Kunst-bank wil dat geld weer concrete waarde heeft

De Kunst Reserve Bank is een ernstig commentaar op de vluchtigheid van de snelle wereld van het grote geld. Op vertrouwen alleen kan een economie niet draaien. DNB doet inmiddels onderzoek.

Lunchtijd aan de Amsterdamse Zuidas. Jeugdige bankiers en advocaten drommen naar de diverse eetgelegenheden in de omgeving. Een enkeling gebruikt zijn pauze om even langs te gaan bij de Kunst Reserve Bank recht tegenover de toren van ABN Amro.

Of zijn munt er al is, informeert een jonge zakenman, aan het loket. Nee, het is nog even wachten, legt Ron Peperkamp uit door het raampje. Het wil niet erg met de stroomvoorziening van de enorme pers uit 1910 waarmee de munten worden geslagen. Elke keer als het gevaarte zijn munten heeft geslagen, slaan de stoppen door.

De man in pak aan het loket belooft later op de dag nog weer even langs te lopen. Hij is erg benieuwd naar de munt waar hij al 100 euro voor heeft neergeteld. En vooral ook naar het verloop van het ‘experiment’ dat Peperkamp en zijn vrienden uitvoeren midden tussen de grote bankjongens.

De zakenman verdient zijn geld in een van de grote kantoren, wil liever niet met zijn naam in de krant. Terwijl een collega ongeduldig staat te wachten tot ze eindelijk kunnen gaan lunchen, legt hij uit dat het experiment hem aanspreekt omdat het de waarde van geld terugbrengt naar de basis: vraag en aanbod.

De Kunst Reserve Bank is op 1 mei officieel opengegaan. Op een leeg terrein aan de Gustav Mahlerlaan staan drie losse gebouwtjes. „Dit is de essentie van een bank”, zegt Peperkamp. „Een loket, een geldpers en een kluis.” Daarmee wil hij „concrete waarde” creëren. „Zoals die bestond in de tijd toen geld nog gedekt werd door goud.”

Als de stroomvoorziening eenmaal op orde is, moet de pers elke werkdag klokslag twaalf uur, twintig munten gaan slaan. Honderd per week, vierhonderd per maand. Stuk voor stuk genummerde kunststukken. Iedere week een ander ontwerp, iedere maand een andere ontwerper. De vier munten die in deze meimaand worden uitgebracht, zijn ontworpen door de Schotse kunstenaar Bill Drummond.

Kunst in de vorm van een munt. Is het kunst of is het economie? Peperkamp begint te grijnzen. Hij is zelf kunstenaar en ook de meeste andere vrijwilligers die bij dit experiment betrokken zijn, hebben een kunstzinnige achtergrond. Maar de opzet is bloedserieus en economisch doordacht. Het comité van aanbeveling wordt gevormd door drie hoogleraren die hun sporen hebben verdiend in de economie: Herman Wijffels, Arnold Heertje en Rick van der Ploeg.

Aan het loket worden munten nu verkocht à 100 euro en zonodig teruggekocht. De Kunst Reserve Bank geeft een rente van 10 procent op jaarbasis en biedt een niet-goed-geld-terug garantie. Wie spijt krijgt van zijn aankoop kan meteen terug.

Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling van het experiment. Het gaat er juist om om waarde te creëren en het verschil te laten zien met de financiële wereld aan de overkant van de straat waar „geld gecreëerd wordt op basis van vertrouwen alleen”.

Als de munt geslagen wordt krijgt hij meteen al waarde mee omdat het een unieke kunststuk is. „Wij stampen letterlijk waarde in een stuk metaal”. Maar vervolgens kan de waarde groeien in het spel van vraag en aanbod. En daar heeft de bank een aparte ‘dealing room’ voor opgericht. Op de site van de bank. Iedere ochtend zal de koers van de munt worden bepaald aan de hand van de handelingen in die dealing room.

Kan dat allemaal zomaar? Voorlopig wel. De bank is opgezet als een coöperatieve vereniging met Peperkamp als directeur. Een stuk of tien vrijwilligers houden het experiment gaande. Ze hebben ook het terrein aan de Zuidas ingericht en harken dagelijks Zen-motieven in het witte en zwarte grind rond de gebouwtjes.

De afdeling handhaving van de Nederlandsche Bank (DNB) is inmiddels een onderzoek gestart naar de vreemde vogels op de Zuidas. Desgevraagd wijst DNB er nadrukkelijk op dat er strenge regels zijn voor het gebruik van het woord bank.

De wet schrijft voor dat „het een ieder die geen vergunninghoudende kredietinstelling is verboden is het woord ‘bank’ of vertalingen of vormen daarvan te gebruiken in zijn naam of bij de uitoefening van zijn bedrijf, tenzij zulks in zodanige samenhang geschiedt, dat daaruit duidelijk blijkt, dat hij niet werkzaam is op de financiële markten”. Peperkamp kan er niet mee zitten. „Publiciteit is juist goed voor ons project. En bovendien, wij zijn feitelijk een kunstbank. En je hebt toch ook bloedbanken en spermabanken?”

Financieel valt er nog weinig te melden. De eerste munten zijn verkocht, maar er staan nog geen lange rijen. Geeft niks, zegt Peperkamp, dat is juist het experiment. Het kan alle kanten opgaan. Als iedereen ineens zijn geld terug komt halen, klapt de bank. Er is nauwelijks geld in kas.

Voor de kunstenaars houdt het experiment over vijf jaar sowieso op. Dan moeten er 25.000 munten zijn geslagen. Een succesvol experiment zou het mooiste antwoord zijn op het bestaande financiële stelsel, vinden ze. Daarmee verschilt de Kunst Reserve Bank sterk van de protesten van de Occupy-beweging tegen de financiële instellingen. „Wij willen juist meespelen” zegt vormgeefster Femke Herregraven.

En zij is niet de enige. Regelmatig komen nieuwsgierige zakenmannen en buurtbewoners kijken wat de bank eigenlijk aan het doen is. Sommige werken zelfs mee als vrijwilliger. Maar daarmee is de kloof aan de Zuidas nog niet gedicht.