Vrouwelijke lijsttrekkers pakken het anders aan, vinden ze zelf

Liesbeth Spies is in de race voor het CDA-leiderschap, vanochtend stelde ook Kamerlid Madeleine van Toorenburg zich kandidaat. Maar hebben vrouwen wel ballen?

De een vindt haar „te lief”. De ander betwijfelt of zij „voldoende statuur” heeft. Een derde maakt zich zorgen over de naamsbekendheid van Liesbeth Spies: „Een stuk minder groot dan die van Sybrand van Haersma Buma.”

Nu het CDA twee vrouwen heeft als kandidaat-lijsttrekkers – naast demissionair minister Spies van Binnenlandse Zaken meldde zich vanochtend Kamerlid Madeleine van Toorenburg – interviewt NRC Handelsblad acht vrouwen die eerder lijsttrekker waren van een politieke partij: Ina Brouwer, Andrée van Es, Jet Nijpels, Els Borst, Femke Halsema, Marianne Thieme, Haitske van de Linde en Rita Verdonk.

Hoe handhaafden zij zich in de politieke arena? Gingen zij anders te werk dan hun mannelijke collega’s? „Als Mark Rutte een vrouw was geweest, had zij Geert Wilders veel eerder de wacht aangezegd”, meent Els Borst, de nestor van het stel. Femke Halsema vindt dat „totale onzin”. „Het idee dat vrouwen in de politiek anders opereren dan mannen, is met Thatcher en Albright gelogenstraft.”

De weg naar de top

Vrouwen bewandelen een andere weg naar het partijleiderschap dan mannen, vinden de meeste geïnterviewden. Dat komt doordat onderweg vaak wordt getwijfeld aan hun capaciteiten. Borst: „Terwijl bij een man voetstoots wordt aangenomen: goede kerel.” De nu 80-jarige Borst werd in 1997 door Hans van Mierlo als diens opvolger geïntroduceerd met de woorden: „Het is een meisje en we noemen haar Els.” Hij verkoos haar boven Thom de Graaf en Roger van Boxtel. „Een vrouwelijke partijleider heeft altijd te maken met een man die het graag had willen worden”, zegt Borst. „Hij staat als het ware te trappelen in de coulissen.”

Volgens Halsema is het gezicht van de macht in Nederland nog altijd het gezicht van een man. Vrouwen die hun stem verheffen bij de interruptiemicrofoon wekken irritatie op. „Het gaat ten koste van hun gezag”, zegt zij. Zelf werd de voormalig GroenLinks-leider in het begin van haar politieke loopbaan „hysterisch” genoemd als zij op harde toon praatte. „Ik heb echt aan mezelf geschaafd, aan mijn stem. Als ik Balkenende de huid vol wilde schelden, zei ik tegen mezelf: houd het rustig, houd je stem laag.”

Politieke topvrouwen hebben het moeilijker gekregen, vindt Brouwer, vrouwelijke partijleider van het eerste uur. Werd in de vorige eeuw veel waarde gehecht aan verondersteld vrouwelijke eigenschappen als onbaatzuchtigheid en idealisme, tegenwoordig draait het in Den Haag om beeldvorming en machismo. „Je moet nu als politicus kunnen straatvechten en het nieuws halen”, zegt Ina Brouwer, die lijsttrekker was van twee partijen: de CPN en GroenLinks. „Over het algemeen zijn mannen daar beter in dan vrouwen.”

Charmant of een bitch

Volgens Andrée van Es moeten vrouwelijke partijleiders zich omringen met goede adviseurs, en tegelijk hun eigen koers bepalen. Els Borst merkt op dat een goed politiek leider – man of vrouw – charismatisch en inspirerend is en duidelijk verwoordt waar de partij voor staat. „Maar van een vrouw wordt nog iets extra’s verwacht: charme. Zonder charme wordt zij al gauw de bitch of het haantje.”

Halsema ontdekte dat zij meer voor elkaar kreeg naarmate zij meer durfde te spelen met haar vrouw-zijn. „Mark Rutte begon een keer te giechelen toen ik tijdens een debat over ontwikkelingssamenwerking zei dat ik „zijn vrouw was” als hij met mij wilde praten over een betere besteding van ontwikkelingsgelden. ‘Mevrouw Halsema’, zei de voorzitter, ‘hij is helemaal in de war.’ Waarop ik antwoordde: ‘Maar zo wild is het nou ook weer niet’.” Halsema werd naar eigen zeggen beter als partijleider naarmate zij zich meer kon ontspannen.

