En weer zitten de Britten dwars

Engeland wil als enige in de EU strengere regels voor banken vastleggen in het Basel-akkoord. Alleen, dat is slecht voor de economie.

Correspondent Brussel

Brussel. „Ik ga niet naar buiten om dingen te zeggen die mij afschilderen als een idioot!” Met die nijdige woorden blokkeerde George Osborne, de Britse minister van Financiën, woensdagnacht een Europees compromisakkoord over maximum-kapitaaleisen aan de banken.

Er wordt wel vaker gevloekt en getierd in Brusselse vergaderzalen maar er begint een patroon in te komen: het zijn steeds vaker de Britten tegen de rest. In december weigerde Groot-Brittannië mee te doen aan een verdrag voor begrotingsdiscipline, wat het voor eurolanden moeilijker maakte de schuldencrisis te bestrijden.

Ditmaal lijkt het om een technisch onderwerp te gaan: mag één Europees land banken vragen kapitaalbuffers aan te leggen die hoger zijn dan wat internationaal is afgesproken? En zo ja, hoeveel? Moet zo’n land dit overleggen? Maar daarachter woedt een venijnige machtsstrijd tussen Europese landen. Iedereen wil dat zijn banken de interne markt domineren.

De ruzie draait om het zogeheten Basel III-akkoord* – wereldwijde afspraken uit 2010 om hogere kapitaaleisen aan banken te stellen – die in Europese wetgeving moet omgezet worden. Dat is in Europa ingewikkeld, omdat je te maken hebt met 27 verschillende wetgevingen. Vóór 1 januari 2013 moet dit omzetten klaar zijn, dan gaat Basel-III in.

En juist nu, in de laatste ronde onderhandelen over 400 bladzijden wetgeving, zeggen de Britten: wij willen het recht hebben vérder te gaan dan Basel. Unilateraal. Want als banken meer kapitaal aanhouden, zijn ze veiliger en zijn er minder faillissementen. Een onderhandelaar die anoniem wil blijven, zegt: „Omdat de Britse belastingbetaler de bailouts voor de banken betaalt, wil Groot-Brittannië banken kunnen vragen extra kapitaal aan te leggen.”

Veel landen hebben begrip of sympathie voor dit argument, na de Britse faillissementen in 2008. Maar, zeggen velen, als elk land zijn eigen kapitaaleisen gaat stellen, blijft er van de interne markt in Europa weinig over. „Landen kunnen die eisen gebruiken om elkaars banken kapot te maken”, zegt een Europese bron. „En zelfs als ze te goeder trouw kapitaaleisen verhogen, heeft dat meteen effect op andere landen. Als een bank in land A meer kapitaal moet aanleggen, haalt die bank dat uit zijn filiaal in land B.”

In een Europa waar banken nauwelijks grenzen kennen, kan dit tot paniek leiden. Nu banken worden mee gesleurd in de schuldencrisis, kan extra hysterie op financiële markten hen nekken. Daarom zei eurocommissaris Michel Barnier dat de nationale beslissing om banken extra kapitaaleisen op te leggen, door de Europese Commissie moet worden goedgekeurd: „De Commissie is de hoeder van de interne markt. Zij geeft op dit gebied geen macht uit handen.” Duitsland en Frankrijk steunen een sterke rol voor de Commissie. Zij zeggen dat de Britten Europa de rug toekeren en het Europees bankentoezicht buitenspel zetten.

Maar volgens de Britten willen Parijs en Berlijn maar één ding: Basel verwateren. Dat klopt, zegt een onderhandelaar. „Frankrijk en Duitsland poseren als verdedigers van Europees banktoezicht. Maar ze willen vermijden dat hún banken extra kapitaal moeten aantrekken.”

Zo probeert elk land zijn financiële industrie te beschermen en die van anderen te benadelen. Landen vechten met banken als wapen. „Er is maar één echt slachtoffer: de interne markt,” zegt Thierry Philipponnat van ngo Finance Watch.

De les van de crisis is dat de banksector Europees werd, maar het toezicht nationaal bleef. Zo konden banken geweldige risico’s nemen. Maar als de banken Europees willen blijven, zegt Philipponnat, moeten de Britten ophouden met hun obstructie van Europees toezicht. Daarom gaan de onderhandelingen over meer dan de hoeveelheid kapitaal die banken moeten aanhouden. Het gaat over Europa. De interne markt is de kurk waar de Unie op drijft.