‘Jij kunt heel mooi dansen met je armen’

De bestaansreden van Introdans is bij een zo breed mogelijk publiek dans introduceren. Het gezelschap zet daarvoor allerlei projecten op. „Vorig jaar hadden we gewoon twee dansers en twee autisten. Dit slaat nergens op!”

‘De Ontmoeting XS’ met Frieda Veenman-Barentz en danser Rashaen Arts. Foto Hans Gerritsen

Het is het computertje in haar hoofd, legt Hermien uit. Daardoor onthoudt ze de bewegingen van Adriaan Luteijn zo gemakkelijk. Als hij iets in de choreografie wijzigt, stribbelt ze eerst tegen, maar uiteindelijk pikt ze alles vlot op. Heel anders dan Pascal, die telkens weer verrast lijkt, maar desondanks goed meedoet in De Ontmoeting XS, de jubileumvoorstelling van Introdans Interactief. Luteijn (1964) is artistiek manager van Introdans Interactief, de derde tak van Introdans, naast de ‘volwassenengroep’ en Ensemble voor de Jeugd

Het is geen gewoon project: XS staat voor extra special en Luteijn spreekt tijdens de repetitie in de studio van Introdans in Arnhem geregeld over zijn „speciale gasten”. Daarmee doelt hij niet alleen op de 43-jarige Hermien, die autisme heeft, of op Pascal met het syndroom van Down. In de choreografie voor twaalf doen naast zes professionele dansers nog een rolstoeler, twee hiphoppers en de 82-jarige Frieda mee. „Vorig jaar hadden we gewoon twee dansers en twee autisten. Dit slaat echt nergens op”, lacht Luteijn.

De Ontmoeting XS is maar één project van de ‘educatieve’ afdeling van het Arnhemse gezelschap. Met het oog op de veelheid aan activiteiten – er zijn workshops in de wijken, voor senioren, scholen en bedrijven – is de term educatief afgezworen. „Dat woord is een beetje sleets geraakt”, vindt Luteijn. „Veel instellingen plegen educatie omdat de subsidiënt het eist. Daar wilde ik vanaf.” Toch is educatie in brede zin de raison d’être van Introdans dat – de naam zegt het al – dans wil introduceren bij een zo breed mogelijk publiek, niet alleen theatergangers en jongeren, de ‘klassieke’ educatiedoelgroep.

In 2004 deed Luteijn in het kader van een gemeentelijk cultuurprogramma een oproep in de lokale media: ‘Dames van 75-plus gevraagd voor duetproject met Introdans’. „Er kwamen honderden reacties. Hm, dacht ik. Kennelijk zijn wij een doelgroep vergeten.” Drie jaar geleden werd de eerste seniorencursus gelanceerd: Oud geleerd, jong gedanst, een ‘verdiepingsreeks dans voor 55-plussers’, waarin de cursisten niet alleen kennismaken met alles wat bij een dansvoorstelling komt kijken.

Tijdens de zogenoemde Senior Attack! mogen de deelnemers brutaalweg alle deuren in het gebouw van Introdans opentrekken en vragen stellen aan iedereen die ze tegenkomen, van „Doet u de was?” en „Zijn de kostuums ook te koop? Lijkt me enig!” tot „Droomt Introdans van een eigen theater?” en, bij de afdeling techniek „Wat voor opleiding heeft u?” Publiciteitsmedewerker Sjoerd grijnst: „Onze eigen Benidorm Bastards.” Tot slot is er een praktijkgedeelte en wordt een stuk choreografie ingestudeerd.

De invulling van het seniorenprogramma is al doende ontstaan. „Ik wist van niks”, bekent Luteijn. „In het begin waren we erg voorzichtig, zorgden dat er iemand aanwezig was die bloeddruk kon opmeten enzo. Maar de senioren wilden altijd meer dan wij dachten. Ze wilden het warm krijgen en springen.”

Ook bij de cursus is Frieda aanwezig. Zij meldde zich aan voor het eerste seniorenproject en is sindsdien een vertrouwd gezicht bij het gezelschap. Vorig jaar verwierf zij nationale faam toen zij tijdens het 5-meiconcert met een Introdanser optrad voor de koningin. Voor De Ontmoeting XS reist ze vier à vijf keer per maand van haar woonplaats Meppel naar Arnhem. Onvermoeibaar is ze, een spraakwaterval. „ADHD zouden ze nu zeggen. Ik heb mijn hele leven gedanst.” Als jong meisje kwam ze in het voormalige Nederlands-Indië in een Japans interneringskamp, waar dans haar mentale redding was. „Onbewust hoor. Er waren meisjes die zongen, en ik danste erbij met nog een paar meisjes. We maakten kleine voorstellinkjes. Die hebben voor veel mensen daar de pijn verlicht. De wachten kwamen ook vaak kijken.”

In de studio kan iedereen zichzelf zijn. Hermien houdt haar partner stevig bij de hand en als Pascal maar wat meeloopt, zegt Luteijn: „Ik weet dat jij heel mooi met je armen kunt dansen. Doe eens wat?” Pascal zwaait sierlijk met haar armen. „Heel mooi, Pascal. En nou wil ik het nóóit meer anders zien hoor!” Eigenlijk, vindt hij, maakt het niet zoveel uit voor wie je een stuk maakt, maar hoe verder je van de professionele praktijk afstaat, des te flexibeler moet je zijn. „Je moet oog hebben voor de noden van de mensen, maar ook je artistieke lijn vasthouden. Ik ben geen sociaal werker. Als er één gaat piepen, zal ik niet alles roze maken omdat die persoon het syndroom van Down heeft. Ik houd niet van door-de-knieën-theater.”

De Ontmoeting XS: 20, 21/6 Arnhem (korte versie 22/6) 27/6 Doetinchem.