Column

Frank & Ronald

H et is moeilijk kiezen tussen Frank de Boer en Ronald Koeman als voetbalcoach van het jaar. Ze ontlopen elkaar niet in passie en fanatisme, in verleden en succes. En al helemaal niet in Hollandse lijfgeur. In hun aanblik moet ik altijd aan fruitbomen denken, onder een late sluier vrieskou.

Echt vrolijk zijn ze nooit, Ronald nog iets meer dan Frank. Maar het gewijde juichen heeft ook hij niet in het bloed – er zit geen elastiek in de uitgeworpen armen. Gisteren, tijdens de huldiging van Ajax sprak Frank de Boer de afscheid nemende André Ooijer een laatste keer toe. Een welgemeende dank, maar terwijl hij het zei, sloot zijn gezicht zich als een graftombe.

Frank en Ronald: gezanten van verwaarloosde emoties.

Wel geweldige coaches. Dat De Boer met het kaartenhuis Ajax een 31ste landstitel wist weg te slepen, is van een onuitgegeven cool. Meer ervaren trainers zouden ten onder zijn gegaan aan de kuiperijen van bestuur en directie, aan de losbandige decreten van Cruijff en aanhang. In dat treurige oorlogsjaar heeft De Boer zijn selectie altijd afgeschermd. Hijzelf wou ook geen kennis nemen van wederzijdse banderilla’s. Om dan nu te roepen dat Cruijff Ajax op weg heeft geholpen naar de landstitel is een belediging aan coach en spelers.

Op het dieptepunt van de crisis zei Frank de Boer dat hij niet kon kiezen tussen Cruijff en Van Gaal. „Zoals een vader niet kan kiezen tussen een zoon en een dochter.” Later is hij Van Gaal toch nog afgevallen. Dat viel me tegen, en ook weer niet: loyaliteit is de grootste leugen in het voetbal. In die wereld wordt onzichtbaarheid cash betaald. Louis had het als geen ander kunnen weten.

Ajax verdient de titel. Al was het maar omdat het geklungel van andere pretendenten niet om aan te zien was. PSV blijft een sterfhuis en FC Twente is teruggekeerd naar het amateurisme. AZ is gesneuveld op het veld van eer, mede doordat het horendol werd gedraaid door het cynisme van de coach. „Wij gaan niet voor de titel, wij gaan voor Europa.”

Tsja, dan duizelt het in Alkmaar.

Het godswonder van deze competitie is niet Ajax, maar Feyenoord. En dus heeft Ronald Koeman toch een streepje voor op Frank de Boer. Aan zijn hand ontsprong de verrijzenis. Geldnood, opstandige supporters, een selectie met gaten… Koeman dirigeerde er zijn jonkies met verve doorheen. Nooit eerder heb ik hem zelfbewuster langs de lijn zien staan. Churchill en Charles de Gaulle hadden hem wat graag in spiegelbeeld gekend.

Generalissimo uit het hoge noorden. Handen gestold in de broekzakken, dat nog wel.

De prestatie van Feyenoord is historisch. Juist omdat betonrot en andere ellende de club tot aan de lippen stond, is de sprong naar Europees voetbal een ouderwets mirakel. Tot vorig jaar leek de traditie gedoofd, oude heroïek een niet meer in te halen herinnering. Toen kwam Koeman. In luttele maanden tijd toverde hij een puinhoop om in een carrousel van hoop en plezier. Met dank ook aan technisch directeur Martin van Geel. De vlaggen gingen uit, echoënde gezangen vulden als vanouds de Kuip, timide jeugdspelers kantelden in bravoure. Koeman husselde alles door elkaar: vertrouwen, passie, trots, succes. En zie: wie weet staat Feyenoord zondag in de voorronde van de Champions League.

Met de Coolsingel als amuse gueule.

De wederopstanding van Feyenoord ontroert. Vijftigduizend man in de Kuip, waarvan velen nog met zwarte nagelranden, eindelijk vredig thuis. In de volle glorie van hun geschiedenis.