Een Russische agent kan op z'n 45ste met pensioen

Zondagochtend vroeg staat Igor voor de deur van het hotel om ons naar Taganrog te rijden, 70 kilometer verderop aan de Zee van Azov. In zijn trainingspak met ‘Rossia’ erop oogt hij nors. Ook geeft hij een politieagent, die voor het hotel staat, een vette handdruk, wat je in een land waar de politie niet je beste vriend, maar je ergste vijand is, een onaangenaam gevoel geeft.

Als Igor onze koffers in de achterbak van zijn gloednieuwe Toyota heeft gezet, vertrekken we. Igor vertelt dat hij ex-politieman is. „Ik ben er vorig jaar mee gestopt”, bekent hij. „Op je 45ste kun je als agent al met pensioen en die kans heb ik gegrepen. Iedere dag die zorgen over hoeveel boetes je moet uitdelen.” Over de steekpenningen die hij en zijn collega’s dagelijks ophaalden, om ze vervolgens aan hun baas af te dragen, die ze dan weer naar rang verdeelde, wil Igor weinig kwijt. „Zo werkt het nu eenmaal in Rusland”, zegt hij kortaf. „Onze salarissen zijn laag. Mijn kleine pensioen vul ik nu aan met ritjes voor hotelgasten.”

We rijden over het Plein van de Sovjets, waar de gouverneur en het provinciebestuur hun onderkomen hebben. Op het vroege uur wemelt het er op alle straathoeken van de politieagenten, sommigen in oproerkostuum. „Onze bestuurders zijn sinds een paar maanden ineens bang voor onaangekondigde demonstraties”, zegt Igor.

Zodra we de stad uit zijn, krijgen we het over Poetin. Is hij degene aan wie Rusland zijn huidige welvaart dankt? „Legt u me eerst eens uit waarom de bevolking van een land dat zo rijk aan olie en gas is, het zo arm heeft.”

Rijdend door het groene heuvellandschap van het Dongebied, waar in de Tweede Wereldoorlog de Russen zware slag leverden met de Duitsers, stelt hij een andere vraag. „Legt u me nu eens uit waarom de onderminister van Landbouw gisteren op de televisie zei dat 90 procent van onze groenten en fruit uit Turkije wordt ingevoerd, terwijl deze streek tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een van de vruchtbaarste van ons land was? Dat kan toch maar op één ding wijzen: dat het de regering heel goed uitkomt dat we geen eigen landbouw meer hebben. Anders lopen ze hun kapitale inkomsten uit de importrechten mis.”

In de verte doemt de zee op. Igor glundert. „Eigenlijk hebben we hier alles. Tussen mei en oktober is het aan zee heerlijk. En wat die politiek betreft is het voor de meeste Russen net als in de Sovjet-Unie: je hebt ons buiten het Kremlin en je hebt hen in het Kremlin. Het zijn twee verschillende werelden. U als buitenlander hoeft er alleen maar van te onthouden dat Russen niet zoveel op hebben met politici en we ons amper voor politiek interesseren.”

Correspondent Rusland