Ik geloof heilig in kracht van verhalen

Robert Redford is het boegbeeld van de onafhankelijke film. Hij gelooft in film op tv. „Wij stappen in het gat dat Hollywood heeft laten liggen.”

US actor Robert Redford, president and founder of the Sundance Institute, poses for photographers during a photocall to open the Sundance London film and music festival at the 02 Arena in east London on April 26, 2012. The Sundance London film and music festival, featuring film screenings, live music performances, discussions, panels and other public cultural programming, will be held between April 26 – 29. AFP PHOTO / BEN STANSALL AFP

Hij oogt jonger dan 75. Nog steeds een beetje de mooie Californische jongen die hij was in de jaren 70, toen hij furore maakte in The Candidate, The Way We Were, The Sting, All the President’s Men. Niemand in zijn omgeving spreekt over Mr. Redford. Dit is ‘Bob’.

Ook wat strijdlust betreft is bij Robert Redford weinig sprake van slijtage. Al tientallen jaren zet hij zich in voor de onafhankelijke cinema, films die buiten de Hollywoodstudio’s worden gemaakt. Afgelopen weekend was hij bij de eerste editie van Sundance London, een Brits broertje van het door Redford opgerichte Sundance Film Festival, dat elk jaar in januari in de bergen van Utah wordt georganiseerd.

Sundance London biedt een selectie van het Amerikaanse programma, met een paar concerten erbij. De festivallocatie – een popcornmegaplex in de O2 Arena – is weinig aantrekkelijk, maar het publiek laat zich niet afschrikken. Een paar honderd mensen zitten twee uur lang bij een paneldiscussie over verschillen in financiering van onafhankelijke films in Engeland en Amerika.

Redford ontvangt backstage, in de artiestenkamer vlak achter de immense concertzaal van de O2. Aanleiding voor het gesprek is de betaalzender Sundance Channel, die sinds kort in Nederland te zien is bij Film1. Net als collega-betaalzenders HBO en Showtime is Sundance Channel zowel vertoner als producent van films en series. De Amerikaanse versie heeft 42 miljoen abonnees, de mondiale versie breidt snel uit in Europa en is nu in meer dan twintig landen te ontvangen.

Sundance Channel bestaat in Amerika sinds 1996. Wat is de grootste verdienste?

„Dat we er nog steeds zijn. Vanzelfsprekend is dat niet. Aanvankelijk waren we met het festival vooral gericht op filmmakers, die in alle rust en ver van Hollywood hun ideeën konden ontwikkelen. Sundance was een ontmoetingsplaats voor makers. We wilden een gemeenschap creëren. In de jaren 90 nam het publiek sterk toe, ook door globalisering en internet. Zowel makers als publiek kwamen meer uit landen buiten de VS. Niet iedereen kan het zich permitteren om naar Utah te komen, daarom hebben we onze missie uitgebreid en zijn we met de zender begonnen. Nu bereiken we een enorm publiek.”

Is het niet vreemd om cinema te promoten via tv? Mooie films verdienen toch een groot scherm?

„Het kleine scherm wordt steeds groter. En het aanbod uit Hollywood wordt steeds minder interessant. De studio’s beperken zich sinds de jaren 80 steeds meer tot actiefilms en sequels, producties zonder financieel risico. Voor intelligente films met een menselijke maat moet je daar niet zijn. Tv is in het gat gestapt dat Hollywood heeft laten liggen. Tv-series worden beter geschreven, er wordt beter in geacteerd, ze zijn vernieuwender in hun vormgeving.”

Er is nog een paradox: Sundance Channel is gelieerd aan de grote zender AMC. Botst dat niet met de onafhankelijkheid die u voorstaat?

„AMC biedt ons veel vrijheid. Ik sta achter hun keuzes, hun programmering. Ze brengen hitseries als Mad Men, Breaking Bad en The Walking Dead, daar wil ik me wel aan verbinden. Belangrijk voor ons is dat we diversiteit kunnen laten zien, verschillende genres, dus ook bijvoorbeeld documentaires. Op dit moment voel ik me zeer welkom bij AMC. Als ik me dat niet meer voel, stappen we eruit. Dat is mijn onafhankelijkheid.”

