introduceert in haar verhaal. Net zoals geestelijken de armen in de hele regio in slaap sussen met beloften over gerechtigheid en gewillige maagden in het hiernamaals, wordt vrouwen het zwijgen opgelegd door mannen die hen haten en tegelijkertijd beweren God aan hun zijde te hebben.

Ik wend me weer tot Saoedi-Arabië en niet alleen omdat ik, toen ik op vijftienjarige leeftijd met dit land kennismaakte, werd getraumatiseerd tot een feministe – er is geen andere manier om het te beschrijven. Zowel toen – in de jaren tachtig en negentig – als nu waren de geestelijken op de Saoedische televisie geobsedeerd door vrouwen en hun lichaamsopeningen, en vooral door wat daar uitkomt. Ik zal nooit vergeten dat ik hoorde dat je gewoon verder kunt bidden als een babyjongetje op je plast, in dezelfde kleren, maar dat je je moet omkleden als een babymeisje op je plast.

Hoezeer haat Saoedi-Arabië vrouwen? In elk geval zó veel dat vijftien meisjes zijn omgekomen bij een brand in een school in Mekka in 2005. De ‘zedenpolitie’ had hen verboden het brandende gebouw te ontvluchten – en brandweerlieden ervan weerhouden hen te redden – omdat de meisjes geen hoofddoekjes en sluiers droegen, die verplicht zijn in de openbaarheid.

Dit is evenwel niet louter een Saoedisch fenomeen, geen hatelijke curiositeit in de rijke, geïsoleerde woestijn. De islamistische vrouwenhaat is door de hele regio verspreid en is krachtiger dan ooit.

In Koeweit hebben islamisten jarenlang gestreden tegen vrouwenemancipatie. Zij belaagden de vier vrouwen die uiteindelijk in het parlement werden gekozen en eisten dat de twee die hun haar niet bedekten sluiers gingen dragen.

Tunesië is lange tijd beschouwd als een soort baken van tolerantie in de regio, maar na de verkiezingen vorig jaar voor de grondwetgevende vergadering, waarin de islamistische Ennahdapartij het grootste percentage stemmen kreeg, hielden veel vrouwen hun adem in. De partijleiders beloofden een uit 1956 daterende wet, die uitgaat van „het principe van gelijkheid van man en vrouw” en die polygamie verbiedt, te zullen respecteren, maar vrouwelijke hoogleraren en studenten hebben sindsdien geklaagd over aanvallen en intimidatie door islamisten omdat ze geen sluiers droegen.

In Libië was het opheffen van de restricties die Moammar Gaddafi had opgelegd aan polygamie het eerste wat de interim-regering beloofde te doen. Voordat u denkt dat de voormalige Libische tiran een soort feminist was, moet u beseffen dat vrouwen en meisjes die aanrandingen overleefden of werden verdacht van ‘zedenmisdrijven’ onder zijn heerschappij werden geplaatst in ‘sociale heropvoedingskampen’.

Dan is er Egypte. Nadat de demonstranten van het Tahrirplein waren verwijderd, hield het leger tientallen mannelijke en vrouwelijke activisten gevangen. Officieren onderwierpen de vrouwelijke activisten aan ‘maagdelijkheidstesten’ – een soort heimelijke verkrachting, waarbij een arts zijn vingers in hun vagina’s stak om te kijken of hun maagdenvlies nog aanwezig was. (De arts in kwestie werd vervolgd, maar uiteindelijk vrijgesproken).

Welke hoop kan er zijn voor vrouwen in het nieuwe Egyptische parlement, dat wordt gedomineerd door mannen die zijn blijven steken in de zevende eeuw? Afgelopen najaar, toen ze haar vrouwelijke kandidaten presenteerde, liet de Egyptische salafistische Nourpartij in plaats van vrouwengezichten bloemen zien. Vrouwen mogen niet worden gezien of gehoord. Daar zitten ze dus in het Egyptische parlement, van top tot teen in het zwart gekleed, zonder ooit een woord te zeggen.

In Egypte zitten we nota bene midden in een revolutie! Het is een revolutie waarin vrouwen zijn gestorven, geslagen, beschoten en seksueel mishandeld, terwijl ze naast mannen vochten om ons land te bevrijden van die opperste patriarch – Hosni Mubarak – terwijl er zo veel lagere patriarchen zijn die ons nog steeds onderdrukken. De Moslimbroederschap, met bijna de helft van het totaal aantal zetels in ons nieuwe, revolutionaire parlement, gelooft niet dat vrouwen (of christenen) president kunnen zijn.

De haat tegen vrouwen is diepgeworteld in de Egyptische samenleving. Degenen onder ons die hebben gemarcheerd en gedemonstreerd, hebben zich in een mijnenveld begeven van seksuele aanvallen door het regime en zijn handlangers, maar – helaas – ook van de kant van onze mederevolutionairen. Op de novemberdag waarop ik in de Mohamed Mahmoudstraat, in de buurt van het Tahrirplein, door minstens vier leden van de Egyptische oproerpolitie seksueel werd mishandeld, was ik al eerder op het plein zelf door een man betast. Terwijl we graag de aanvallen van het regime in de openbaarheid brengen, nemen we bij soortgelijke intimidaties door onze medeburgers onmiddellijk aan dat ze agenten van het regime of criminelen zijn, omdat we onze revolutie niet willen bezoedelen.

Wat moet er dus worden gedaan? In de eerste plaats moeten we niet langer de schijn ophouden en de haat bij de naam noemen. We moeten het culturele relativisme weerstaan en begrijpen dat vrouwen zelfs in landen waar revoluties en opstanden plaatsvinden de makkelijkste slachtoffers zijn. Tegen u – de buitenwereld – zal worden gezegd dat het bij onze ‘cultuur’ of ‘religie’ hoort om zus of zo tegen vrouwen op te treden, maar u moet goed begrijpen dat zij die dat hebben bepaald geen vrouwen waren. De Arabische opstanden zijn op gang gebracht door een man – Mohamed Bouazizi, de Tunesische straatverkoper die zich in zijn wanhoop in brand stak – maar zullen worden voltooid door vrouwen.

Amina Filali – het zestienjarige Marokkaanse meisje dat vergif dronk nadat ze was gedwongen tot een huwelijk en was geslagen door haar verkrachter – is ónze Bouazizi. Salwa el-Husseini, de eerste Egyptische vrouw die zich uitsprak tegen de ‘maagdelijkheidstesten’; Samira Ibrahim, de eerste die een rechtszaak begon; en Rasha Abdel Rahman, die naast haar getuigde – zij zijn onze Bouazizi’s. Wij zijn méér dan hoofddoekjes en maagdenvliezen. Luister naar degenen van ons die strijden. Laat de stemmen van de regio horen en prik de haat de ogen uit.

Ooit was er een tijd dat je jezelf in Egypte en Tunesië politiek kwetsbaar maakte door ervoor uit te komen dat je islamist was. Nu bevinden vrouwen zich in diezelfde positie, zoals het eigenlijk altijd al is geweest.

Mona Eltahawy is een Amerikaans-Egyptische journalist, feminist en activist. Dit is een ingekorte versie van haar artikel Why do they hate us?, dat eerder verscheen in het mei/juni-nummer van het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy.