Een kerk waar je wél bij wil

In navolging van andere ekklesia’s nemen Twentse gelovigen „hun geloofsleven in eigen hand”. Op zoek naar inspiratie, uit onvrede met de ‘oude’ kerk.

Uit tientallen kelen klinkt eerst een ‘melodische zucht’. Daarna: niejonie, niejonie. Dan: piepapie, piepapie. Gevolgd door: spitspatspitspatspitspat. De stemmen zijn losgemaakt. „We kunnen er tegen.” De pianist zet in.

De ‘lieddag’ in Enschede is begonnen. Het is de eerste bijeenkomst van Ekklesia Twente, geïnspireerd door de Amsterdamse Studentenekklesia, al meer dan vijftig jaar de geloofsgemeenschap van theoloog, dichter en voorganger Huub Oosterhuis. Zo’n zestig gelovigen zijn deze zondag in het wijkcentrum bijeen. Op 20 mei houdt Ekklesia Twente de volgende viering.

Ook in andere plaatsen in Nederland en België zijn de afgelopen jaren Ekklesia’s opgericht. Wognum, Arnhem, Breda, Brugge, Antwerpen en Lier hebben er een. In Amsterdam, Nijmegen en Roermond bestaan ‘verwante’ groepen.

„Ze zoeken allemaal iets buiten hun eigen kerk”, zegt een van de Twentse initiatiefnemers, Han Paus uit Hengelo. De meesten lijken elkaar al ergens van te kennen. Ze zijn lid van een koor dat geen onderdak meer heeft, of bezochten de oecumenische vieringen op de Universiteit Twente, gestaakt door gebrek aan belangstelling. Zelf handelt Paus „uit onvrede” met de gang van zaken in zijn eigen Thaborkerk.

De Rooms-Katholieke Kerk is strenger geworden, vinden hij en andere initiatiefnemers. Neem de ‘censuur’ op bepaalde liederen in de kerk. Strikt genomen is er geen sprake van een verbod, maar de bisdommen Utrecht en Den Bosch hebben enkele jaren geleden wel een ‘selectie’ gemaakt van liederen die zij geschikt vinden. Of neem de weigering van een Brabantse pastoor om de communie uit te reiken aan een homoseksuele prins carnaval.

Ook een recente brief van het aartsbisdom Utrecht aan alle priesters, diakens, pastoraal werkers en geestelijk verzorgers is slecht gevallen. In de brief stelt het bisdom „sancties” in het vooruitzicht als zij „de liturgische voorschriften voor de Heilige Eucharistie en andere vieringen schenden”. Het bisdom „sluit intrekking van de verleende pastorale zending niet uit”, staat er. Die intrekking kan leiden tot ontslag door een parochiebestuur.

De brief volgde op een incident in de St. Jan de Doper-parochie van Vecht en Venen, waar een pastoor toestond dat een pastoraal werker preekte, het evangelie voorlas en een deel van het eucharistisch gebed hardop meebad. Paus: „Dit is een van de voorbeelden waarin het dirigistische van de kerk zich uit. Ik houd er niet van. Vroeger kon een leek tijdens een eucharistieviering een evangelie voorlezen, maar dat kan niet meer. Daardoor neemt de betrokkenheid af.”

Maar ook het seksueel misbruik maakt dat „de Rooms-Katholieke Kerk een kerk begint te worden waar je niet bij wilt horen”, zegt Michael Steehouder, ook initiatiefnemer.

De oprichting van een nieuwe Ekklesia doet voorganger Oosterhuis deugd. „Het houdt me aan de gang.” Steeds meer mensen keren zich af van de Rooms-Katholieke Kerk, stelt hij vast. Dat is al vier decennia zo. „Bisschoppen als Ter Schure, Gijsen en Simonis hebben een klimaat geschapen waarin mensen zich niet thuis voelen, terwijl ze wel behoefte hebben aan een inspirerend en bezield verband. Steeds meer groepen nemen hun geloofsleven in eigen hand. De Ekklesia is de bakermat geworden van een nieuwe liturgie.”

De Amsterdamse Studentenekklesia (ekklesia betekent kerk of gemeente) is in 1960 opgericht door studentenpastor Jan van Kilsdonk. Oosterhuis, in 1964 tot priester gewijd, raakte in de beginjaren als tekstschrijver betrokken bij het vernieuwende kerkelijke initiatief.

In de loop der jaren kreeg de Amsterdamse Studentenekklesia een steeds oecumenischer karakter. Ze biedt gelovigen een „degelijke, inspirerende oriëntatie op het bijbels verhaal, met een (muzikale) taal die anders is dan in de traditionele kerk”, zegt Oosterhuis. „Het is ook een sterk maatschappelijk betrokken kerk. Over het strengere vreemdelingenbeleid in Nederland bestaat veel verontwaardiging.”

Woordvoerder Roland Enthoven van het aartsbisdom Utrecht vindt het „jammer” dat de initiatiefnemers van de Ekklesia Twente handelen uit onvrede over de Rooms-Katholieke Kerk. Tegelijkertijd accepteert hij het initiatief: „Het is hun goed recht.” Hij weerspreekt dat de kerk strenger is geworden. „Er wordt meer werk gemaakt van het toezicht op naleving van de regels voor de eucharistie. Maar die regels gelden al heel lang. Naast de eucharistie zijn er andere vieringen waarin leken wel een rol kunnen spelen.”

De veronderstelling dat ‘de kerk’ het niet erg vindt dat gelovigen haar verlaten, dat ze zelfs blij zou zijn met een „kleine kern van vrome kerkgangers”, daarover zegt Enthoven: „In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw gingen de ramen open. Er waren beatmissen en diensten met jongerenkoren met Engelstalig repertoire, maar dat werkte niet. Wij buigen niet meer met de wind van de tijd mee. Je ziet nu dat parochies met een klassieke, meer orthodoxe opvatting, de meeste mensen trekken, ook jongeren.”

Of de Twentse Ekklesia levensvatbaar zal zijn, durft Paus niet te voorspellen. „Het lijkt mij de moeite waard, anders was ik er niet aan begonnen. Als je het niet probeert, dan weet je zeker dat het niks wordt.”