Herdenkingskoekjes

Waarom we in Nederland beschuit met muisjes eten bij een geboorte is keurig beschreven in de annalen van de culinaire geschiedenis, maar het verband tussen een plak cake en de dood is mij nooit duidelijk geworden. Waarom serveren doodgravers steevast cake bij de condoleancekoffie? Ik bedoel, waarom geen bokkenpootje? Slagroomsoesje? Amandelkrul?

Toen mijn oma overleed aten we boterkoek, omdat dat haar lievelingsgebak was. Je kon mijn oma als het ware uittekenen achter een Royal Albert-koffiekopje met een ruit zelfgebakken boterkoek schuin balancerend op het schoteltje. Ik vond dat heel troostend. Het was geen anoniem stukje banket om de bloedsuikerspiegel weer een beetje omhoog te krikken na alle emoties, maar een heuse herdenkingskoek.

In de Nederlandse cultuur heeft rouwkost nauwelijks een plek. Behalve dat kleffe plakje cake is er geen enkel gerecht specifiek verbonden met de dood. Op Dodenherdenking eten we gewoon wat we eten, bloemkool met een sausijs, kippensoep, of couscous met groenten. En dat is eigenlijk best jammer. Want een maaltijd of gebak, gezamenlijk bereid en genoten, kan een mooi nagedachtenisritueel vormen.

Voor wie vandaag behoefte heeft aan het soort contemplatieve gemoedstoestand die het wegen van bloem en suiker en het kneden van deeg bijna vanzelf teweegbrengt, een recept voor een Italiaanse klassieker: cantuccini. Ik stop er behalve amandelen ook pistachenootjes, venkelzaad en sinaasappelschil in en dat maakt ze misschien minder authentiek, maar wel verslavend lekker.

Kneus het venkelzaad. Hak eenderde van de amandelen en pistachenootjes grof. Klop vier eieren en twee dooiers met de suiker, baksoda, het venkelzaad, gemberpoeder en een mespunt zout tot een stroperige vla. Voeg de bloem toe en kneed met de handen tot een kleverig deeg. Voeg de amandelen en pistachenootjes (de hele en de gehakte) plus de sinaasappelrasp toe en kneed nogmaals goed door. Verdeel het deeg in zes stukken en vorm van elk stuk een staaf van 2,5 tot 3 cm breed. Leg de staven met enige tussenruimte op twee met bakpapier beklede bakplaten. Klop het laatste ei los en bestrijk hiermee het deeg. Laat een half uur rusten. Verwarm de oven op 180 graden. Bak de deegstaven in 30 tot 40 minuten lichtbruin en gaar. Zet de oven uit en neem de bakplaten eruit. Snijd de staven in schuine reepjes van 1 tot 1,5 cm. Leg de koekjes met hun snijkant boven op de bakplaten en schuif ze tien minuten terug in de langzaam afkoelende oven. Bewaar in een trommeltje en serveer bij een espresso of glaasje zoete wijn.