En nog kan het tij gekeerd worden

Amerika en Europa zijn nodig om brandhaarden in Azië te voorkomen. Zbigniew Brzezinski schrijft wat het Westen te doen staat, behalve uit te breiden. En Rob de Wijk belicht de toestand in de wereld vanuit Nederlands perspectief.

Zbigniew Brzezinski: Strategic Vision. America and the Crisis of Global Power. Basic Books, 208 blz. € 26,-

Rob de Wijk: 5 over 12. Hoe Nederland toch sterker uit de crisis kan komen. Amsterdam University Press. 200 blz. € 19,50

Wie zich bezighoudt met politiek, en zeker de internationale politiek, heeft fantasie nodig. Hoe kan je anders, om in schaaktermen te spreken, een paar zetten vooruit denken? Zelfs een harde realist kan zich niet beperken tot de feiten.

Zbigniew Brzezinski ís een harde realist. En hij heeft ook een stevige dosis ‘geopolitieke verbeeldingskracht’, om een term van hemzelf te gebruiken. De inmiddels 84-jarige Amerikaan van Poolse afkomst was Nationale Veiligheidsadviseur onder president Carter (1977-1981), schreef een reeks boeken over internationale betrekkingen en is nog altijd een belangrijke stem in het Amerikaanse debat over buitenlandse politiek. Als weinig anderen verstaat Brzezinski de kunst van het geïnformeerd en intelligent speculeren over waar het heen gaat met de wereld. Niet als vrijblijvende koffiedikkijkerij. Maar om te kunnen bedenken waar de gevaren loeren en wat de beste strategie is om die af te wenden.

Zo bekijkt hij in Strategic Vision wat de gevolgen zullen zijn van de tanende macht van het Westen. Dát we door de opkomst van China, India en andere Aziatische landen een historische machtsverschuiving van West naar Oost meemaken, is al enkele jaren voor iedereen zichtbaar. Er zijn ook al heel wat boeken over geschreven, van Kishore Mahbubani’s De eeuw van Azië tot Fareed Zakaria’s De Wereld na Amerika. Ook in het pas verschenen boek 5 over 12 van Rob de Wijk is ‘het verval van het Westen’, zoals hij het noemt, een van de uitgangspunten.

Niet alleen verschuift het zwaartepunt van de macht, zegt Brzezinski, er vindt tegelijk een versnippering van de macht plaats. Amerika is voorlopig nog de enige supermacht, in economisch, militaire en politieke zin. Maar met de legitimiteit, de effectiviteit en de bestendigheid van de Amerikaanse leidersrol gaat het snel bergafwaarts. Tegelijk wordt China wel vaak genoemd als de nieuwe supermacht die de plaats van Amerika kan overnemen, maar zover is het nog lang niet – als het ooit zover komt. Daar komt nog bij dat de Aziatische landen die nu zo’n opmerkelijke groei doormaken niet samen een machtsblok vormen, zoals het bondgenootschap van Amerika en Europa, maar rivalen zijn.

De opkomst van China wordt door de andere landen in de regio met argusogen gevolgd. Als Amerika langzaamaan zijn geloofwaardigheid als stabiliserende factor in het gebied verliest, kan er een chaotische en zelfs gevaarlijke situatie ontstaan, waarschuwt Brzezinski. Zuid-Korea en Taiwan worden aanzienlijk kwetsbaarder als Amerika verzwakt. Japan, dat ook afhankelijk is van Amerikaanse bescherming, zal zijn defensie gaan versterken en zijn banden met India aanhalen. En dat zal China’s vrees voor omsingeling weer versterken. De kans op conflicten in Azië neemt zo sterk toe. Maar Brzezinski hoort niet tot de declinists, de school die gelooft dat de neergang van Amerika en het Westen onvermijdelijk en niet te stuiten is. Het tij kan nog gekeerd worden meent hij, als aan twee voorwaarden wordt voldaan.

Ten eerste moet Amerika zijn politieke systeem vernieuwen, omdat het is vastgelopen door de bittere polarisatie tussen Republikeinen en Democraten die de nationale schuld maar steeds verder laten oplopen. De Amerikaanse economie moet een impuls krijgen door de belabberde infrastructuur en het derderangs onderwijssysteem grondig op te knappen.

Ten tweede moeten de VS bevorderen dat wat we nu ‘het Westen’ noemen wordt uitgebreid met Turkije en op den duur ook Rusland. Een groter en vitaler Westen is beter opgewassen tegen de toenemende uitdagingen en onrust in het Oosten, zegt Brzezinski. En stel je voor hoe Europa er over een paar decennia uitziet als Rusland en Turkije zich van het Westen afwenden. Een geïsoleerd Rusland wordt opnieuw een bron van spanningen en een bedreiging voor buurlanden die het weer in zijn invloedssfeer wil trekken.

