Songs of freedom

De expositie Design as Politics in Rotterdam koppelt stadsrellen in onder meer Detroit, Amsterdam, en Londen, aan popmuziek.

Daar is hij weer: Le Corbusier met zijn Ville Radieuse. Op één van de acht collages die op de expositie Design as Politics in Rotterdam staan, presenteert dé architect van de twintigste eeuw zijn plan voor woontorens in het groen. Onder de Stralende Stad is een Franse banlieue te zien, een van het grimmige soort, met eronder een uitgebrand autowrak. Helemaal onderaan zitten vijf starchitects op een rij, onder wie Rem Koolhaas en Zaha Hadid. Tegenover hen staat de Franse president, de mogelijke opdrachtgever van een Grand Projet, met op zijn spreekgestoelte het Nike-teken met het woord ‘la police’.

„Nique la police”, zegt Wouter Vanstiphout, sinds enkele jaren hoogleraar ontwerp en politiek aan de Technische Universiteit in Delft en bedenker en samensteller van Design as Politics. „Dat is het Franse equivalent van ‘Fuck tha police’ van de Amerikaanse gangsta-rappers.”

Popmuziek speelt een belangrijke rol op Design as Politics, onderdeel van de vijfde Internationale Architectuur Biënnale in Rotterdam. In elk van de acht collages over beroemde stadsrellen – Detroit 1967, Amsterdam 1980, Londen 1981, Los Angeles 1992 enzovoorts – duikt popmuziek op in de vorm van een artiest, platenhoes of graffiti. De relnummers waar het om gaat, zoals ‘Guns of Brixton’ van The Clash, ‘Inner City Blues’ van Marvin Gaye en ‘Ill Manors’ van Plan B, schallen door de boogvormige ruimte van de Mini Mall, onder het voormalige luchtspoor door Rotterdam.

„De rappers van Public Enemy zeiden al in de jaren tachtig dat ze het CNN van zwart Amerika waren”, zegt Vanstiphout bij de collage van de rellen in Los Angeles in 1992, die volgden op de vrijspraak van de politieagenten die de zwarte Rodney King na een aanhouding zwaar hadden mishandeld. „Dat geldt niet alleen voor rap, maar voor alle popmuziek: bij de stadsrellen valt gemakkelijk een soundtrack van popnummers te maken. Soms hebben popnummers zelfs een voorspellende waarde. Zoals Guns of Brixton van The Clash. Dat verscheen al in 1979, twee jaar voor de rellen in Brixton.”

Vanstiphout kwam op het idee om onderzoek te doen naar stadsrellen, politiek en popmuziek toen er in 2005 lange tijd hevige rellen en vernielingen waren in de banlieues van de Franse steden. „Toen schreven sommige commentatoren dat er een rechtstreeks verband was tussen de architectuur van de banlieues en de rellen”, legt Vanstiphout uit. „Theodore Dalrymple verklaarde zelfs Le Corbusier tot hoofdschuldige van de rellen. Zijn Ville Radieuse zou de oorsprong zijn van de woontorens in de banlieues. Ik denk niet dat het zo simpel ligt, ik geloof niet dat architecten verantwoordelijk zijn voor de rellen. Ik denk zelfs dat de rellen eerder te maken hadden met de vernieuwing en de voorgenomen sloop van de corbusiaanse banlieue toentertijd. Het geweld was een antwoord op sloop: jullie slopen onze woningen, wij slaan terug.

„Maar het is wel een gegeven dat architecten altijd part of the system zijn: ze staan altijd aan de kant van de politieke en economische machthebbers die besluiten tot stadsvernieuwingen en de bouw of juist sloop van nieuwbouwwijken. In Detroit bijvoorbeeld werd voor de bouw van Lafayette Park, een wijk van Mies van der Rohe en Hilberseimer, een oudere zwarte buurt compleet gesloopt. Lafayette Park was voor blanke middenklassers. Voor de zwarten van Detroit staan Urban Renewal en het modernisme van Mies van der Rohe daarom gelijk aan nigger removal. Zo was het ook in New York. Het masterplan voor New York uit 1969 werd door zwarte activisten het Masters’ Plan genoemd, het ontwerp van de meesters.”

Stadsrellen zijn dan ook niet zozeer verbonden met architectuur als wel met ruimte, aldus Vanstiphout. Vaak zijn rellen een gevecht om ruimte, in letterlijke en figuurlijke betekenis, zegt hij. „De geschiedenis van de stadsrellen is eigenlijk heel deprimerend. Ze herhalen zich steeds en gaan telkens om hetzelfde: verzet tegen verdrukking. Vorig jaar werden de rellen in de Engelse steden door politici en commentatoren betiteld als puur crimineel. Maar in Londen hadden ze te maken met het schrijnende verschil tussen heel erg arm en heel erg rijk, dat volgens velen wordt versterkt door de Olympische Spelen van dit jaar. Het olympisch dorp en andere olympische gebouwen worden in Londen gebouwd in en bij oude arbeidersbuurten. De politici beloofden voorspoed: de Olympische Spelen zouden banen opleveren, en sociale woningen. Maar daar is niets van terechtgekomen. De rellen kwamen voort uit frustratie over de onbereikbaarheid van rijkdom, over ongelijkheid en over de gebroken beloftes van de overheid. Ze waren een pure, ouderwetse klassenstrijd.”

Design as Politics. T/m 7 juli in Mini Mall, Raampoortstraat 30, Rotterdam. Meer informatie op: www.mini-mall.nl