Verdonk kreeg vaak te horen dat zij „een vrouw met ballen” was. Als minister gold zij naar eigen zeggen als de enige kerel in het kabinet. „Dat was bedoeld als compliment”, zegt zij er voor de zekerheid bij.

Het rode jasje

Meer dan mannen worden vrouwen in Den Haag op hun uiterlijk beoordeeld. „In mijn tijd liep ik in spijkerbroek”, zegt Brouwer. „Nu staan politici in glamourbladen.” Zij denkt wel dat de financiële crisis voor verandering gaat zorgen. „Mensen kijken: wie helpt ons er bovenop. Niet: wat voor jurk heeft ze aan.”

Jet Nijpels kreeg als AOV-leider veel opmerkingen over haar kleding. „Dan zat ik in de trein en zei een wildvreemde: dat rode jasje van gisteren, dat moet u vaker dragen. Bij een man zie ik dat niet snel gebeuren.”

Halsema droeg bij voorkeur donkere kleding; zo kon de tv-kijker zich op haar ogen en gelaatsuitdrukking concentreren. „Decolletés worden al snel onderwerp van gesprek”, weet zij. Vrouwelijke politici hebben volgens Halsema een onbedwingbare behoefte hun allermooiste jurk aan te trekken. „Maar de ervaring leert: dat leidt af.”

Alleen Els Borst en Andrée van Es denken dat uiterlijk geen grote rol speelt in de politiek. „Neem Ien Dales”, zegt Van Es. „Dat was geen klassieke schoonheid, maar ze dwong wel respect af. Belangrijk is dat je uiterlijk samenvalt met wat je doet, vindt en bent.” Volgens Borst kan het zelfs een voordeel zijn als een politica de verkeerde handtas en het verkeerde kapsel draagt. „Mensen zeggen al gauw: wat een enig mens, moet je die hobbezak zien!”

Een interview met Ferry Mingelen

De media kunnen politici maken of breken. Dat geldt voor mannen, maar zeker ook voor vrouwen. „Een vermoeid ogende man op een krantenfoto wordt niet als zodanig gelabeld, een vrouw is oud en uitgekakt”, zegt Rita Verdonk, die op een haar na de VVD-lijsttrekkersverkiezing van Mark Rutte verloor. Verdonk kan zich nog altijd opwinden over de „akelige foto” die de Volkskrant van haar afdrukte. Ze zag er zó moe uit dat mensen haar afraadden die dag de krant open te slaan.

Nijpels weet nog goed dat zij midden in de nacht werd gebeld door journalist Tijs van den Brink. „Ik was op werkbezoek toen de telefoon in mijn hotel ging. Van den Brink stelde de meest onbenullige vragen over het nichtje van mijn man die in het partijbestuur zat: was dat geen nepotisme? Later dacht ik: zou hij die vragen nou ook aan Elco Brinkman van het CDA hebben gesteld?”

Haitske van de Linde vindt dat media vrouwelijke politici onderschatten. „Dat merkte ik toen ik een keer geïnterviewd werd voor RTL Z over een economisch onderwerp. De interviewer ging ervan uit dat ik niets zinnigs te zeggen had, maar had geen rekening gehouden met mijn gedegen voorbereiding. De verbazing was van zijn gezicht af te lezen.”

Halsema zegt dat zij met de jaren „handiger” werd in haar omgang met de media. „Zo kreeg ik aanvankelijk veel commentaar als ik een stand-up had gedaan met Ferry Mingelen. Ik maakte volgens tv-kijkers een onderdanige indruk. Toen ik de beelden een keer terugkeek, viel mij op dat ik een stuk kleiner was dan Mingelen; ik keek omhoog. Vanaf toen ben ik hakken gaan dragen en pakte ik er af en toe een trap bij.” Vrouwelijke partijleiders zijn zich volgens Halsema niet altijd bewust van deze dingen.