Europa is op het schaakbord van Brzezinski dus geen onbelangrijk stuk. Hij verwerpt het modieuze idee dat de transatlantische band zijn beste tijd heeft gehad nu Amerika zijn blik in toenemende mate westwaarts richt, op het opkomende Azië. Door samen met Amerika in een groot strategisch gebaar Rusland en Turkije te omarmen, kan Europa een belangrijke speler in de wereld blijven.

Dat er op die weg nog heel wat praktische obstakels liggen erkent Brzezinski wel, maar hij laat zich er niet door van de wijs brengen. Hij is ervan overtuigd dat het perspectief dat hij schetst zo overduidelijk in het belang is van alle betrokkenen, dat ze de kans niet mogen laten lopen. Voorlopig is Poetin in Rusland nog wel aan de macht, maar ‘een groeiend aantal Russen begint te beseffen dat een fundamentele verandering in de relatie met het Westen in het belang van het land is’.

En de Europese Unie? Die zou zich eens heel goed moeten afvragen hoe ze zichzelf over pakweg veertig jaar ziet, als de huidige economische en demografische trends zich voortzetten. Is nauwere verbondenheid met Turkije en Rusland dan niet een evident Europees belang? Dus wen maar vast aan de gedachte van een Turks en mogelijk zelfs Russisch lidmaatschap van de Europese Unie. Er hebben zich de afgelopen decennia wel grotere veranderingen voltrokken.

Brzezinski verwijt Obama dat hij de Amerikaanse bevolking te weinig heeft duidelijk gemaakt hoe zeer de wereld, en de Amerikaanse rol daarin, zijn veranderd. De Amerikaanse bevolking verwijt hij totale onwetendheid over wat zich buiten de grenzen afspeelt. Het Westen, zegt hij, zal zich niet kunnen herpakken zolang de Amerikanen er niet van doordrongen worden dat het gedaan is met de vanzelfsprekende Westerse superioriteit. Alleen door samenwerking en overleg kan Amerika een belangrijke rol in de wereld blijven spelen.

Zeker in een verkiezingsjaar is dat in de Verenigde Staten geen makkelijke boodschap, laat staan dat Obama er bijval voor zal krijgen uit Republikeinse hoek. Romney & Co beschuldigen Obama er juist van dat hij zelf verantwoordelijk is voor de afbladdering van Amerika’s macht en aanzien in de wereld.

In Nederland legt Rob de Wijk al sinds jaar en dag nuchter uit hoe de wereld in elkaar zit. De hoogleraar internationale betrekkingen en directeur van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies geeft in 5 over 12. een brede analyse van de crisis waar de westerse wereld, en dus ook Nederland, in is beland.

Het is een somber verhaal, van de financiële crisis, het ‘Amerikaanse machtsverval’ en het achterblijven bij de opkomende economieën, de klimaatverandering en grondstoffenschaarste, tot het populisme in Europa en de geloofwaardigheidscrisis van de politieke klasse en democratie als systeem.

De wat eigenaardige titel doet vermoeden dat het moment waarop er nog iets te redden valt voor De Wijk eigenlijk al is verstreken. Maar dat blijkt niet het geval. ‘Nog is alles niet verloren’ luidt de titel van het laatste hoofdstuk. Het is een magere poging het boek toch een hoopvol einde te geven.

De Wijk blijkt sterker in de analyse dan in het geven van oplossingen. Hier geen ‘geopolitieke verbeeldingskracht’ en gewaagde controversiële voorstellen à la Brzezinski. In plaats daarvan veel aansporingen tot daadkracht, nieuw elan en leiderschap. Maar dat blijven lege begrippen, om niet te zeggen nogal clichématige verlangens, zolang onduidelijk blijft waar die daadkracht, dat elan en die leiders voor moeten dienen.

Politici krijgen het bij De Wijk nog harder te verduren dan bij Brzezinski. Zij ‘kunnen nauwelijks meer met complexe crises omgaan’, ze versimpelen de zaken en ‘ontberen veelal kennis van zaken’. Als ze het boek van De Wijk lezen zullen ze daar veel van opsteken, maar hier en daar ook op het verkeerde been worden gezet. Want kun je de complexe burgeroorlog in Soedanese regio Darfur het eerste klimaatconflict ter wereld noemen? Kun je zonder nuancering zeggen dat Iran ‘het recht meent te hebben om kernwapens te bezitten’, terwijl de opperste leider ayatollah Khamenei juist altijd zegt dat de islam kernwapens verbiedt?

Zoals velen eerder moedigt De Wijk politici aan met ‘een nieuw verhaal’ te komen, dat tot de verbeelding van de kiezers spreekt en de huidige stagnatie kan doorbreken. Misschien moeten ze beginnen met het boek van Brzezinski.