Het Sundance Institute wil het werk stimuleren van verhalenvertellers die risico’s nemen, volgens de missie. Gaat het om artistieke of politieke risico’s?

„Een artistiek risico is ook een politiek risico. Ik heb in de jaren 70 films gemaakt die allebei waren. Het slechtste wat je kunt doen als kunstenaar is geen risico nemen.”

Storytelling keert vaak terug in Sundance-teksten. Verhalen vertellen hoort niet noodzakelijk bij vernieuwende cinema. Waarom is dat zo belangrijk voor u?

„Ik denk dat het mijn persoonlijke voorkeur is. Ik ben opgegroeid met mooie verhalen. Thuis was cultuur niet vanzelfsprekend. Als jongetje van vijf, zes jaar oud ging ik naar de bibliotheek om te lezen. Ik was gek op Griekse mythen. Theseus en de Minotaurus, prachtig vond ik het. Later kwamen de sprookjes, en de stripverhalen. Toen ik zelf kinderen kreeg verzon ik zelf verhalen als ik ze naar bed bracht. Ik geloof heilig in de kracht van verhalen, ze zullen altijd een succes blijven. De nadruk op storytelling is ook een manier om ons af te zetten tegen Hollywood, waar actie het verhaal heeft verdrongen.”

Toch kiezen meer mensen voor actie dan voor verhalen. Blijft het Sundance-aanbod in de VS niet beperkt tot de bovenlaag aan oost- en westkust?

„Zeker niet, we bereiken publiek in het hele land. Er speelt wel een ander probleem, als het gaat om publieksbereik. De politieke polarisatie is in Amerika volledig doorgeslagen, er is geen gematigd centrum meer. Het gaat zo ver dat links en rechts elkaar volkomen negeren. Mensen als Davis Guggenheim (maker van de documentaire An Inconvenient Truth) en Morgan Spurlock (maker van de documentaire Super Size Me) maken belangrijke films, maar conservatieven willen ze niet horen en niet zien. Je kunt een andere mening hebben, maar neem ten minste kennis van het andere kamp. Keep an open mind.”

„De media worden meegezogen in die polarisatie, en dat vind ik een gevaarlijke ontwikkeling. Het publiek heeft geen vertrouwen meer in de media, ze weten niet wat de waarheid is. Alles is gekleurd.

„Daarom denk ik dat documentaires steeds belangrijker worden. Daar gaat het nog om onderzoek naar wat er werkelijk aan de hand is. Documentairemakers nemen de tijd om maatschappelijke kwesties uit te diepen en van verschillende kanten te bekijken.”

Ik zag zojuist Sundance-winnaar The house I live in van Eugene Jarecki, over de war on drugs. Zijn aanpak is minder demagogisch dan die van Michael Moore, maar hij neemt duidelijk stelling. Zijn documentaire is meer een pamflet dan een journalistiek werk.

„Ik vind het een hele interessante documentaire. Jarecki toont overtuigend aan dat de war on drugs een mislukking is, dat ons gevangenissysteem niet deugt en dat zwarten onevenredig vaak gevangen zitten voor drugsdelicten. Hij moet wel duidelijk zijn, de andere kant werkt ook zo.”

U bent politiek geëngageerd, u zet zich ook in voor milieukwesties. Hebben sterren een morele plicht om hun roem te gebruiken voor goede doelen?

„Ik laat het aan iedereen over om zelf die keuze te maken, een plicht is het zeker niet. Wel vind ik dat je als beroemdheid heel voorzichtig moet zijn. Door je roem heb je een platform om zaken te bepleiten, dat platform moet je niet misbruiken voor flauwekul. Je ziet wel dat iemand het ene moment voor zeehondjes strijdt, en dan weer voor een of ander onderdrukt land. Daar hou ik niet van, dat maakt je ongeloofwaardig. Choose a cause.”

Sundance Channel is in Nederland te zien op betaalzender Film1.