Met lusjes kan je alle kanten op

Het bekroonde vouw- en uitklapboek ‘Utilité’ Fotodienst NRC Handelsblad

Ellen Korth en Sybren Kuiper: Utilité. In eigen beheer, €45,-, incl. twee cd’s. ISBN 978-90-90261607

Uit het niets, was het er ineens: wildbreien. Bomen, planten en andere objecten in de openbare ruimte kregen wollen mouwen en korsetten – Joost mag weten waarom. De twee Noorse modeontwerpers Arne Nordejet en Carlos Zachrison doken vorig jaar ook de wol in: ze lanceerden een boekje over het breien van kerstballen. En toen was het hek van de dam. Waarom geen paaseieren en sushi’s van wol? Het wachten is op gebreide maaltijden, auto’s, plantenbakken – er is nog een lange weg te gaan.

Het heeft wel iets dat in deze tijd van permanent i-phonen en i-padden jonge mensen zich overgeven aan het gemoedelijke en geruisloze naald- en draadwerk. Eeuwenlang moest het meisjes van goede huize en vrouwen met saaie mannen van de straat houden. Dames op leeftijd vinden het nog steeds een plezierig tijdverdrijf. Want het geeft voldoening om sokjes, mutsjes en truitjes van de kleinkinderen de merknaam ‘Oma’ mee te geven. Het huiselijke karakter van deze hobby is intussen wel aan verandering onderhevig. Sympathisanten van de ‘breibond’ Stitch ’n Bitch schuiven niet thuis, maar bij voorkeur in café’s gezamenljik de naalden onder de oksels. Vergis je niet, de bond telt hier te lande al zo’n 130 onderafdelingen, meldt internet.

Ellen Korth maakte een boek over het textiele ambacht. En daar komt geen sushi of bitch in voor. Haar waren ooit een breiende tandarts en een winkel met garens en naaimachines opgevallen. Ze wilde wel eens weten welke wereld daarachter schuilging. In haar boek portretteert ze vrouwen, en enkele mannen, die borduren, haken, breien, vilten, punchen en weven dat het een lust is. Utilité is onlangs uitgeroepen tot Het Best Verzorgde Boek van 2011. De jury kon kiezen uit 338 inzendingen. Daarnaast kreeg Korth een zilveren medaille op de inventariserende tentoonstelling de Schönste Bücher aus aller Welt in Leipzig, 540 inzendingen uit 31 landen. En in New York werd haar een eervolle vermelding toegekend in de categorie Documentary Photobooks bij de manifestatie Photography Book Now.

Utilité, zo’n zes centimeter dik en een half-A4tje groot, omvat veertig katernen over veertig geïnterviewde dames, en heren. Het zit mede dankzij grafisch vormgever Sybren Kuiper ingenieus in elkaar, maar het vraagt welwat taalkundig trapezewerk om de vormgeving te beschrijven. Op de eerste samengevouwen pagina’s van zo’n katern – tezamen een doorgesneden A4 – is steeds een voltooid handwerk te zien. Klap je die pagina naar beide kanten open dan biedt de ene kant, nu een heel A4’tje, een inkijkje in de werkruimte van de dame of heer en de andere kant een close-up van materiaal, instrumenten of andere zaken in die ruimte. Tussen de twee uitgeklapte pagina’s ligt nog een zwart-wit A4-foto van de bezige handen van de geïnterviewde, met op de ene achterzijde van die foto een handgeschreven notitie en aan de andere kant de interviewtekst. Alles is tezamen met dun rood draad ingenaaid, zoals de boekenrug blootgeeft.

Dat vouw- en klapwerk maakt van elk katern een voortschrijdende kennismaking met wie en wat zich achter weefsel of borduursel ophoudt: Van handwerk naar handen, naar maker en werkplek, waar ‘hemelbed brede’ weefgetouwen staan, kasten vol knotten of gewoon een zitbank plus kamerplanten.

Uit de teksten spreekt de passie voor ‘een doodsimpel lusje met een wereld aan mogelijkheden’, voor ‘het schilderen met garens’, voor ‘het breien als dichten’. Flink wat dames hameren in de interviews op de meditatieve kant, op de rust, ontspanning en de ‘freischwebende’ gedachten waarin ze verzonken raken. Nut en voldoening doen er ook toe: ‘het zélf maken’, het ‘durven experimenteren’. Opvallend is de steeds terugkerende zendingsdrang: men infecteert graag anderen, geeft cursussen en stookt familieleden op. Intenties om zich op ‘wildbreien’ te storten ontbreken. Niemand ambieert bomen aan te kleden.

Jaap van Scharrenburg breidde stiekem in de oorlog tijdens onderduiktijden bij zijn moeder, maar verstopte de boel snel als vriendjes aanbelden, ‘want dat kon je als jongen niet maken’. Schaamte waar schrijver Maarten ’t Hart lak aan heeft, want hij breide naar eigen zeggen op z’n vierde al zijn eigen borstrokjes. Fie van Dijk klost het zeer fijnmazige Lierse kant, omringd door zestig cursisten. Betsie Sassen en Monika Klein weven half linnen theedoeken in het 18de-eeuwse, museale Bussemakershuis in Borne. En de jonge Erica Hogenbirk ontwerpt haar dessins voor de breimachine op de computer. Nooit geweten dat er in dit land nog tien tot twintig mensen kaartweven – oftewel ‘breedband weven’ –, zoals in de klassieke oudheid al werd gedaan. En dat er nog steeds aan quilts wordt gepield, de dekens der armen die vroeger niet met dons maar met kranten werden gevuld.

Utilité is een doordacht en eigenzinnig boek over zowel het klassieke als eigentijdse textiele ambacht. Bij uitstek voor de liefhebber, zult u denken, maar dat is niet waar. Al klappend, vouwend en lezend neemt het je snel in voor al die mensen die met rust, geduld en plezier iets maken waar niemand op wacht, maar hen in immateriële zin veel oplevert. Bovendien tillen Korths foto’s en teksten en Kuipers vormgeving deze prijswinner hoog uit boven het zoveelste kwekkebekkende hobbyboekje.

In het najaar presenteert het Stedelijk Museum Amsterdam een tentoonstelling van Het Best Verzorgde Boek van 2011. Stedelijk Museum Zwolle presenteert in september de expositie Utilité in het kader van rituelen.