‘Men praat de gekste dingen goed’

Zowel Miquel Bulnes als Jan van Loy staan op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Beiden schreven een historische roman. Van Loy over de geschiedenis van Hollywood. Bulnes over een Spaanse nederlaag in de Rif. Wat dreef hen?

Miquel Bulnes: ‘Het is een aanklacht tegen handelen dat ideologisch gerechtvaardigd wordt’ Foto Rien Zilvold

k heb al betaald’, zegt Miquel Bulnes (1976) aan het eind van het interview in een café in de Utrechtse binnenstad. Er is voor ruim dertig euro aan consumpties genuttigd en de rekening, zo hoort het nu eenmaal, moet door de vragende partij, de krant dus, worden voldaan. „Ik hoef het stuk ook niet te lezen”, vervolgt de schrijver stoïcijns. „Het schijnt dat de interviewer daardoor gevleid is en dan beter zijn best doet bij het uitwerken.” Even later loopt hij weg, de Neude op, de Utrechtse avond in.

Bulnes stond jaren bekend als een genreauteur. De eerste drie romans die hij publiceerde – Zorg (2003), Lab (2005) en Attaque! (2007) – handelden over de medische wereld. Een wereld waar Miquel Ekkelenkamp, zoals Bulnes eigenlijk heet, goed bekend is: hij is gepromoveerd arts en werkt als microbioloog bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

De verrassing was groot toen Bulnes vorig jaar een andere kant van zijn schrijverschap toonde met Het bloed in onze aderen, een in de vroege 20ste eeuw in Spanje gesitueerde historische roman van ruim zeshonderd pagina’s. Startpunt van het boek is ‘El desastre de Annual’ in 1921, een verschrikkelijke nederlaag van het Spaanse leger waarbij achtduizend mannen sneuvelden in het Marokkaanse Rifgebergte. Na ‘Annual’ ontstond er in Spanje een politieke crisis die twee jaar later zou culmineren in een staatsgreep van generaal Primo de Rivera.

Bulnes (het pseudoniem is de meisjesnaam van zijn moeder) schreef over die periode een complex boek in vijf delen met een veelheid aan verhaallijnen. Het werd lovend ontvangen en staat nu op de shortlist van de Libris Literatuurprijs.

Hoe bereidt u zich voor op de uitreiking, aanstaande maandag?

„Niet. Nou ja, ik heb een hotel geboekt, omdat ik geen zin heb om met de trein terug te moeten reizen van Amsterdam naar mijn woonplaats Utrecht. De afgelopen jaren heb ik bij de AKO en Librisprijs steeds op basis van de shortlist gegokt welk boek zou winnen: ik had het altijd mis. Dit jaar staan er zes boeken op, dus de kans dat het mijne wint is één op zes. Maar eigenlijk is de kans honderd of nul procent, want de jury heeft al gekozen.”

Uw moeder is Spaanse, dus dat u Spanje als decor koos, is begrijpelijk. Maar waarom richtte u zich op zo’n ondergesneeuwde periode uit de geschiedenis van dat land?

„Eerst wilde ik over de Spaanse Burgeroorlog schrijven, uiteindelijk leek een verhaal over mensen die drie jaar lang weinig anders doen dan op elkaar schieten, me niet zo interessant. Daarom ging ik me verdiepen in de ideologische basis van die oorlog. De burgeroorlog volgde uit de Tweede Republiek, die volgde weer uit de dictatuur van Primo de Rivera, en daarachter lag het drama van Annual verborgen.

,,Historici in Spanje zijn uitgesproken rechts of links en hun politieke voorkeur spat van de pagina’s. Daarom ben ik op zoek gegaan naar contemporaine bronnen, naar het oordeel van de mensen die toen leefden. Ik ontdekte algauw dat de invloed van Annual op de politiek in de jaren erna enorm was.”

Wat voor bronnen raadpleegde u?

„Ik ben begonnen met het onderzoeksrapport van generaal Picasso, een oom van Pablo, die de opdracht kreeg om de verantwoordelijken van Annual aan te wijzen. Het dossier is verdwenen bij de staatsgreep van 1923, maar de samenvatting ervan bestaat nog. Die heb ik online kunnen lezen. Daarnaast heb ik veel kranten uit die tijd gelezen in de nationale bibliotheek in Madrid. Mijn ouders wonen in Madrid, dus ik kan er eenvoudig terecht.”

In die periode buitelden de ideologieën over elkaar heen. Kan uw boek gelezen worden als een aanklacht tegen het concept van de ideologie?

„Het is meer een aanklacht tegen mensen die hun handelen rechtvaardigen op basis van een ideologie. De ideologie erachter kan best waardevol zijn. Je zag het toen, maar je ziet het nu nog steeds: hoe de gekste dingen worden goedgepraat met een beroep op een ideologie. Een tragisch voorbeeld daarvan is zo iemand als Ad Koppejan, die de goede bedoeling prefereert boven het resultaat. Of aan de andere kant van het spectrum Henk Bleeker, die precies doet waar hij zelf zin in heeft en dat vervolgens ophangt aan zijn eigen goedheid.”

Dat ideologieën zo worden ingezet – wilde u dat tonen?

„Het is daar een beetje op uitgedraaid, maar oorspronkelijk was het vooral een zoektocht naar de gebeurtenissen uit die tijd. Eigenlijk is het meest ingrijpende inzicht dat ik zag hoe weinig de mensen van toen verschillen met ons nu. Er brak een burgeroorlog uit, dus ik dacht eerst: welk inzicht misten die mensen dat wij nu wel hebben?

,,Ik was geschokt om te zien hoe intelligent en liberaal ze waren, hoeveel inzicht ze al hadden. Wij hadden de Tweede Wereldoorlog waar we ons gevoel van ‘niet vechten’ aan overhielden.

„Maar de laatste mensen die erbij waren overlijden nu of binnenkort. Voor je het weet verdwijnt die oorlog uit het lesprogramma van scholieren. Dat is onrustbarend, want er zijn sindsdien geen mechanismen geschapen die ons in de toekomst tegen iets dergelijks zullen beschermen.

„De acceptatie van populisme neemt toe. En dan heb ik het over populisme in de kwaadaardigste vorm: liegen, door simpele oplossingen te bieden voor complexe problemen. Oplossingen die niet kunnen werken.”

Waar gaat uw volgende boek over?

„Opnieuw over Spanje, maar dan over de periode rond 1100, als het Moorse kalifaat net uiteen is gevallen. Achteraf wordt de verdrijving van de moren door de christenen als een religieuze strijd bestempeld, maar in de praktijk was geloof voor geen enkele heerser een doel. Hooguit een middel om oorlog mee te voeren. Ik ga trachten om een coherent beeld te schetsen van die tijd.”

Miquel Bulnes: Het bloed in onze aderen. Prometheus, 622 blz. € 24,95.