Emoties, en hoe het mis kan gaan

Een politica die haar emoties toont, komt er niet best van af. Veel geïnterviewden noemen Agnes Kant en Nebahat Albayrak als voorbeelden van hoe het mis kan gaan. „Ik raakte helemaal gespannen toen zij in de ontkenning ging”, zegt Halsema over de keer dat zij met Albayrak bij Pauw & Witteman zat. Het PvdA-Kamerlid ontkende fel dat haar sekse van invloed was op de uitkomst van de leiderschapsverkiezing. Halsema: „Nebahat had gewoon moeten zeggen: ik ben een vrouw en ben daar trots op. Maar beoordeel mij wél op mijn daden.” Van Es noemt de opstelling van Albayrak „naïef”. „Ze had zo’n vraag moeten zien aankomen.” Borst beschrijft hoe ze zo’n vraag ooit zelf pareerde. „Fijn dat u het onderscheid tussen mannen en vrouwen kunt zien, zei ik met een olijke blik tegen de interviewer.” Alleen Thieme neemt het voor Albayrak op. „Een makkelijke vraag van Jeroen Pauw, om moe van te worden.”

Over het partijleiderschap van Agnes Kant is de consensus groot. De voormalig SP-lijsttrekker uitte te veel onzekerheid en twijfel, dat ging aan haar kleven. Haar gedrevenheid en idealisme werd uitgelegd als fanatisme.

Halsema: „Kant deed iets wat je mannen zelden ziet doen: ze bekritiseerde zichzelf. Daarmee bracht zij mensen op ideeën. Ik heb haar wel eens geadviseerd: wees voorzichtig.”

Spies en de heren van het CDA

Spies als partijleider van het ‘grote’ CDA: niet alle vrouwen kwalificeren zo’n scenario als doorbraak. Van de Linde, die met haar 22 jaar in 2002 de jongste partijleider in de Nederlandse geschiedenis werd: „Met Ruth Peetoom heeft die partij al een vrouwelijke partijvoorzitter. Een machtige positie.” Volgens Van Es had Spies zich nooit kandidaat gesteld als het zieltogende CDA op dertig zetels had gestaan in de peilingen. „Het blijft een conservatieve partij.” Alleen Halsema spreekt van „een enorme doorbraak”. „We hebben in Nederland nog nooit een vrouwelijke leider gehad van een klassieke middenpartij. Spies zou in potentie toegang hebben tot het premierschap.”

Alle geïnterviewden willen Spies een advies meegeven. Nijpels: „Houd de oudere heren van het CDA in de gaten.” Thieme: „Word geen man. Wees onverschrokken, maar toon ook empathie en erken je fouten.” Brouwer: „Door haar standpunt over het boerkaverbod te herzien, staat zij op een 2-0 achterstand. Zo’n inconsistentie kan zij zich niet nog een keer veroorloven.” Borst: „Pas op dat je geen draaitol wordt.”

De beste vrouw ooit

De vraag beantwoorden is kleur bekennen: wie is de beste vrouwelijke partijleider die Nederland heeft gehad?

Nijpels: „Van Es. Die was minder drammerig dan Ria Beckers en minder zeurderig dan Mariëtte Hamer.” Hamer was van 2008 tot 2010 fractievoorzitter van de PvdA in de Kamer.

Van Es: „Femke. Ze heeft GroenLinks behoorlijk gepositioneerd als middenpartij. Ze was de onbetwiste leider.”

Brouwer: „Jolande Sap heeft vorige week laten zien dat ze machtspolitiek kan bedrijven. Daar is de kiezer heel gevoelig voor.”

Van de Linde: „Femke was het meest zichtbaar van iedereen.”

Borst: „Van Es heeft de statuur en Halsema meestal ook.”

Thieme: „Halsema. Zij is welbespraakt en trefzeker.”

Verdonk: „De beste vrouwelijke partijleider moet nog komen.”

Halsema noemt Van Es als uitblinker. De manier waarop Van Es politiek opereert, is „geweldig.” Een half uur later volgt een sms. „Ik zat zo naar het verleden te kijken, dat ik even over iets belangrijks heen stapte. Maar ik vind het leiderschap dat Jolande Sap de afgelopen week in de onderhandelingen heeft laten zien – risicovol, volhardend – een voorbeeld.”