In de bijkeuken bijkletsen en daarna gaat het mis

Nathan Englander: What We Talk About When We Talk About Anne Frank Weidenfeld & Nicolson, 207 blz., € 18,- *****

Je zou het titelverhaal van What We Talk About When We Talk About Anne Frank wel in het eenhedeninstituut in Frankrijk willen bewaren, bij de meter en de kilogram. Het is het perfecte korte verhaal. Je kunt het telkens opnieuw lezen en steeds is het mooier. En wat gebeurt er nou helemaal in?

Twee echtparen zitten aan tafel, voor het grootste deel van de tijd, en ze praten – net als in het verhaal ‘What We Talk About When We Talk About Love’ van Raymond Carver. Dan gaan ze even de tuin in, daarna wat te eten halen en daarna wat eten in een uitbundig goed gevulde bijkeuken. En daar hebben ze het over Anne Frank. Dat is eigenlijk alles.

Maar dit verhaal is eerst grappig en dan vreselijk; de dialogen zijn zoals echte mensen zouden praten; en je blik op de personages – van wie je gelóóft dat ze bestaan, je ziet ze zo voor je – kantelt telkens. En dat in krap dertig pagina’s. Het is jaloersmakend dat iemand zo kan schrijven. En dan zijn er nog zeven verhalen te gaan.

Allemaal verhalen over Joden – uiteraard, zou je bijna zeggen. Nathan Englanders vorige boek, The Ministry of Special Cases uit 2007, was een goed ontvangen roman over Joden in Argentinië in de jaren zeventig. Dit is weer, net als zijn debuut, For the Relief of Unbearable Urges (1999), een bundel korte verhalen over Joden die worstelen met elkaar en de rest van de wereld. Een Joodse moeder die haar familie verliest en daar met sprookjesachtige wreedheid op reageert. Joodse kinderen op zoek naar een oplossing voor aanhoudend gewelddadig gepest. Een Joodse man met een blonde, zwangere vrouw en héél veel schuldgevoel. Joodse ouderen op zomerkamp die het woord ‘kamp’ nieuw leven inblazen.

Geen van de andere verhalen heeft helaas het lichtvoetige, roekeloos grappige van het titelverhaal, maar dat zou wellicht ook te veel gevraagd zijn.

Enkele (‘Sister Hills’, ‘Camp Sundown’) hebben wel net zo’n gruwelijke twist aan het einde, waardoor het verhaal nog dagen door je hoofd blijft spoken. Stel je voor: twee echtparen die alleen maar even praten over Anne Frank, en daarna is er iets onherstelbaar kapot. Dat zoiets kan, dat dit kan, met louter woorden.